user_mobilelogo

De Vizsla is een werkhond en moet in staat zijn te jagen in allerlei terrein. Hij moet beschikken over bepaalde rastypische eigenschappen, zoals jachtpassie, uitgesproken neusgebruik, vast voorstaan, uitstekend apporteren en doelbewust en graag een zwemspoor uitwerken. De meeste van deze eigenschappen zijn erfelijk en dus van groot belang in de fokkerij.

Als je een nestje wilt fokken moet je weten: beschikt deze mooie, gezonde hond genetisch over de vereiste jachteigenschappen? Om dat aan te tonen eist het verenigings-fokreglement (VFR) dat minimaal 1 van de ouderdieren een werkkwalificatie heeft behaald in een veldwedstrijd of apporteerproef. Of dat beide ouderdieren geslaagd zijn voor de Jachtbasistest (JBT).

Het doel van de Jachtbasistest is het verbreden van de genenpool. Honden die niet worden uitgebracht op veldwedstrijden of apporteerproeven kunnen dankzij de JBT toch worden ingezet voor de fokkerij.
Verder krijgt de eigenaar informatie over sterke en zwakke punten van zijn of haar hond en geeft de uitslag ook de fokker informatie over de kwaliteit van zijn of haar fokproducten.

Bij de JBT bestaat uit:

  1. De schottest Schrikt de hond als hij het schot hoort of niet?
  2. De veldtest Zoeken, vinden en voorstaan, met voldoende passie en stijl.
  3. De spoortest Kan de hond een spoor uitwerken en het wild vinden?
  4. De watertest Wil de hond het water in en zwemmen?
  5. De apporteertest Vlot naar de dummy gaan en deze naar de voorjager toe brengen.
  6. Exterieurbeoordeling Geen officiële keuring, maar telt wel mee in het VFR.

 Zie verder het reglement JBT hieronder. De vereniging organiseert jaarlijks één of twee Jachtbasistesten.

Reglement JBT

Privacyverklaring