Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden

Vizsla

Inloggen leden


Gebruikersnaam   Wachtwoord   Onthoud mij     Gebruikersnaam/wachtwoord verloren?   Registreer  

Online bezoekers

We hebben 292 gasten en geen leden online

Zoeken

Verklaring van afkortingen

Showtitels  
  CAC Certificat d´Aptitude au Championat: 
    Certificaat van geschiktheid voor het Nationaal Schoonheidskampioenschap oftewel nationaal kampioenschapscertificaat, oftewel punt.
    Kampioenschapprijs waarvan er in principe 4 nodig zijn om de titel KAMPIOEN te verwerven. Nationale kampioensprijs, die de Raad van Beheer op kampioenschapstentoonstellingen en kampioensclubmatches beschikbaar stelt aan beste reu en beste teef van elk ras, mits de honden 'U' behaalden.
    De titel kampioen wordt gegeven aan de hond, die vier van deze kampioensprijzen heeft behaald onder minstens twee verschillende keurmeesters op minstens drie verschillende tijdstippen. Men kan met drie tijdstippen volstaan, daar men bij het behalen van de kampioensprijs op de Winner óf op een kampioensclubmatch deze dubbel berekend krijgt. Een reservekampioenschap van een kampioensclubmatch geldt voor één enkele kampioensprijs. Voorts mogen ook vier of meer andere reservekampioensprijzen worden gelijk gesteld aan één kampioensprijs. De titel kampioen wordt toegekend als de hond bij het behalen van zijn laatste kampioensprijs minstens 27 maanden oud is. Dit is ongeacht het aantal prijzen, dat hij voor die leeftijd heeft behaald.
     
  CACIB Certificat d´Aptitude au Championat International de Beauté:
    Certificaat van geschiktheid voor het Internationaal Schoonheidskampioenschap, oftewel een internationaal kampioenschapcertificaat of punt.
    Te behalen door de hond die niet is ingeschreven in de jeugd- of fokkersklasse.
    Kampioenschapprijs om de titel INTERNATIONAAL KAMPIOEN te verwerven. Certificaat van de F.C.I. (internationale kampioenschapsprijs), dat beschikbaar wordt gesteld op internationale tentoonstellingen, zowel aan de beste reu als aan de beste teef, mits deze 'U' behaalden en ingeschreven waren in de openklasse of kampioensklasse en mits zij 15 maanden of ouder zijn.
    De titel Internationaal (Schoonheids)kampioen wordt verkregen, indien de hond in minstens drie verschillende landen, waaronder het land van vestiging, onder minstens drie verschillende keurmeesters vier certificaten behaalde.
    Voor jacht- en gebruikshonden geldt een andere regeling: minstens twee certificaten in minstens twee landen onder minstens twee verschillende keurmeesters en als derde certificaat bovendien een 'goed' van een nationale veldwedstrijd dan wel het IPO-I examen afgelegd met goed gevolg.
    Tenslotte moet er tussen het behalen van het eerste en het laatste certificaat een termijn van minstens 12 maanden liggen.
     
  RES.CAC Reserve voor bovenstaande schoonheidskampioenschappen. Reserve kampioenschappunt. Telt als kwart punt voor het kampioenschap, behalve op een kampioenschapclubmatch, alwaar het reserve C.A.C. als één punt geldt.
     
  RES.CACIB  Reserve voor bovenstaande schoonheidskampioenschappen. Reserve internationaal.
     
  BOB Best of Breed; Beste hond van het ras
     
  B.O.S.: Best opposite Sex, de hond die mee deed voor B.O.B. maar het niet redde
     
  BIS  Best In Show
     
  BOG  Best of Group - Beste van de rasgroep (7)
     
  Kamp. Kampioen
     
  Lux Kamp Luxemburgs Kampioen
     
  Ned.Int.Ch Nederlands en Internationaal Kampioen
     
  W´ met jaartal   Winner/Winster van betreffend jaar, voor de hond die beste reu of teef wordt op de Winner tentoonstelling in Amsterdam
     
  JW´met jaartal    Jeugdwinner/Jeugdwinster van betreffend jaar, oor de hond die eerste is geworden in jeugdklasse met de kwalificatie "Uitmuntend" op de Winner in Amsterdam 
     
  BDSSG' met jaartal Bundessieger, voor de hond die het C.A.C.I.B. heeft behaald op e Bundessieger in Dortmund.
     
  EK' met jaartal) Europees Kampioen, voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Europees kampioenschapshow. 
     
  WK' met jaartal Wereldkampioen, voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Wereld kampioenschapshow. 
     
  Int. Kamp. Internationaal kampioen:
    Voor de hond die twee internationale kampioenschappunten (C.A.C.I.B.) behaald heeft in twee verschillende landen, onder twee verschillende keurmeesters, met een tussenliggende periode van 12 maanden en één dag. Daarnaast moet de hond een kwalificatie behaald hebben op een veldwedstrijd in een klasse waarin een nationaal werkkampioenschappunt (C.A.C.T.) te behalen viel, of een voldoende aantal punten weten te behalen op een werkhondenproef waar ook een C.A.C.T. te behalen viel, bijvoorbeeld de Duitse Herbst Zucht Prüfung. Ook kunnen honden nationale kampioenschaptitels behalen in andere landen. Hier gelden soms per land verschillende criteria om het kampioenschap te bemachtigen. Zo is het in België en Frankrijk verplicht een respectievelijke Belgische of Franse kwalificatie op veldwerk te hebben.
     
  BrW´met jaartal  Belgisch Winner/Jeugdwinner van betreffend jaar
     
  HGch/ BkHCh Babérkoszorús Hungária Champion - Hongaars Kampioen (3x CAC in Kampioensklas en 1 maal BOB)
     
  HCh  Hungária Champion - Hongaars Kampioen
     
  HJCh  Magyar fiatal Champion - Jeugd Kampioen (geen werkkwalificatie vereist) (3 x HPJ)
     
  HPJ Fiatal osztály gyõztese - Winnaar van de JeugdKlasse
     
  HSCh  Magyar Show Champion - Hongaars Show Kampioen (6x CAC, geen werkkwalificatie vereist)
     
  ICh  Internationaal Schoonheidskampioen
     
  Imp ...         Geïmporteerd uit ...
     
  G. Geboren
     
  F. Fokker
     
  E. Eigenaar
     
  V. Vader
     
  M. Moeder
     
Werktitels   
  CACT Afkorting van 'Certificat d'Aptitude au Championnat de Travaille. Nationale Kampioensschaps Prijs, welke meetelt voor het toekennen van de titel Nationale Werkkampioen.
     
  CACIT Certificat d'Aptitude au Championnat International de Travaille; internationale werkkampioenschapsprijs. Kampioenschapsprijs om de titel INTERNATIONAAL WERKKAMPIOEN te verwerven.
     
  KV Képességvizsga - Natuurlijk aanleg test
     
  AV  Vizsla Alapvizsga - Basis jacht test
     
  HDGY Derby gyõztes - Derby winnaar, wedstrijd voor honden geboren in het voorafgaande jaar
     
  FT Field Trial
     
  HMtály Ch Magyar Munkachampion - Hongaars Werkkampioen
     
  IchT Internationaal Werkkampioen (3x CACIT, waarvan minimaal 1 in een open wedstrijd en minimaal 2 verschillende landen)
     
  MAM  Szlovákiai vízi mezei verseny - Slowaakse veld-waterwedstrijd
     
  MVV Mindenes Vizslaverseny - Vizsla veelzijdigheidswedstrijd
     
  ÕTV/VM õszi tenyészvizsga/ Vízi mezei Vizsga - Veld-watertest
     
  SMV Speciális magyar vizsla Verseny - Speciaal Vizsla veelzijdigheidswedstrijd
     
  TSZ Tenyészsemle - Fokgeschiktheidstest
     
  VMV Vízi-mezei vizslaverseny - Veld-waterwedstrijd voor Vizsla's 
     
  FACh           Frans werkampioen
     
  HZP             Verbands-Herbstzuchtprüfung
     
  VJP             Verbands-Jugendprüfung
     
  TAN              Aanlegproef staande honden
     
Zweetwerk  
  Sv                Schotvastheid
     
  SchwhK        Zweetproef  20 uur oud kunstmatig spoor 
     
  SchwhK/40   Zweetproef 40 uur oud kunstmatig spoor
     
  SchwhKF      Zweetproef   met kunstmatig spoor, met Fährtenschuh gelegd
     
  SchwhN        Zweetproef 40 uren oud natuurspoor
     
  St                Stöberproef alleen in D,NL,B,F
     
  StiJ              Stöberproef tijdens de jacht (alleen in D)
     
  Vp                Veelzijdigheidsproef alleen in D,NL,F,B.
     
  VpoSp          Veelzijdigheidsproef  zonder Spurlaut (alleen in D)
     
  Was             Waldsuche
     
  WA              Watertest
     
  VGP             Alleen in Oostentijk: Veelzijdige gebruiksproef 
     
     
Kwalificaties op veldwedstrijden
  PO  aan honden die tijdens tenminste twee complete en nagenoeg foutloze lopen van hoog niveau geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild
  [pas d'occassion]  
     
  NC aan honden die tenminste een complete loop hebben voltooid en die tijdens die loop (lopen) geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild en van wie het werk van dien aard was dat ook met een goed punt geen hoge kwalificatie zou zijn gegeven. 
  [non classé]  
     
  GPT aan honden die een kans om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild niet hebben benut en op grond daarvan niet zijn gekwalificeerd dan wel op rond daarvan zijn gediskwalificeerd.
  [gibier passé ou tapé]  
     
  INS aan honden die niet hebben voldaan aan de norm van de wedstrijd en van wie de eerste loop op grond daarvan vroegtijdig door de keurmeester is beëindigd, ongeacht of zij een punt hebben gemaakt op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild of een kans daartoe niet hebben benut. 
  [insuffisant]  
     
  EL aan honden die zijn gediskwalificeerd op grond van een fout, die niet is vermeld onder een van de andere aantekeningen.
  [éliminé]  
     
  RET aan honden die door de voorjager, om welke reden dan ook, op eigen initiatief, voor het verstrijken van de achtste minuut van de eerste loop zijn teruggetrokken.
  [retiré]  
     
  RI aan honden die niet worden gekwalificeerd op grond van het feit dat zij het apport te land of uit water onvoldoende uitvoerden.
  [rapport insuffisant]  
     
  RR aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij gevonden wild weigeren te apporteren
  [refus de rapport]  
     
  DD aan honden die werden  gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij wild beschadigden.
  [dents dur]  
     
  RE aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij weigeren te water te gaan.
  [refus d'eau]  
     
  PF aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van schotschuwheid of schotgevoeligheid. 
  [peur de feu]  

Taken van een rasvereniging

De Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden VIZSLA als doel:

  • Het veredelen van het ras, dat wil zeggen: niet alleen zorgen dat er Vizsla's geboren worden maar de fok van nog betere honden bevorderen.
  • Het met elkaar in contact brengen van liefhebbers, zodat ervaringen kunnen worden uitgewisseld en we van elkaar kunnen leren.
  • Het voorlichten en adviseren van fokkers door middel van de Fokadvies Commissie (Fac). De vereniging heeft een Fokreglement opgesteld.
  • Het adviseren van aspirant-kopers en het bemiddelen bij verkoop en aankoop van pups via de vereniging, om te zorgen dat wat met zorg gefokt is, op de juiste plaats terecht komt.
  • Het bijhouden van een zo volledig mogelijke database, met daarin gezondheidsuitslagen, werk- en showkwalificaties.

Wij hanteren de volgende rasstandaards:


U kunt online de Statuten en het Huishoudelijk Reglement en het Fokreglement lezen:

De volgende jaarlijkse activiteiten worden georganiseerd:

  • De ledenvergadering, waar onder meer aan de orde komen: bestuursverkiezingen, het gebeuren in het afgelopen jaar, wat doen we het komende jaar en alles wat verder voor de leden van belang is.
  • Een Clubmatch, die wordt gehouden om de honden op hun uiterlijk te beoordelen. Tijdens deze dag worden veelal ook demonstraties gegeven van wat een Vizsla zoal kan.
  • De veldwedstrijden, waar de Vizsla, jachthond die hij is, zijn of haar 'kunnen' kan laten zien, door training en natuurlijk aanleg bereikt.
  • Een gezelligheidsdag, die bestaat uit een wandeling van bazen en honden en hun families, aangevuld met een lezing of een film of iets dergelijks. In ieder geval iets, waar de leden van de vereniging geïnteresseerd in zullen zijn.
  • Meerdere wandelingen, hetzij in de bossen, op de hei of op het strand; gewoon een lekkere wandeling met de Vizsla’s van ongeveer 2 uur voor de liefhebber met daarna een lekker kopje koffie. De gelegenheid om de Vizsla in al zijn vrijheid te aanschouwen;
  • Veldwerk- en apporteercursussen tot opvoeding en africhting van de hond (Orweja B en C niveau);
  • Een informatieavond over veld- en apporteerwerk, een eerste kennismaking;
  • Een Fokkersoverleg, om met de mensen uit de praktijk ideeën uit te wisselen en informatie te verzamelen;
  • Een Nakomelingendag, om bepaalde combinaties op hun 'waarde' te beoordelen door de pups samen te brengen en door een exterieurkeurmeester te laten beoordelen.

Verder geeft de vereniging een clubblad uit, de Vizsla Varia. Deze verschijnt 4 keer per jaar. Hierin vindt u bestuursmededelingen, tentoonstellingsuitslagen, een agenda van belangrijke hondengebeurtenissen en artikelen waarvan wij denken dat ze voor u interessant kunnen zijn. Eventuele bijdragen van leden worden zeer op prijs gesteld.

Als vereniging willen wij u graag van dienst zijn als u vragen of problemen hebt betreffende uw Vizsla.

Spreekt dit u aan en wilt u lid worden, dan is dit mogelijk door het invullen van het onderstaande formulier:

Lidmaatschap aanvragen

Het volledige artikel over het aanvragen van een lidmaatschap vindt u hier.

Om lid te kunnen worden dient u het inschrijfformulier in te vullen en te ondertekenen (dit in verband met de automatische incasso). Het inschrijfformulier, de statuten, het huishoudelijk reglement, het fokreglement en de twee rasstandaards kunt u hier bekijken als PDF-document:

Kunt u het inschrijfformulier niet afdrukken? U kunt via de ledenadministratie een gedrukt exemplaar aanvragen.

Na retournering van dit formulier aan de Ledenadministratie en betaling van de contributie volgt publicatie in de eerstvolgende Vizsla Varia, het clubblad van de Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden. Binnen 14 dagen na verschijnen van deze Vizsla Varia kunnen leden bij het secretariaat schriftelijk bewaar aantekenen tegen iemands lidmaatschap, waarna een persoonlijk onderhoud met de bezwaarhebbende(n), het aspirant-lid en het bestuur zal plaatsvinden. Het bestuur heeft hierin de beslissende stem en zal na vergadering beide partijen schriftelijk van haar besluit op de hoogte brengen.

Waarom een rashond

De rashond - mits juist gekozen - geeft u als tegenprestatie zo’n dertien jaar vriendschap. Een vriendschap die gekenmerkt wordt door trouw, aanhankelijkheid en gezelligheid.

De vriendschap wordt - rasafhankelijk - aangevuld met bescherming, bewaking, jachtpassie, speurvermogen en algemene bereidheid tot werken.

De rashond zal in belangrijke mate voldoen aan de rasbeschrijvingen van uiterlijk en karakter.

De rashond zal - mits verantwoordelijk gefokt - beschikken over een behoorlijke gezondheid. Garanties op 100% gezondheid zijn echter niet te geven. Denk aan erfelijke ziekten, onder- en overvoeding, infecties en verwondingen.

Wat voor soort hond is de Vizsla

Het is raadzaam om u van tevoren grondig te laten informeren omtrent het karakter, de eigenschappen, de eisen en de opofferingen die het houden van een Vizsla met zich meebrengen, zowel in financieel opzicht als aan inzet en vrije tijd. Naast de algemene informatie over de rassen, is het ook mogelijk om op bijeenkomsten die worden georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden kennis te maken met de Vizsla en in contact te komen met eigenaren.

Mocht u hierna nog steeds interesse hebben om een Vizsla-pup aan te schaffen dan kunt u contact opnemen met een fokker die vermeld staat in de lijst van fokkers die het convenant hebben ondertekend en daarmee hebben aangegeven te zullen fokken volgens de regels van de Vereniging. 

Wat voor soort hond is een Vizsla?

Foto: Ton NiessingDe Magyar Vizsla of Hongaarse Staande Hond, zoals hij officieel heet is een middelgrote, elegant gebouwde kortharige of draadharige staande hond. Staande honden moeten onder andere tijdens de jacht het volgende kunnen doen:

  • Methodisch zoeken
  • Vast voorstaan, dat wil zeggen dat de voorstaande honden het wild niet mogen opjagen, maar er rustig voor moeten blijven staan om de jager te wijzen waar zijn buit te vinden is
  • Aangeschoten wild uit het water en van het land apporteren
  • Aangeschoten wild volgen en bij de jager brengen

Staande honden blijven vast voor het wild staan, na het land al zigzaggend te hebben afgezocht met opgeheven hoofd tegen de wind in om de verwaaiing van het wild op te vangen. Hij stoot het wild pas op na het bevel van de jager en werkt dus nauw met de jager samen.
Betekent dit dat de Vizsla alleen geschikt is voor personen die met de hond gaan jagen? Nee. De Vizsla is ook prima geschikt als huishond. Eigenaren die hem echter alleen als huishond willen houden zouden de hond tekort doen. Als niet-jager kan men een Vizsla volledig aan zijn trekken laten komen door cursussen te volgen en examens en proeven af te leggen. Dit is voor iedereen die daar liefhebberij in heeft te verwezenlijken. Realiseert u zich echter wel dat een Vizsla een energieke hond is, met grote behoefte aan beweging. Men laat ze niet in huis liggen met drie keer per dag een blokje om. Dat kan en mag men deze prachtige honden niet aandoen!

 

Ontstaan van het ras

Hoewel meerdere theorieën over het ontstaan van het ras bestaan menen kenners dat de "Pannonische theorie" de meest waarschijnlijke is:

De voorouders van de Vizsla bestonden al in de Romeinse tijd. De pannonische (Pannonia was de Romeinse naam voor Hongarije) hond, een "gele pointer type hond", vooral geschikt voor de toenmalige vereisten voor de jacht: het opzoeken en aanwijzen van wild. Later zouden de turken zelf, die in 1526 Hongarije bezetten, andere voorouders van de Vizsla hebben ingebracht (Vizsla betekent in het Turks "zoek" en in het Hongaars "aanwijzen"), namelijk de Tartese Gele Hond, een vogelhond en de Sloughi, een windhond.

De Tartese Gele Hond heeft invloed gehad op de kleur en verbeterde het instinct voor veerwild, de Sloughi heeft bijgedragen tot de snelheid van de Vizsla. Er is een afbeelding uit 1357 en velen uit de 16e eeuw van honden, die als Vizsla geïdentificeerd zouden kunnen worden. Tijdens de Habsburgse monarchie kwam Hongarije onder Oostenrijks invloed. Dit betekende voor de Vizsla dat het ras beïnvloed werd door Duitse jachthonden. Hierover zijn echter de meningen verdeeld.

Vanuit de veelzijdigheid van de Vizsla zijn sommigen van mening dat dit afkomstig is van de Duitse Staande Hond. Anderen menen dat de Weimarse Staande Hond invloed op de Vizsla heeft gehad vanwege zijn uniforme vacht. Tegen het einde van de 19e eeuw is de invloed van de Engelse Pointer ook bij de Vizsla merkbaar zoals bij alle staande honden op het vasteland in Europa. Deze inbreng zou de snelheid van actie van de Vizsla hebben vergroot.

De aan de Vizsla gestelde eisen waren erg groot:

  • Behoorlijke snelheid
  • Goed wijd zoeken
  • Goed verloren zoeken
  • Retriever zijn
  • Zowel veerwild als haarwild aanwijzen

Bij de beoordeling van de kwaliteiten van de Vizsla, vergeleken met de Duitse Staande Hond en de Pointer zou men kunnen zeggen dat de Vizsla het beste van die beide rassen in zich verenigd. In de jaren 30 werd het ras door de F.C.I. (Fédération Cynologique Internationale) officieel erkend. In deze tijd werden door jagers bloedlijnen van de Duiste Staande Draadhaar ingebracht ter verbetering van de uitstekende jachtkwaliteiten, speciaal voor de jacht onder moeilijke omstandigheden. Hieruit is de Drótszörü Magyar Vizsla (Draadhaar Vizsla) ontstaan.

 

Karakter

DraadhaarDe Vizsla is een rustige, vriendelijke, soms zelfs een beetje een gevoelige hond, die niet bestand is tegen een ruwe behandeling maar met een tactvolle baas tot grote prestaties kan komen en zeker de gewaardeerde kameraad van een gezin kan zijn. Typische karaktereigenschappen van de Vizsla zijn:

  • Gemakkelijk en snel af te richten
  • Kan een grove behandeling slecht verdragen
  • Uitstekend geheugen
  • Voortreffelijke vaardigheid tot combineren
  • Onmiskenbare jachtpassie, voelt zich in huis ook erg prettig
  • Liefdevol karakter
  • Levendig temperament en aanhankelijk

Binnen de Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden VIZSLA worden de volgende rasstandaards gehanteerd:

Door op bovenstaande links te klikken kunt u deze standaards nalezen.

Waarom een pup via de rasvereniging

De commissie Pup- en Rasinformatie van de vereniging kan alleen info geven over die pups die geboren zijn uit combinaties die voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het fokreglement van de vereniging en vooraf zijn aangemeld. Met dit fokreglement willen wij voorkomen dat er op onverantwoorde wijze pups gefokt worden, zodat de pups ook in de toekomst een positieve bijdrage kunnen leveren aan het ras en u maximale gelegenheid heeft om een goede pup te kopen.
Behalve gezondheid en rasspecifieke eigenschappen wordt ook bekeken of een reu niet te vaak in Nederland heeft gedekt of dat een teef niet te veel nesten heeft gehad. Helaas blijkt dat niet iedere fokker in Nederland hierop let. Dat is voor Kynologisch Nederland aanleiding tot grote zorgen. Ons ras is hier helaas niet van uitgezonderd.

De Fokadviescommissie beoordeelt de aanvragen van de fokkers en toetst of de combinatie voldoet aan het fokreglement. 

Wij werken niet langer met een wachtlijst voor pups. Als geinteresseerde kunt u zelf contact opnemen een fokker. Op de convenantlijst staan alle fokkers die zich conformeren aan het VerenigingsFokreglement. Op de pagina Aangekondigde en Geboren Nesten staan alle nestmeldingen. 

Hoe komt u aan een pup

Het is raadzaam om u van tevoren grondig te laten informeren omtrent het karakter, de eigenschappen, de eisen en de opofferingen die het houden van een Vizsla met zich meebrengen, zowel in financieel opzicht als aan inzet en vrije tijd. Naast de algemene informatie over de rassen, is het ook mogelijk om op bijeenkomsten die worden georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden kennis te maken met de Vizsla en in contact te komen met eigenaren.

Mocht u hierna nog steeds interesse hebben om een Vizsla-pup aan te schaffen dan kunt u contact opnemen met een fokker die op de lijst staat van fokkers die het convenant hebben ondertekend. Van deze fokkers staan de geplande nesten vermeld op de pagina pups en dekkingen.  

Deze lijst bestaat uit combinaties die  voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het fokreglement. Met dit fokreglement wil de rasvereniging voorkomen dat er op onverantwoorde wijze pups gefokt worden, zodat de pups ook in de toekomst een positieve bijdrage leveren aan het ras. Behalve gezondheid en rasspecifieke eigenschappen wordt ook bekeken of een reu niet te vaak in Nederland heeft gedekt of dat een teef niet te veel nesten heeft gehad. Helaas zijn dit grote zorgen binnen de kynologie en onze rassen zijn daar niet van uitgezonderd. De Fokadviescommissie beoordeelt de aanvragen van de fokkers en geeft hierop een schriftelijk fokadvies. Bij goedgekeurde combinaties is dit uiteraard een positief advies in tegenstelling tot de nesten die niet voldoen aan het fokreglement of om andere redenen niet voor positief advies in aanmerking komen.

Aangezien de vraag naar via de vereniging gefokte pups groter is dan het aanbod, zijn de wachtlijsten bij de fokkers snel vol. Het is daarom zekere raadzaam om vroegtijdig fokkers te contacteren en eventueel te bezoeken. 


De aanschaf van een pup is een zaak tussen de fokker en de aspirant koper. De aanschaf/verkoop van een pup is voor een heel groot deel een kwestie van vertrouwen. Als de fokker twijfels heeft bij een aspirant koper mag en kan hij weigeren de pup te verkopen. Uiteraard geldt dit ook voor de aspirant koper, deze moet goed voor zichzelf bepalen of de fokker en het nest hem/haar bevalt. Vergeet niet dat u een hond aanschaft voor ongeveer 12 jaar.

Een aantal tips:

  • Vraag altijd of een fokker volgens de reglementen van de rasvereniging fokt. Hierbij geldt dat het lidmaatschap van de rasvereniging geen garantie geeft dat er ook daadwerkelijk met positief advies van de vereniging gefokt wordt!
  • Als een fokker zegt wel te fokken via de rasvereniging en een nest blijkt te hebben, vraag dan altijd om het schriftelijke fokadvies dat door de Fokadviescommissie is afgegeven.
  • Kijk in welke omgeving de pups gehuisvest worden. Pups hebben een prikkelrijke omgeving nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Vizsla's die te geïsoleerd opgroeien, hebben minder kans op te groeien tot normale sociale honden. Kijk ook hoe de eventueel andere aanwezige honden van de fokker worden gehouden.
  • Kijk of de omgeving waarin de pup leeft schoon is en of de ontlasting van de pups stevig is. Kijk of de oren en ogen van de pups schoon zijn. Ook de neus mag geen uitvloeiing vertonen. De pups moeten vrolijk zijn en niet in een hoekje weggedoken zitten. Kijk ook naar de conditie van de moederhond.
  • Maak voor u naar de fokker toegaat een lijstje van dingen die u wilt vragen. Domme vragen bestaan niet!
  • Als de fokker u een koopcontract wilt laten tekenen lees dit dan eerst zorgvuldig door en kijk of u met dit contract kunt leven. Zo niet, teken dan ook niet.
  • Realiseer u dat wanneer u naar een pup gaat kijken, de aanblik vertederend werkt en dat u stevig in de schoenen moet staan om nee te kunnen zeggen.
  • Bezint eer u begint telt vooral als u het voornemen heeft in het buitenland een vizsla te kopen.

Voor al uw overige vragen kunt u terecht bij de commissie Pup- en Rasinformatie van de rasvereniging. Bij serieuze interesse kunt u contact opnemen met:

Erika Elsjan
Vosseveldseweg 12b
7107 AD  Winterswijk Kotten
E:pupinfo@magyar-vizsla.nl

Prijs van een pup

De Vizsla Vereniging heeft géén richtlijn opgesteld voor de gangbare prijs voor een Vizslapup. Wanneer de vraag aan ons wordt gesteld wat een Vizsla kost, wordt het volgende geantwoord:

De prijs die gehanteerd wordt door de fokkers, voor een pup gefokt volgens de eisen van de vereniging, ligt ergens tussen de 900 en 1300 euro.

Lees hier meer over de waarde van een stamboom.

De vereniging heeft géén zeggenschap over de prijs van een pup. Het is de fokker die bepaalt wat de prijs is van zijn/haar pups. Deze is veelal gebaseerd op en hangt af van de kwaliteit van de ouderdieren. Indien één of beide ouders uitzonderlijke resultaten op gebied van veldwerk en/of apporteerwerk hebben behaald, zal de prijs hoger liggen dan bij een 'doorsnee' nest. Ook kunnen showresultaten van invloed zijn.

Op het ogenblik ligt de prijs voor een Vizsla ergens tussen 900 en 1300 euro. Het is de verantwoordelijkheid van de pupkoper dat wordt nagevraagd in hoeverre een pup gefokt is volgens de reglementen. Een bepaalde (hoge) prijs is géén garantie voor een verantwoord gefokte pup. Lees hier meer over belangrijke vragen aan een fokker

Diverse factoren zitten in de prijs verwerkt. 
  • Gezondheidsonderzoeken; zoals HD foto's, oogonderzoek en dergelijke.
  • Dekgeld.
  • Stamboomaanvraag bij de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied.
  • Inenting en ontworming van de moederhond en de pups.
  • Inrichting van het verblijf van de moederhond en haar pups.
  • Verzorging en voeding van de moederhond en de pupjes.
  • Honden, waarmee veel gewerkt wordt, kosten veel geld aan trainingen, inschrijfgelden voor proeven en wedstrijden en dergelijke.
  • Inschrijving voor shows.
  • De hoeveelheid tijd, die de fokker steekt in het verzorgen en socialiseren van de pupjes.

Het is dan ook logisch dat er prijsverschil tussen de fokkers kan zitten.

Het is aan u en wat u met de pup wil gaan doen en wat uw verwachtingen zijn van de pup, om goed te kijken bij welke fokker u een pup koopt.

Bij een goede fokker, kunt u ook na de aanschaf van de pup, terecht voor vragen over voeding, beweging, opvoeding en dergelijke. Ook kunnen ze je vaak bijstaan bij het werken met je hond, zoals jachttraining, veldwerk, enzovoort.

 

Betrouwbare adressen van fokkers

In advertenties worden op soms op creatieve wijze pups aan de man gebracht die geen stamboom hebben, maar waarbij de illusie gewekt wordt dat dit wel het geval is:

 

Ouders zijn 100% raszuiver.
De vraag is dan of deze honden een stamboom hebben, wat een voorwaarde is om voor de pups een stamboom te verkrijgen. Verder is het van belang dat met deskudigheid de ouderdieren met elkaar gecombineerd zijn. De Vizsla Vereniging heeft een fokadviescommissie waar met veel zorg en expertise (aan de hand van een database) wordt gekeken naar bepaalde combinaties met Vizsla’s. Het is namelijk niet de bedoeling zomaar een reu en een teef te combineren. Om de Vizsla de hond te laten blijven zoals deze oorspronkelijk bedoeld is, hechten kynologen veel waarde aan de verschillende manieren waarop dit te testen is. Bijvoorbeeld KNJV trainingen en proeven en/of tentoonstellingen. Hierbij wordt gekeken naar het exterieur (het uiterlijk), de aanleg voor de jacht, het karakter en in hoeverre de hond aan de rasstandaard voldoet. Het gaat erom dat het beoogde nest een bijdrage zou kunnen leveren aan het Vizslabestand. Per 1 januari 2006 zijn de regels aangescherpt, als het gaat om het welzijn en de gezondheid van de ouderdieren (bij de Nederlandse Raad van Beheer op Kynologisch gebied). Gelukkig komen er meer voorwaarden waar je als fokker aan moet voldoen om een stamboom te verkrijgen voor de pups. Hiernaast kan in de toekomst een officieel certificaat afgegeven worden door de rasvereniging wanneer men aan het Rasspecifiek Fokreglement voldoet. (Meer informatie hierover is elders op deze website te vinden.) Een hele goede ontwikkeling om de Vizsla (en daarmee alle andere rashonden) de hond te laten blijven zoals hij oorspronkelijk bedoeld is.  

 

Gechipt door de inspecteur (chipper) van de Raad v.Beheer.
Iedere hond kan gechipt worden (dit gebeurt ook wel door dierenartsen), dit wil niet zeggen dat de pups ook een stamboom hebben.

De pup is een teefje zonder stamboom, maar is zeker 100% zuiver ras!
Strikt gezien betreft het hier een rasloze hond, ook wel in de volksmond een 'vuilnisbak' genoemd. Wanneer men aan tentoonstellingen en wedstrijden wil meedoen, is dit niet voldoende.

Alle pups zijn gezond, ontwormd, worden ingeent en hebben allemaal een dierenpaspoort met gezondheidsverklaring.
Een dierenpaspoort is dus géén stamboom. Dit is 'slechts' een document waarin entingen en andere medische gebeurtenissen in worden bijgehouden en is nodig wanneer men de hond zou willen meenemen naar het buitenland.


Een aantal tips:

  • Kijk of de fokker op de lijst staat van fokkers die het convenant hebben ondertekend. Hiermee geeft de fokker namelijk aan altijd volgens het fokreglement te zullen fokken.
  • Staat de fokker niet op de lijst vraag dan of hij volgens de reglementen van de rasvereniging fokt. Hierbij geldt dat het lidmaatschap van de rasvereniging geen garantie geeft dat er ook daadwerkelijk met positief advies van de vereniging gefokt wordt!
  • Als een fokker zegt wel te fokken via de rasvereniging en een nest blijkt te hebben, vraag dan altijd om het schriftelijke fokadvies dat door de Fokadviescommissie is afgegeven.
  • Kijk in welke omgeving de pups gehuisvest worden. Pups hebben een prikkelrijke omgeving nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Vizsla's die te geïsoleerd opgroeien, hebben minder kans op te groeien tot normale sociale honden. Kijk ook hoe de eventueel andere aanwezige honden van de fokker worden gehouden.
  • Kijk of de omgeving waarin de pup leeft schoon is en of de ontlasting van de pups stevig is. Kijk of de oren en ogen van de pups schoon zijn. Ook de neus mag geen uitvloeiing vertonen. De pups moeten vrolijk zijn en niet in een hoekje weggedoken zitten. Kijk ook naar de conditie van de moederhond.
  • Maak voor u naar de fokker toegaat een lijstje van dingen die u wilt vragen. Domme vragen bestaan niet!
  • Als de fokker u een koopcontract wilt laten tekenen lees dit dan eerst zorgvuldig door en kijk of u met dit contract kunt leven. Zo niet, teken dan ook niet.
  • Realiseer u dat wanneer u naar een pup gaat kijken, de aanblik vertederend werkt en dat u stevig in de schoenen moet staan om nee te kunnen zeggen.
  • Bezint eer u begint telt vooral als u het voornemen heeft in het buitenland een vizsla te kopen.

Voor al uw overige vragen kunt u terecht bij de commissie Fokkerij & Gezondheid van de rasvereniging.

Op bezoek bij de fokker

De aanschaf maar ook de verkoop van een pup is voor een heel groot deel een kwestie van vertrouwen.  

 

Als de fokker twijfels heeft bij een aspirant koper, mag en kan hij weigeren de pup te verkopen. Uiteraard geldt dit ook voor de aspirant koper. Deze moet goed voor zichzelf bepalen of de fokker en het nest hem/haar bevalt.
Vergeet niet dat u een hond aanschaft voor ongeveer 12 jaar.

Het is goed een band op te bouwen met de fokker. Zomaar even een pup aanschaffen is niet de juiste manier. Vaak komen er na de aanschaf van de pup nog veel vragen bij u op. Het is prettig dan terug te kunnen vallen op de fokker. Deze heeft, als het goed is, antwoorden op de meeste vragen. Kan uit ervaring spreken en zal het prettig vinden contact te onderhouden, nadat de pup het nest heeft verlaten.

Een aantal tips:

• Vraag altijd of een fokker volgens de reglementen van de vereniging fokt. Hierbij geldt dat het lidmaatschap van de vereniging geen garantie geeft dat er ook daadwerkelijk met positief advies gefokt is;

• Van officieel behaalde resultaten worden door de organiserende instanties altijd officiële certificaten en diploma's afgegeven. Vraag hiernaar bij twijfel. De uitslag van het HD-onderzoek moet staan op een certificaat van de Raad van Beheer;

• Als een fokker zegt wel te fokken via de vereniging en een nest blijkt te hebben, vraag dan altijd om het schriftelijk fokadvies dat door de Fokadviescommissie is afgegeven;
(Bovenstaande vragen zijn niet van toepassing/noodzakelijk als u naar de fokker bent doorverwezen door de pupbemiddeling van de vereniging.)

• Kijk in welke omgeving de pups gehuisvest zijn. Pups hebben een prikkelrijke omgeving nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Honden die te geïsoleerd opgroeien, hebben minder kans op te groeien tot normale sociale honden;

• Kijk of de omgeving waarin de pups leven schoon is en of de ontlasting van de pups stevig is. Kijk of de oren en de ogen van de pups schoon zijn en of de pups niet in een hoekje weggedoken zitten. Kijk ook naar de conditie van de moederhond en de eventueel aanwezige andere honden;

• Maak voor u naar de fokker toegaat een lijstje van dingen die u wilt vragen. Domme vragen bestaan niet!!;

• Als de fokker u een koopcontract wilt laten tekenen lees dit dan eerst zorgvuldig door en kijk of u met dit contract kunt leven. Zo niet, teken dan ook niet. Met de invoering van het Basis Reglement Stambomen (BRS) en het Rasspecifiek Fokreglement gaan we gebruik maken van standaard koopcontracten (nadere info bij de pupbemiddeling);

• Realiseert u dat wanneer u naar een pup gaat kijken, de aanblik vertederend werkt en dat u stevig in de schoenen moet staan om nee te kunnen zeggen.

Tips van de Raad van Beheer

Ook de Raad van Beheer geeft uitvoerige informatie op hun website. Klik op de afbeelding om doorgestuurd te worden.

Onderwerpen zijn:

  • Puppy kopen? Wel of geen hond
  • Aanschaf puppy / oudere hond
  • Verzorging en gezondheid
  • Tips voor thuis
  • Honden en kinderen Honden en omgeving
  • Honden mee op vakantie? of niet?

Wanneer is een stamboom officieel

Als vereniging worden wij soms geconfronteerd met (raszuivere)Vizsla's die helaas niet over een erkende stamboom beschikken. Wat betreft tentoonstellingen, jachtwerk en fokken levert dit nogal wat belemmeringen op. Onderstaand leest u hoe de organisatie van de afgifte van stambomen werkt en waar u op moet letten bij de aanschaf van een Vizsla.

 

Welke organisaties zorgen voor de afgifte van stambomen
Op internationaal niveau is de Fédération Cynologique Internationale (FCI) het overkoepelende orgaan. Hierbij zijn ongeveer 120 nationale kennelclubs aangesloten. Het FCI-bestuur is internationaal samengesteld. Het kantoor is gevestigd in België.
Kennelclubs zijn nationale organisaties op kynologisch gebied. De Raad van Beheer is er één van, en is ook lid van de FCI. De Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden, ‘Vizsla’ (NVHSHV) is aangesloten bij de Raad van Beheer.

De Kennel Club van Groot-Brittannië en de Amerikaanse Kennel Club opereren zelfstandig en zijn niet aangesloten bij de FCI. Maar de FCI en de Amerikaanse en Engelse kennelclub hebben onderling wel afspraken gemaakt, onder andere over de erkenning van stamboekhoudingen.

De FCI heeft vijf secties: Europa, Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Australië. Jaarlijks vindt in iedere sectie een sectietentoonstelling plaats. De meeste activiteiten vinden plaats in de Europese sectie.

De FCI werkt met commissies. De Raad van Beheer is in die commissies vertegenwoordigd.

Takenpakket van de FCI
Het erkennen van één kennelclub per aangesloten land, het opstellen van regels waaraan alle leden zich dienen te houden alsmede de onderlinge afstemming van nationale reglementen.
Het toewijzen van tentoonstellingen en internationale kampioenschappen.
Het goedkeuren van beschrijvingen van rasstandaarden (deze gelden in alle aangesloten landen).
Het toewijzen van de organisatie van de jaarlijkse wereldtentoonstelling aan één van de leden.
Het organiseren van activiteiten en erkende wedstrijden op het gebied van de jacht.

De onofficiële organisatie ‘United Kennel Clubs International’
De United Kennel Clubs International (UCI) wordt niet erkent door de Fédération Cynologique Internationale (FCI), de American Kennel club (AKC) en de Kennel Club van Groot-Brittannië.
Uitwisseling van elkaars honden in de stamboeken kan dan ook niet. In Duitsland en België zijn ook al van deze vergelijkbare organisaties actief die ook in Nederland voet aan wal proberen te krijgen.
Beide opties (fokken zonder stamboom of registreren in een niet erkend stamboek) ondermijnen de gehele gedachte van verbreding van de genenpoule. Deze honden zijn immers voor goed verloren voor de FCI geregistreerde kynologie.

 

De Nederlandse Vereniging Hongaarse Staande Honden, 'Vizsla'
Een stamboom is een afstammingsbewijs - meer niet. De NVHSHV bevordert de registratie en fokken van honden met stamboom - rashonden - en is de enige vereniging in Nederland voor deze rassen, die door de Raad van Beheer en de FCI als zodanig is erkend.

Let op het FCI logo op de stambomen - hiermee kunt u deelnemen aan FCI-erkende internationale aktiviteiten zoals Wereldtentoonstellingen of de Crufts. Ook kunt u alleen dan deelnemen aan KNJV-proeven en Orweja veldwedstrijden.

Het UCI logo lijkt in sommige gevallen bedrieglijk veel op het FCI logo. Wees alert en vraag in geval van twijfel om raad bij de natonale Kennelclub of de rasvereniging.

Wanneer het FCI logo ontbreekt op de stamboom kunt u NIET deelnemen aan FCI aktiviteiten. Wellicht kunt u deelnemen aan UCI aktiviteiten, als die er zijn. De NVHSHV beschouwt honden met een UCI stamboom NIET als rashonden.

Er zijn ook fokkers die hun eigen stambomen maken - deze kunnen tegenwoordig bedrieglijk echt lijken, maar zijn ook niet FCI-erkend. Vraag altijd inzage in de papieren/stambomen van de ouders als u een pup wilt kopen, en laat de verkoper schriftelijk bevestigen wat voor stamboom u krijgt.
Aangezien een stamboom maar rond de € 55,- kost (2006) is het niet reëel als een fokker honden voor honderden euro’s goedkoper verkoopt, omdat u een hond zonder stamboom wil hebben. De oorzaak van een lage pupprijs ligt over het algemeen aan het feit dat de ouderdieren niet voldoen aan bepaalde voorwaarden op het gebied van gezondheid, welzijn (o.a. het aantal nesten dat zij werpen), exterieur en bewezen werkkwaliteiten.

Uw rasvereniging beschikt over de gegevens van in Nederland wonende Vizsla's. Bij twijfel kunt u bij ons, in ieder geval betreffende de in Nederland gefokte pups, terecht met uw vragen.

Wat is de waarde van een stamboom

De Vizsla Vereniging heeft géén richtlijn opgesteld voor de gangbare prijs voor een Vizslapup. Wanneer de vraag aan ons wordt gesteld wat een Vizsla kost, wordt het volgende geantwoord:

De prijs die gehanteerd wordt door de fokkers, voor een pup gefokt volgens de eisen van de vereniging, ligt ergens tussen de 900 en 1300 euro.

De eisen die hiermee bedoeld worden, zijn te lezen in het fokreglement van de vereniging. Het komt echter voor dat pups voldoen aan de regels van de Raad van Beheer. Deze drempel ligt een stuk lager. Zelfs gezondheidsuitslagen zoals een HD onderzoek, zijn hierin niet opgenomen. Ook een exterieureis behoort niet tot de zaken waaraan men als fokker moet voldoen om een stamboom te verkrijgen. Wel zijn er regels opgesteld voor het welzijn. Echter, wanneer een fokker hier niet aan voldoet, krijgt deze een sanctie opgelegd. Een stamboom wordt nog steeds verstrekt. Reden genoeg om veel vragen te stellen en oplettend te zijn bij een bezoek aan de fokker.

De NVHSHV beschouwt de aankoop van een pup als een zaak tussen fokker en koper. Ook wanneer er volgens de regels van de vereniging is gefokt. Daarom aanvaardt de vereniging geen aansprakelijkheid voor problemen met pups of problemen tussen fokker en koper. De vereniging raadt aan, geen pups te kopen waarvan de ouderdieren niet tenminste voldoen aan de primaire gezondheidseisen t.a.v. Heupdysplasie.

Om als fokker in aanmerking te komen voor pupbemiddeling, dient men lid te zijn van de vereniging, dienen de ouderdieren en het nest te voldoen aan het fokreglement en een positief fokadvies te hebben verkregen van de Fokadviescommissie.

Naar het voorbeeld van andere rasverenigingen en in overleg met fokkers wil de vereniging toewerken naar verschillende gradaties van nesten. Op grond van de door de NVHSHV aan de ouderdieren gestelde eisen ten aanzien van gezondheid, werk en exterieur, zullen deze nesten in de toekomst in A-, B- en C-nesten worden ingedeeld.

Ook werkt de vereniging toe naar het publiceren van nesten op de website. Ook hieromtrent moeten regels worden opgesteld. In overleg met het bestuur, de Fac en fokkers zal hier in de nabije toekomst vorm aan gegeven worden.

Waarom aanschaf via veilingsites is af te raden

Een andere mogelijkheid om een hond te kopen - de advertentie in de krant of via een veilingsite op internet - is ten zeerste af te raden. Vaak leidt dit tot teleurstelling. 

Als het om een enigszins bekend ras gaat, waarvoor in Nederland een rasvereniging bestaat, duidt de noodzaak tot adverteren er klaarblijkelijk op dat de fokker zich buiten de georganiseerde kynologie heeft geplaatst (dat wil overigens niet zeggen dat deze honden geen stamboom kunnen krijgen). Een dergelijke fokker houdt zich vermoedelijk niet of veel minder aan binnen de rasvereniging gemaakte fokafspraken. Het is nooit schadelijk om in dat geval toch nog eens even uw licht bij de rasvereniging op te steken.

 

Houdt de handel van look-a-likes niet in stand. Look-a-likes zijn honden die op een ras lijken. Zij hebben echter géén stamboom. Vaak zijn het handelaren die zich bezighouden met de verkoop van deze pups, waarvan niets bekend is over de achtergrond. Wie zijn de ouders en was de combinatie verantwoord (broer-zus of ouder-kind combinatie of ander ras ingekruisd) voor wat betreft inteelt en gezondheidsuitslagen.
Zoek eens op het woord "broodfokker" of "Puppymills" om te zien hoe de moeders van deze pups vaak worden uitgebuit.

Kijk eerst eens bij de overige advertenties van de aanbieder op Marktplaats. Als deze (vele) verschillende rassen aanbiedt, is het ten zeerste af te raden hier op in te gaan.

Vraag altijd of de welzijnsregels zijn nageleefd. (bijv: Wanneer was het laatste nest, hoe oud was/is de teef, hoeveelste nest is dit.) Een fokker krijgt toch stambomen voor zijn/haar pups als deze regels worden overtreden. Zij moeten weliswaar een boete betalen, maar helaas staat hier geen andere sanctie tegenover. Vraag er zelfs (of juist) naar bij die fokkers die om het hardst roepen dat zij aan de regels van een (buitenlandse) rasvereniging voldoen. Zorg er ten alle tijde voor dat u de moederhond kunt zien!

U vindt een stamboom niet belangrijk? Zonder een stamboom heeft u ook geen enkele garantie over de afstamming en de eventuele mate van inteelt, karakter en gezondheid van deze honden!! Fokken zonder stamboom is niet meer dan onverantwoorde vermeerdering en de aanschaf van pups uit deze nestjes houdt deze handel in stand.
Zonder stamboom (een Europees paspoort is géén stamboom) zijn het geen rashonden (meer) en er kan in de toekomst niet via de officiële weg mee gefokt worden. Honden zonder stamboom zijn tevens uitgesloten van (officiële) evenementen en tentoonstellingen. Het is een gemis dat er honden worden gefokt waar geen stamboom bij is, hoewel de ouders deze wel hebben. De honden zijn dan verloren voor het ras.

Stel uzelf en de fokker de vraag waarom de pups geen stamboom hebben. Maar al te vaak komt dit omdat elke loopsheid benut wordt (wat in strijd is met reglementen, waardoor men eenvoudigweg geen stamboom krijgt). Of de fokker houdt zich niet aan andere regels. Er is geen enkele legitieme reden waarom men niet de moeite zou nemen om stambomen voor de pups aan te vragen, anders dan dat er iets niet klopt.

Koop geen pups van tussenhandelaren. De moederhond moet altijd aanwezig zijn en bovendien moet u deze ook kunnen zien. Het importeren van meerdere pups (of een compleet nest) - jonger dan 3 maanden - zonder de aanwezigheid van de moederhond is verboden! Zoek eens op op het woord "broodfok" en houdt deze handel niet in stand!

Kruisingen tussen Draadhaar en Korthaar zijn niet toegestaan. Pups hieruit krijgen dan ook geen stamboom.

Kijk ook eens naar de rasstandaard. Een Vizsla kan enkel wat wit hebben op de borst en aan tenen. Een Vizsla heeft een leverkleurige (géén zwarte) neus en een blanke huid (dus géén zwarte oogleden) onder de vacht !

Wat betekent bejaagde ouders? Dit houdt in dat zij hebben geleerd samen te werken met de baas én met respect om te gaan met andere dieren en mensen. Dit kan 'getest' zijn op KNJV-proeven of veldwerkwedstrijden. De keurmeesters die deze samenwerking tussen hond en baas beoordelen, geven alleen die honden een certifcaat mee naar huis die hieraan voldoen. Doordat hier eeuwenlang op geselecteerd is, heeft de Vizsla de hond gemaakt zoals hij hoort te zijn. Let wel, vraag altijd naar behaalde certificaten (KNJV-diploma en/of veldwerkkwalificaties).

Ook is het van belang dat de ouderdieren gecontroleerd zijn op onder meer heupen, exterieur en werkkwalificaties. Het laatste is van belang, omdat dit de Vizsla de hond (heeft ge)maakt die hij hoort te zijn. Hier ligt de oorsprong van zijn fijne karakter. Helaas zijn er fokkers die het welzijn, op allerlei gebied, van de honden niet of onvoldoende beschermen. De fokker dient in het bezit te zijn van een certificaat van de Raad van Beheer waarop de HD uitslag staat aangegeven.

Bezint eer u begint telt vooral als u het voornemen heeft in het buitenland een Vizsla te kopen. De mogelijkheid de voorgaande punten te controleren is dan immers minimaal en foto's kunnen bedrieglijk zijn. Daarnaast moet men zich afvragen wat het met een pup doet een lange reis te moeten maken, terwijl zij met velen tegelijk worden verplaatst. Met alle stress van dien. Bovendien heeft men dan slechts garantie tot aan de auto en is er geen sprake van nazorg en begeleiding van de fokker. Hongarije is het land van herkomst van de Vizsla. Daar en ook in andere landen worden geweldige Vizsla's gefokt. Maar laat nooit een hond thuisbezorgen. Ga altijd de pup zelf halen, zodat je weet wat de achtergrond van de pup is en hoe de honden (ook de moeder) verzorgd worden!

Importeren van een Vizsla

Wanneer een pup (of oudere hond) is gekocht in het buitenland (en u wilt aan officiële activiteiten deelnemen) is het noodzakelijk dat de hond beschikt over een NHSB nummer (Nederlands HondenStamboek). Er geldt een aparte procedure voor inschrijving in de Nederlandse stamboekhouding. Op de website van de Raad van Beheer is meer info te vinden over het (op papier) importeren van een Vizsla. Voor Hongarije geldt bijvoorbeeld: 

Er moet een originele stamboom met vermelding 'export' aanwezig zijn.

De procedure is in het kort:

  • Vraag de export pedigree aan bij de fokker, waar de hond vandaar komt.
  • Maak een kopie, en houdt die zelf, voor alle zekerheid.
  • Originele export pedigree (aangetekend) én eventuele bijbehorende papieren (zie hieronder "Eisen per land"), voor alle zekerheid: aangetekend,opsturen naar de Raad van Beheer. Voeg hierbij een brief, waar alle gegevens (adres/tel.nr) van de nieuwe eigenaar opstaan met het verzoek de hond op te nemen in de Nederlandse stamboek. Adres:
    Raad van Beheer
    Postbus 75901
    1070 AX Amsterdam
  • De afdeling Importhonden controleert of de stamboom afkomstig is van een door de FCI erkende stamboekhouding. Is alles in orde dan krijgt de eigenaar een ontvangstbevestiging, zodat de hond voorlopig als geaccepteerd kan worden beschouwd.
  • De eigenaar krijgt eerst een rekening van € 64,- (ovb).
  • Op deze rekening geeft de Raad van Beheer een tijdelijk NHSB nummer mee (dit nummer kan de eigenaar al gebruiken, totdat hij zijn export pedigree met de officiële NHSB nummer en stempel terug krijgt).
  • De hond behoud dus zijn originele pedigree waar zij vandaan komt.
  • Nadat de rekening betaald is komt een identificeerder van de Raad van Beheer controleren of de hond voldoet aan de op de stamboom vermelde identificatie. Ontbreekt zo´n identificatie op de stamboom en heeft de hond zelf er ook geen (zoals een chip), dan wordt de hond voorzien van een transponder (chip) van de Raad van Beheer.

Via deze link is de volledige uitleg hierover te lezen:
 http://www.raadvanbeheer.nl/rashonden/stamboom-aanvraag-procedure/importeren-van-een-rashond/


Let op: als het de bedoeling is een importhond, die in het buitenland nog niet van een identificatie is voorzien die ook op de stamboom is vermeld, in het NHSB te laten inschrijven dan mag deze alleen gechipt worden door een medewerker van de Raad van Beheer. 
Als een in het land van herkomst geplaatste en op de stamboom vermelde chip bij de dierenarts niet leesbaar zou zijn, mag er ook dan geen andere bijgezet worden. De Raad kan die chip namelijk met speciale apparatuur die ook niet-ISO transponders kan lezen wel opsporen.
Heeft u de hond tussentijds, voor de controle door een medewerker van de Raad van Beheer, door de dierenarts een chip laten geven, dan loopt u een risico dat de hond wordt opgenomen in de bijlage G-0, met alle gevolgen van dien (onder andere dat de hond geen internationaal kampioen kan worden).

Vervolgens wordt de stamboom gecontroleerd op zijn juistheid en afhankelijk van de afstamming wordt de hond ingeschreven in het hoofdstamboek dan wel één van de bijlagen.
De eigenaar van de hond ontvangt de oorspronkelijke stamboom retour met daarop een vermelding van het Nederlandse Hondenstamboeknummer, de registratiegegevens en een stempel van de Raad van Beheer.

Eisen per land:

België
De Belgische stamboom van Sint Hubertus dient te zijn voorzien van een ’rood’ exportstempel.

Duitsland*
De stamboom uitgegeven door de Duitse rasvereniging dient te zijn voorzien van een zogenaamde ’Anerkennung für das Ausland’, afgegeven door de VDH (Verein für das Deutsche Hundewesen).

Frankrijk
Er moet een exportpedigree zijn van de Société Centrale Canine.

Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Luxemburg
Geen speciale vereisten, anders dan originele stamboom van de officiële Kennelclub in dat land.

Groot-Brittannië
Er moet een export pedigree zijn van The Kennel Club.

Amerika, Canada
Er moet een export pedigree zijn van de American Kennel Club of de Canadian Kennel Club tezamen met een formulier van eigendomsoverdracht. Export pedigrees of stambomen van andere, niet erkende Kennel Clubs (bijvoorbeeld de UKC) worden niet geaccepteerd!

Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland
Export pedigrees zijn vereist van de verschillende officiële Kennel Clubs.

Hongarije
Er moet een originele stamboom met vermelding ’export’ aanwezig zijn.

*Aanvulling Import Duitsland: Jachthonden
Bepaalde jachthondenrassen mogen in Duitsland op verzoek alleen gecoupeerd worden indien de eigenaar in het bezit is van een Jachtakte c.q. de honden voor de jacht gebruikt worden. Het couperen is in dit geval dus wettelijk toegestaan.

 

bron: Raad van Beheer op Kynologisch gebied

 

Reu of teef

De keuze voor een reu of teef is een keuze die u persoonlijk moet maken.

Hoewel een teef makkelijker lijkt in omgang moeten we niet vergeten dat een teef 2 x per jaar loops (bij Vizsla's gemiddeld elke 9 maanden) is en last kan hebben van schijndrachten, waarbij ze behoorlijk van karakter kan veranderen. Een reu heeft dergelijke schommelingen niet zo zeer. Misschien zijn reuen wat eerder dominant aangelegd maar er zijn ook behoorlijk dominante teefjes. Het belangrijkste is dat u een hond neemt die bij u past en daarbij op de juiste manier opgevoed wordt. U bent de baas.

Uiteraard is een bezoek brengen aan een tentoonstelling of een andere (door de rasvereniging) georganiseerde activiteit heel handig bij het maken van de beslissing.

De gangbare leeftijd dat een pup het nest verlaat

In de Nederlandse wet (Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren) is dit geregeld in het "Besluit scheiden van dieren" waarin vermeld staat dat de minimumleeftijd voor het scheiden van het ouderdier is toegestaan voor honden en katten vanaf 7 weken.

De meeste pups gaan bij de moeder weg wanneer zij ongeveer 8 weken oud zijn. In ieder geval mogen hondjes bij een fokker niet weg voordat zij gechipped zijn. Tegenwoordig krijgen pups een chip ingebracht, waarmee dierenartsen en asiels gemakkelijk kunnen achterhalen om welk hondje het gaat. Het puppy heeft overigens geen last van deze chip. Let er dus op dat het puppy een chip heeft gekregen voordat hij of zij het nest verlaat.

Een puppy mag gerust ouder dan 8 weken zijn en heel af en toe komt het voor dat pups het nest al bij 7 weken verlaten. Zeker wanneer het hondje later zal moeten werken (schapenwerk, blindengeleidehond), komt het vaak voor dat hondjes al op jonge leeftijd het nest verlaten, juist vanwege de belangrijke eerste fase waarin veel geleerd kan worden.

Wanneer het hondje ouder is dan 8 weken dient u goed op te letten hoe het dier gehuisvest is. Wanneer de pup ergens achteraf in een schuur of kennel zit, dan is de kans groot dat het weinig impulsen van buiten heeft gehad. Juist in de eerste weken van zijn puppyleven is inprenting erg belangrijk. Een hondje dat geen andere honden, mensen, kinderen of geluiden heeft opgevangen zou bang kunnen zijn en moeite hebben zich te ontwikkelen tot een normale huishond. Wanneer het puppy binnen opgroeit, en deel uitmaakt van de roedel zal het geen bezwaar zijn wanneer het hondje iets ouder is. Hoewel het wel beter is, gezien de zogenaamde angstfase vanaf de leeftijd van ongeveer 9 weken, alle indrukken die de pup vóór die tijd heeft opgedaan zal hij/zij ervaren als gewoon. En dat is goed voor een gezonde ontwikkeling.

De chip

Tegenwoordig worden alle pups gechipt. Dit is een vervanging van het vroegere tatoeëren van de oren. De chip is heeft de breedte van een rijstkorrel en is zo’n anderhalve centimeter lang. Met een speciaal apparaat dat bijvoorbeeld de dierenarts heeft is te achterhalen wat het registratienummer en dus de identiteit van de hond is. Het chipnummer wordt geregistreerd op de stamboom.

Ook heeft de chip nog een andere functie. Door de pup te laten registreren bij de NDG (het aanmeldingskaartje wordt door fokker meegegeven) is de hond, in geval van bijvoorbeeld weglopen, weer snel terecht. Het registreren is niet duur en zeer de moeite waard.
(zie ook www.databankgezelschapsdieren.nl)

Voeding, hoe te voeren

Vaak verkoopt de fokker een zak voer mee. Hetzelfde voer als zij gewend zijn. Het belangrijkste argument hierbij is dat het overgaan op ander voer stress met zich meebrengt en dat hebben de pups de eerste dagen in hun nieuwe leefomgeving al genoeg. Over het algemeen betreft dit een compleet (puppy)voer. Daarom is het ook niet nodig en zelfs eerder schadelijk om componenten als bijvoorbeeld eiwit toe te voegen.

De pups zijn gewend 4 keer per dag hun voeding te krijgen. Op de verpakking staat precies aangegeven door middel van een schema hoeveel ze totaal per dag moeten krijgen. De hoeveelheid voer van de pup wordt bepaald door het huidige gewicht van de pup. Met een leeftijd tussen de 7 à 8 weken is dat tussen de 5 en 5 ½ kg. Soms wordt als uitgangspunt het uiteindelijke gewicht van de hond genomen. Bij de Vizsla is dit ongeveer 25 à 30 kg.

Het beste kan de voeding gegeven worden op een vaste plaats (bench) en op vaste tijdstippen.

Op een leeftijd van 3 maanden kan het aantal voedingen terug gebracht worden naar drie keer per dag en na 6 maanden naar 2 maaltijden per dag. Op een leeftijd van 12 maanden, of desgewenst eerder, kan overgestapt worden op Adult (volwassen) voer. Een enkel merk heeft voor de fase van 6 tot 12 maanden een junior voeding.

Het is van groot belang om rust in te lassen voor en na het eten. Dit in verband met een eventuele maagkanteling. Een half uur is mooi, maar een uur nog veel beter. Wanneer de hond met een volle maag gaat rennen en druk doen, bestaat er een kans dat de maag van de hond om zijn as draait. Dit is een zeer dreigende situatie.

Om een goede nachtrust te garanderen is het aan te raden de pup even (half uur) voor het slapen gaan de laatste maaltijd te geven.

Wanneer nieuwe baasjes na verloop van tijd op ander voer willen overgaan is dit geen enkel probleem mits dit geleidelijk gaat. Wij raden aan gedurende een week het voer te mengen, waarbij het percentage van het nieuwe voer steeds meer wordt.

Let erop dat de hond niet te dik wordt. Mensen denken soms dat zij hun liefde kunnen tonen door veel eten en snacks te geven. Dit is wellicht goed bedoeld, maar is zeer slecht voor de gezondheid van de hond. Het gevolg is zelfs vaak dat hiermee het leven van de hond verkort wordt. Door de hond langs de zijkant te aaien is te controleren of de hond op het juiste gewicht is. Als de ribben te voelen zijn, maar niet te zien, is hij/zij goed op gewicht.

Voeding, wat te voeren

Er zijn allerlei stromingen binnen de hondenwereld, die er verschillende visies op nahouden. Hieronder een korte uitleg over de manier van aanpak wanneer u uw pup brokken voert. 

Pupvoeding moet tot 12 maanden worden gegeven, zoals ook wordt voorgeschreven door de voederfabrikanten. Alleen dan ben je verzekerd van de juiste hoeveelheid/verhouding van de voedingstoffen. De uiteindelijke grootte van de hond is al in de genen vastgelegd. Daar is de voeding niet direct op van invloed. Tenzij het om zeer mineraalarme voeding gaat en de hond daardoor kleiner zou blijven. Het doel van pupvoeding is juist dat ze de groei doormaken mét de juiste voedingsstoffen, zodat de juiste basis gelegd wordt. Snelle groei en uiteindelijke grote van een hond is niet te beïnvloeden door voeding.

Wat wel heel belangrijk is dat een pup nooit dik mag zijn, mager/schraal houden is het meest gezonde. Daarmee wordt overbelasting van botten/pezen en gewrichten voorkomen.

Een medium voeder is meest geschikt, want anders zal hij/zij te mager worden. Large breed is niet nodig voor een Vizsla. Calorieën in een Large breed voeder zijn aangepast (lager) en dus zal een vizsla té mager worden. Dit geldt al helemaal voor volwassen voeding. Daarbij is het gevaar aanwezig dat de calcium/fosforverhouding verstoord raakt omdat een pup van volwassenvoeding meer moet eten om aan de nodige calorieën te komen. Gevolg is dat de de pup dan meer calcium/fosfor per kg/lichaamsgewicht binnenkrijgt dan gewenst wat dus juist groeipijnen zal veroorzaken (enostosis).

Goed onderhoud van het gebit is te bereiken met voldoende kauwbotten en een flostouw. Daarnaast is wekelijks poetsen, speciale kauwstrips met enzymen en de speciale Dental Bones van Nylabone (wel kostbaar) zeer aan te bevelen.

Spelen en speelgoed

Spelen, spelen en nog eens spelen. Voor een goede band met de pup is dit van het grootste belang. Het baasje moet immers het leukste van alles zijn voor de pup. Hiermee is ook goed te bepalen wie de roedelleider is (wij dus) en spelender wijs wordt duidelijk gemaakt wat wel en niet kan. Laat de pup overigens ook eens winnen (meestal wint het baasje) met bijvoorbeeld een trekspelletje, dit is goed voor het zelfvertrouwen en alleen verliezen maakt zo’n spelletje al gauw tot iets vervelends. Bedenk wel dat het baasje altijd als laatste wint. De rangorde moet duidelijk zijn en wordt dus mede bepaald door de manier van spelen. De regel bij het spelen is dat het baasje bepaalt of en wanneer er gespeeld wordt en wanneer dit weer stopt.

Als de pup (door het vele spelen met) de baas het allerleukste vindt dat er bestaat zal hij/zij ook zeker goed gehoorzamen. Hij/zij wil het baasje graag plezieren. Wanneer bijvoorbeeld de pup aan het spelen is met een andere hond en de baas wil verder. Maak je dan klein (op de hurken), praat leuk tegen de kleine en zeg het commando hier. Het kleinmaken van het baasje maakt het komen voor de pup gemakkelijker. Uiteraard kunnen koekjes een goede manier zijn het baasje nog leuker te maken (gebruik dit echter niet altijd, het moet gaan om het baasje en niet het eten).
 
Wanneer de pup zichzelf aan het vermaken is, stoor hem/haar dan niet. Het is prettig wanneer ze zichzelf kunnen 'entertainen' als ze alleen thuis zijn of het baasje een ‘mindere’ dag heeft. Er is speelgoed op de markt dat hier uitermate geschikt voor is (bijvoorbeeld de Kong). Vraag ernaar bij de dierenwinkel.

Spelen met andere honden is goed voor de socialisatie. Probeer de pup in contact te brengen met alle soorten en maten honden. Zo leert hij/zij goed omgaan met de hondentaal. Er gaat niets boven het kijken naar spelende honden. Onderling communiceren de honden met vaak zeer subtiele houdingsveranderingen, die wij als mensen niet altijd herkennen of zelfs oppikken. De pup heeft als bescherming dat andere honden hebben geleerd dat kleintjes ontzien moeten worden. Zij hebben immers nog een hoop te leren. Raak niet in paniek als er gepiept wordt door de pup na een grauw van een volwassen hond. Dit duurt slechts een paar seconden en is een onderdeel van het leerproces.

Soms echter gaat het ook minder gezellig en duurt het grauwen langer. Zodra de pup zich onderdanig opstelt, d.w.z. staart laag kwispelend, bek van de andere hond likken en/of zelfs op de rug liggen en de andere hond gaat door met zijn aanval, zorg dan dat de andere hond weggaat door bijvoorbeeld een luide schreeuw te geven en te imponeren. Ook de hulp van de eigenaar kan worden ingeroepen. Een nare ervaring kan de pup een leven lang bijblijven. Wanneer het baasje hierbij kan ingrijpen (als het echt tever gaat) zorgt dit ook weer voor een sterkere band met de hond. Meestal echter is er niets aan de hand en weten de honden er onderling goed uit te komen.

De Bench

Een bench is een zogenaamde kamerkooi. Een kooi heeft voor veel mensen een nare bijklank, maar in dit geval gaat dat niet op. Een bench is de ideale opvoedhulp. Hierin kan de pup geen kwaad en dus geen verkeerd gedrag aanleren. Zodra de pup eruit mag kan het baasje hem/haar in de gaten houden en indien nodig corrigeren.
Het is ook een rustplaats, wat voor de hond tevens geborgenheid betekent. De belangrijkste reden voor het gebruiken van een bench is het creëren van zijn/haar eigen veilige plek. Met (kleine) kinderen is het dan ook goed de afspraak te maken dat wanneer de pup in de bench (of mand) ligt deze met rust te laten. De pup heeft dit snel genoeg in de gaten. Zodra het hem/haar teveel wordt zal de rust van de bench gezocht worden. Het is belangrijk dat de pup altijd vrij toegang heeft tot de bench, laat het deurtje dan ook open staan. Ook wanneer hij/zij erin zit en het niet (altijd) nodig is de pup op te sluiten.
Door de hond eten te geven in de bench, wordt dit verblijf met iets positiefs geassocieerd. Maak van de bench iets wat prettig is. Om de pup hier geleidelijk aan te laten wennen zijn de volgende tips handig:

Doe niet direct het deurtje dicht;
Aai de pup in slaap terwijl hij/zij erin gaat;
Doe er wat leuke speeltjes in;
Speel met de pup terwijl hij/zij de bench ingaat.
Geef hem een snoepje mee de bench in (geen buffelhuidbotje).

Mocht de pup gaan huilen of blaffen, bestraf dit niet (negatieve aandacht is ook aandacht). In dit geval is negeren de beste remedie. Wacht tot de pup ongeveer 20 à 30 seconden stil is en ga dan pas de kamer binnen. Zo leert de hond dat blaffen een zinloze actie is en tot niets leidt. Ook het blaffen als de hond alleen wordt gelaten is hiermee af te leren. Dus ga nooit de kamer binnen wanneer de hond huilt of blaft.

Gebruik de bench nooit als strafplaats. Een moet een plek van rust, veiligheid en gezelligheid blijven!

Socialisatie

Voor ons is de buitenwereld (maar ook in huis) een bekende omgeving. Voor de pup is alles vreemd en nieuw. Harde geluiden kunnen de pup doen schrikken, een paraplu is een vreemd voorwerp, een vuilniszak kan bedreigend zijn, mensen met pet of bril enorm raar en ga zo maar door. Het is van groot belang dat wij doen alsof dit alles de normaalste zaak van de wereld is. Vestig er geen aandacht op en reageer zeker niet op een eventuele schrikreactie van de pup. Reageer gewoon, zoals je altijd reageert. Troosten is uit den boze. Hiermee vertellen we de pup dat zijn schrikreactie terecht is en dat is het niet.

De pup moet wennen aan zaken als bussen, trams, auto’s, scooters, voertuigen met sirenes, etc. Kortom alles wat in een stad voor kan komen moet de pup leren kennen (liefst) vóór hij 12 weken oud is. Zijn er speciale omstandigheden waarvan je vindt dat de hond dit later normaal moet vinden, dan is de periode vóór 12 weken de uitgelezen kans hem/haar hiermee kennis te laten maken. Denk aan kamperen, geweerschoten, varen, etc. Op latere leeftijd kan de hond hier meestal ook nog wel aan wennen, maar dit zal meer moeite kosten. Er zijn speciale cd’s in de handel met een grote variëteit aan geluiden. Ook onweer komt hierop voor.

De pup doorloopt een aantal levensfases, welke allemaal een eigen aanpak vereisen:

1ste tot 4de week: Eten, slapen en groeien is waaruit deze fase bestaat. Met twee weken gaan de oogjes open en met 18 dagen kunnen ze hiermee ook wat zien. Rond dezelfde tijd ontwikkeld zich het reukvermogen en gaan de oortjes steeds verder open.
3e tot 9de week: Inprentingperiode. Alle indrukken die de pup buiten zijn nest opdoet, onthoudt hij/zij voor de rest van zijn/haar leven en zijn dus gewoon. Maak in deze periode de pup vertrouwd met zo veel mogelijk verschillende dingen en situaties.
9de tot 12de week: Socialiseringperiode De pup staat erg open voor allerlei indrukken en leert snel. Alle eerste indrukken zijn zeer bepalend voor het toekomstige gedrag van de hond. Dit houdt ook in de dat pup niet teveel negatieve ervaringen mag opdoen. Dan zal hij/zij namelijk uitgroeien tot een angstige hond. Maak van een negatieve ervaring zo snel mogelijk weer iets positiefs. Bijvoorbeeld een nare ervaring met een zwarte hond moet worden opgeheven door een positieve met een (andere) zwarte hond.
12de tot 16de week: Rangordeperiode. De pup bepaalt zijn toekomstige plaats in de ‘roedel’. Deze periode is min of meer te vergelijken met de puberteit bij kinderen. Het kan zijn dat de pup gaat uitproberen tot hoever hij/zij kan gaan en dus hoger op de rangordeladder probeert te klimmen. Er zijn tal van ‘handigheden’ om te bevestigen dat het baasje en alle gezinsbaasjes hoger staan in rang:
De baas eet eerder (en lekkerder).
De baas gaat eerst door de deur naar buiten.
De hond gaat vaker naar de baas toe dan anderom.
De baas mag altijd aan het eten komen van de hond.

Een snel verplaatsend ‘object’ zoals bijvoorbeeld een fiets, kat of paard is vaak reuze interessant voor de pup. Ook hier geldt; vestig er geen aandacht op, maar stop de hond wel direct af wanneer deze in de achtervolging wil gaan wanneer deze losloopt. Een krachtig en streng nee is zeker voor een Vizsla in zijn pupperiode vaak afdoende om hem/haar te laten stoppen. Zodra de pup weer trug komt op dat moment is hij/zij natuurlijk Braaf en dat moet dan ook duidelijk gemakt worden aan de hond. Een aai, een (eet)beloning en veel lieve woorden. De pup heeft voor de baas gekozen en dat is altijd goed.

Probeer attent op de taal van de hond te zijn. Zodra deze zijn/haar lip optrekt of gromt, is dit een duidelijk signaal dat de hond iets niet wil. Dit hoeft zeker niet met agressie te maken te hebben. Eerder is dit een teken van angst wat, als de dreiging niet ophoudt, gevolgd zou kunnen worden door een angstbeet. Honden begrijpen onderling deze taal uitstekend en zullen over het algemeen de angstige hond met rust laten. Voor ons geldt dan ook; probeer de oorzaak van de angstreactie voor de hond weg te nemen.

Zindelijkheid

Tijdens het verblijf bij de fokker hebben de pups in het beste geval al aardig geleerd dat het de bedoeling is buiten hun behoefte te doen. Een ongelukje kan natuurlijk altijd gebeuren met zo’n kleine blaas. Straf de pup niet wanneer hij of zij binnen plast of poept. De pup is niet gewend zijn behoefte op te houden en zal niet begrijpen wanneer hij of zij gestraft wordt in het geval van een ongelukje. Ook het drukken van de neus in het plasje is totaal zinloos. In het ergste geval denkt de hond zelfs dat het zijn/haar behoefte helemaal niet mag doen en zal het vervolgens proberen op te eten of te drinken om het baasje te behagen.

Wel kan men op dat moment (wanneer de pup gaat zitten om een plas of poep te doen) nee (foei) zeggen, zonder verder ophef te maken. Ga vervolgens toch direct nog met de pup naar buiten, zonder eerst het ‘ongelukje’ op te ruimen. Wanneer de pup zijn/haar behoefte op de gewenste plaats doet, prijs hem dan de hemel in. Prijs hem/haar pas op het moment dat het daadwerkelijk zijn behoefte doet. Hierbij geldt dat timing het halve werk is. Door telkens een woord hierbij te gebruiken (dus: ‘ja, braaf plassen’) kan de hond op den duur ook redelijk op commando zijn behoefte doen.

Geef de pup vaak de kans om het goed te doen. Het gaat er over het algemeen om hoe 'zindelijk' wij als baasje zijn. Ga dus na het slapen, spelen en eten met hem/haar naar buiten. Dit is erg intensief, maar betaalt zich zeker terug doordat de pup snel zindelijk zal zijn.

De pup heeft vaak al kranttraining gehad. Dit wil zeggen dat er altijd een krant op de grond heeft gelegen voor het geval dat. Verschuif de krant steeds wat dichter naar de buitendeur. Zo zal de pup eraan wennen daar te wachten (en het dus aan te geven) wanneer hij/zij naar buiten moet.

Het kan voorkomen dat de pup in bepaalde situaties een vreugdeplasje of angstplasje (als teken van nederigheid naar bijvoorbeeld een andere hond toe) doet. In beide gevallen mag de pup ook hiervoor niet bestraft worden. Schenk hier opnieuw geen aandacht aan. Jonge honden hebben tot een leeftijd van 5 à 6 maanden geen volledige controle over hun blaas en kunnen hier niets aan doen. Ook ‘gewone’ ongelukjes kunnen tot die leeftijd voorkomen. Dat gaat vanzelf over! Wanneer men het op wat voor manier dan ook zou bestraffen is de kans groot dat de hond dit zijn hele leven blijft doen!

Consequent zijn

Een pup is gemakkelijk op afstand te corrigeren door hem of haar de betekenis van het woord 'nee' of 'foei' goed bij te brengen. Telkens wanneer een pup iets doet wat niet mag (binnenshuis) kan men een klein kneepje in de nek geven waarbij duidelijk nee (of foei) wordt gezegd. De moederhond heeft de kleine ook met een beet in de nek gecorrigeerd. Na een paar dagen kan het kneepje weggelaten worden. De pup heeft een woordbetekenis (de klank) geleerd. Het is belangrijk dat de pup van iedereen dezelfde commando’s krijgt. Voor te gaan liggen kan men bijvoorbeeld down, liggen of af gebruiken. Maak dus een keuze uit deze drie. Gebruik ook liever geen hele zinnen. De hond moet zich dan erg concentreren het juiste woordje te horen, waardoor het lijkt dat hij/zij niet gehoorzaamt.

Wanneer besloten is dat de pup iets niet mag, houd dit dan ook vol. De ene keer wel en de andere keer iets niet mogen is verwarrend en de hond zal dit niet begrijpen. Wees dus consequent. Spreek binnen het gezin goed en duidelijk vooraf af wat wel en niet kan. Bijvoorbeeld: mag de hond niet op de bank als hij groot is, sta dat dan nu ook niet toe; mag hij niet tegen mensen opspringen als hij een volwassen hond is, dan ook nu niet, etc. Vindt men het leuk dat de hond dit af en toe toch doet, verbindt er dan een duidelijk commando aan en sta het ook alleen toe wanneer dit commando gegeven is.

Wanneer de pup nee heeft gehoord bij een bepaalde handeling en toch het verkeerde gedrag herhaalt of zelfs niet ophoudt, dient het baasje steeds iets harder op te treden. De correctie heeft dan namelijk de eerste keer (en tweede, derde…) onvoldoende indruk gemaakt. De pup moet wel weten wie de baas is. Het is moeilijk, maar zwicht niet voor het lieve kopje als hij/zij ongewenst gedrag vertoont. Nu is het moment een goede basis voor de toekomst te leggen. Dat begint al op de eerste dag dat de pup in huis komt!

De stem is een handig instrument de pup duidelijk te maken of iets (on)gewenst is. Een hoge, vriendelijke stem is bedoeld als beloning. Een lage, barse stem wanneer gecorrigeerd wordt of wanneer een na één (of meerdere keren) een commando niet opvolgt. Begin met het geven van een commando met een neutrale stem. Vergeet niet de hond te belonen (met stem of brokje) wanneer het commando goed wordt uitgevoerd!
Een eenmaal gegeven commando moet opgevolgd worden. Ook al is de zin hiervan niet meer aanwezig.

Geef alleen een commando op het moment dat ze opgevolgd kunnen worden. Wanneer de hond bijvoorbeeld midden in een spelsituatie zit, wacht dan tot dit (even) ophoudt. Door onophoudelijk te blijven roepen, zonder reactie van de hond, leert men de hond ongehoorzaam te zijn! Wanneer na één à twee keer roepen de hond niet gehoorzaamt, is het beter hem/haar op te halen en (even) aan te lijnen.
Honden kunnen tellen. Maak er geen gewoonte van alles drie keer te moeten vragen. Probeer de hond (met behulp van de stem) na één keer te laten luisteren.

Corrigeer ongewenst gedrag op het moment dat het uitgevoerd wordt of meteen erna (binnen een seconde). Gebeurt dit niet, dan weet de hond vaak niet waarvoor hij/zij gestraft wordt en kan dan zelfs onzeker en angstig gedrag gaan vertonen. Door de hond stevig over de snuit te pakken en/of met dreigende stem bijvoorbeeld nee of klaar of hou daarmee op, maakt het baasje duidelijk dat iets niet de bedoeling is.
Straf nooit achteraf. Mensen zeggen wel eens dat de hond schuldig kijkt en wel weet wat hij/zij fout heeft gedaan. Dit is absoluut niet waar. De pup kan ‘schuldig’ kijken, omdat hij/zij uit eerdere gevallen heeft meegemaakt dat het baasje zomaar boos wordt en is dus bij voorbaat angstig. Dit heeft dus niets te maken met hetgeen waar hij op dat moment voor gestraft wordt!

Het beste is te voorkomen dat ongewenst gedrag wordt vertoond. Dit door zijn/haar gedrag dat gaat komen, te proberen in te schatten en vooraf duidelijk, hard en dreigend nee te roepen. Stopt de hond, beloon hem dan kort met de stem en laat hem/haar ander gedrag vertonen door afleiding te zoeken (een bal, speeltje). Belangrijk is te weten dat: gewenst gedrag belonen heeft meer effect dan ongewenst gedrag (steeds) corrigeren.

Mocht de pup gedrag vertonen (bijvoorbeeld blaffen) wat ongewenst is en het over de snuit pakken, al of niet in combinatie met nee, helpt niet, probeer het gedrag dan eerst te negeren en vraag bij een (ervarings)deskundige om raad. Wanneer u lid bent van de vereniging heeft u ook toegang tot het forum. Hier zijn ervaringsdeskundigen actief, die graag raad geven. 

Laat kinderen niet eindeloos (en zonder reden) de hond bij de naam roepen. De attentiewaarde van de naam zal aanzienlijk minder worden en soms reageren de honden na verloop van tijd helemaal niet meer op hun naam.
Laat kinderen nooit alleen met de hond! Zie voor meer informatie het onderwerp: Kinderen en honden.

Kinderen en honden

Hoewel de Vizsla een vriendelijke hond is, is het absoluut niet de bedoeling kinderen en honden alleen in één ruimte te laten verblijven. Ook andere zaken zijn van wezenlijk belang hieronder een aantal tips.

Als er kinderen en honden in het spel zijn dan hebben de volwassenen een dubbele verantwoordelijkheid. De hond heeft er recht op dat hij zijn eigen plaats in huis heeft en dat iedereen, ook de kinderen, er rekening mee houdt dat de hond een hond is en dat hij nu eenmaal andere communicatievormen kent dan de mens.

Nooit alleen
Kinderen en honden mogen nooit alleen gelaten worden. Een hond leeft volgens heel andere regels dan een kind dat doet. Ze hebben elk een eigen taal en daardoor kunnen er gemakkelijk misverstanden ontstaan. Niet omdat één van beide verkeerde bedoelingen heeft, maar eenvoudigweg omdat ze elkaar niet begrijpen. Als een kind iets ziet dan gaat het er naar toe om te kijken wat er is. Kinderen zijn nu eenmaal nieuwsgierig. Bekijk je dit vanuit de hond dan ziet de hond dat het kind naar hem toekomt. Volgens de regels m.b.t. de rangorde is het zo dat de lagere in rang naar de hogere toekomt. Dus door het feit dat het kind naar de hond toegaat betekent dit voor de hond al gauw dat hij hoger is in rang en dat geeft hem het recht om het kind te corrigeren als dat niet naar hem "luistert". Dat corrigeren doet hij bijvoorbeeld door waarschuwend te grommen. Voor een kind is dit vaak een uitnodiging om nog dichterbij te komen. Dat geluid dat uit een hond komt is toch wel erg interessant. Vervolgens corrigeert de hond nog duidelijker, misschien eerst door zijn lip op te trekken, maar uiteindelijk is bijten voor de hond vaak de enige oplossing. Is de hond dan vals omdat hij gebeten heeft? Nee, hij heeft alleen maar gereageerd op de manier die hij kent en die door zijn instinct wordt ingegeven. De hond mag voor deze waarschuwingssignalen nooit bestraft worden. Wanneer men dit zou doen, komt een eventuele beet in het vervolg zonder aankondiging.

Omgangsregels
Belangrijk is dat het kind weet dat de hond met rust gelaten moet worden als hij in zijn mand of bench ligt (of slaapt). Dat is zijn plek en daar moet hij zich terug kunnen trekken op de momenten dat hij er behoefte aan heeft. Als het kind met de hond wil spelen als hij weer wakker is dan kan hij het beste de hond naar zich toeroepen. Sjor- en trekspelletjes zijn en is hoger in rang komen dan het kind. Zoek- en apporteerspelletjes zijn wel erg geschikt. Let er ook op dat het kind de hond niet zelfstandig opdrachten geeft. Geeft het kind een opdracht en voert de hond dit niet uit, dan stijgt hij weer een beetje in de rang want het kind is nog niet in staat om er voor te zorgen dat de opdracht inderdaad uitgevoerd wordt. Als het kind de hond een opdracht mag geven, bijvoorbeeld "zit" dan moet er dus altijd een volwassene bijstaan om te helpen dat het commando wordt uitgevoerd.

Zowel met de eigen hond als met vreemde honden is het van belang het kind te leren hoe deze het beste benaderd of zelfs geknuffeld kan worden. Een hand op de kop is voor veel honden een bedreigend iets. Eerst laten snuffelen aan een open en lage hand is goed. Vervolgens langs de snuit aaien of onder de kin is voor een kennismaking de beste manier. Wanneer kind en hond elkaar beter kennen en er geknuffeld word, mag dit geen voor de hond beangstigende en hele stevige omhelzing zijn. Ook is trekken aan oren, staart en dergelijke geen juiste manier van omgang.
Wanneer er eten in de buurt is, is extra oplettendheid geboden. Sommige honden kunnen fel reageren als het om deze 'primaire levenbehoefte' gaat. Laat de hond met rust als deze eet, laat kinderen niet met eigen etenswaren voor de neus van de hond zwaaien. Het beste is het honden- en menseneten gescheiden te houden.

Kleine kinderen mogen de hond ook nooit alleen uitlaten. De hond kan nog zo lief zijn, maar hij kan altijd een andere hond tegenkomen die minder lief is en waarmee hij in een gevecht verwikkeld raakt. Ook enorm enthousiamse van de hond naar een andere hond of mens kan ervoor zorgen dat he kind de hond niet meer onder controle heeft. Een kind weet dan niet hoe het moet reageren, raakt wellicht in paniek en houdt er samen met de hond een traumatische ervaring aan over. Vanaf welke leeftijd het verantwoord is is moeilijk te zeggen. Dat verschilt natuurlijk per kind en per hond. Voor kinderen onder de 12 jaar is het sowieso niet aan te bevelen en daarboven hangt het van het kind af. Hoeveel overwicht heeft het kind en hoeveel begrijpt het van honden.

Andere honden
Bij het tegenkomen van een vreemde hond is het van belang het kind te leren eerst aan de eigenaar moet vragen of het de hond mag aaien. De meeste honden zijn heel tolerant t.o.v. kinderen maar er zijn ook honden die niet of nauwelijks aan kleine kinderen gewend zijn. Wanneer een hond zich bedreigd voelt en geen kant op kan, zijn nare reacties niet vreemd.
Wanneer een onbekende hond het kind benaderd, leer het kind dan dat stilstaan de beste manier van reageren is met de daarbij de armen omlaag, nie gillen en liefst de hond niet aankijken. Wanneer het kind dit wel wel zou doen: rennen, gillen en met de armen zwaaien, dan wordt de hond alleen maar geactiveerd om door te gaan met springen of erger. Het aankijken kan door een vreemde hond als bedreigend worden ervaren en hij zal ook daarop reageren.

Conclusie
Het bovenstaande wellicht de indruk dat kinderen en honden niet goed samengaan. Het tegendeel is echter waar, mits er maar goede begeleiding aan gegeven wordt en er ten alle tijde toezicht is. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat kinderen die opgroeien met een huisdier zich beter ontwikkelen omdat ze met het dier een emotionele band kunnen aangaan. Wanneer dit allemaal in goede banen geleid wordt, zal de hond een prettig gezinslid zijn.

Bijtgedrag

Het is voor pups heel gewoon dat ze in allerlei zaken willen bijten. Net als kinderen om de wereld te ontdekken, maar ook om (op termijn) de pijntjes van de tanden(wisselen) weg te knauwen. Over het algemeen zal het bijtgedrag na verloop van tijd verminderen, mits hij hierin niet is gestimuleerd (aangemoedigd), doordat er in zijn ogen 'iets leuks' volgde op zijn bijten.

Jachthonden zijn geselecteerd op de wil om te apporteren. Dat zij daarom 'veel met hun bek' doen is daarom een vast gegeven. Dat dit echter zacht en alleen wanneer wij (als baas) dit willen, moge duidelijk zijn. Bij een jachthondenproef (jachtwerk) wordt een hond gediskwalificeerd wanneer hij te ruw met het wild omgaat. Dit moet onbeschadigd binnenkomen.  Het is dus een gedraging dat hoort bij het ras, maar nee, het hoort geen pijn te doen. Dit is zeer goed aan te leren.

Honden onderling vertellen elkaar wanneer het bijten te hard gaat, door te piepen of te grauwen. Hoe vreemd het ook mag klinken, als wij een 'piep' geven, moet de pup realiseren dat het niet gewenst is, wat hij doet. Gaat hij vervolgens door dan is een kneep in de nek met een duidelijk 'foei' of 'nee' genoeg om hem te wijzen op zijn ongewenste gedrag. De combinatie met bijvoorbeeld 'nee, zachtjes', zal de hardheid doen minderen. Het direct aanbieden van iets waar hij wel zijn tanden in mag zetten is ook een goede toevoeging. Juist in deeerste fase van zijn ontwikkeling, wanneer de pup in huis komt, is het heel belangrijk dit duidelijk te maken.

Ook is het dagelijks in contact brengen met veel andere honden van groot belang. Hier zal hij ook veel van opsteken wat communicatie betreft. Ook de hond hierbij los laten lopen is van belang. Mocht u dit eng vinden is het boek de 'hondenfluisteraar' of één van de boeken vermeld op onze website een aanrader. Stel duidelijk grenzen en wees hier consequent in. Dit en duidelijk laten wij dat wij de baas zijn, zal maken dat hij zal uitgroeien als een Vizsla zoals hij hoort te zijn.

Het is voor pups gebruikelijk en normaal dat zij grenzen opzoeken en proberen te verleggen. Wij zijn degenen die dit in goede banen moeten leiden en laten weten waar hij over de grens gaat.

Trimschema Vizsla Draadhaar

“Het plukken van de Vizsla draadhaar”

Voor de Vizsla draadhaar is er (nog) geen trimschema omdat er zoveel variatie is in de structuur van de vachten. Voor de volledigheid heb ik een uittreksel van het trimschema van de Duitse Staande / Korthals Griffon en de informatie die er in “het grote honden trimboek” staat toegevoegd.

Aanvullende tips:

•         Gebruik nooit een trimmes of iets dergelijks. De vacht van een draadhaar valt of staat met de juiste behandeling, dus pluk met de hand.

•         Grooming powder (krijtpoeder) en/of “vingercondooms” zijn een goede hulp om vastzittende haren te verwijderen.

•         Knip nooit aan de baard. Indien nodig wat uitdunnen met de hand om een mooi geheel te krijgen.

•         Alleen aan voetjes, penis of vulva mogen overtollige haren met een schaar verwijderd worden.

De beste vachten zijn min of meer onderhoudsvrij. Veel draadharen worden door de fokkers- of eigenaren zelf onderhouden. Dat is natuurlijk jammer voor de trimmers, het is een grote hond die op de tafel staat maar het trimt lekker.

Alleen draadharen die te zacht, te lang of te krullend haar hebben worden getrimd. De hardste vachten hoeven maar eens per jaar behandeld te worden. Bij draadharen is er veel verschil in vachttypen en degene met de zachtste beharing komen soms wel elke 3 maanden aan de beurt. Overigens zal dit wel verbeteren door regelmatig te plukken.

Ga bij het vaststellen van de frequentie niet uit van een dikke ondervacht maar van het al dan niet loszittende bovenhaar.

Het haar dat los zit, moet er nu eenmaal uit en een “dunne plek” nemen we voor lief. De vacht verwijderen met een tondeuse, schaar of scherp trimmes resulteert in een foeilelijke structuur. Het trimmen gebeurt grotendeels met de vingers !

Het plukken met duim en wijsvinger

Het plukken van de hond houdt in dat je de bovenharen van de vacht eruit trekt en de onderharen laat zitten. Door met je duim en wijsvinger te plukken kun je vaak aanvoelen hoe diep je kunt plukken. Als je voor de eerste keer gaat plukken is het beter om dit met je vingers te doen daar ja dan minder snel gaten in de vacht trekt. Haal met je duim en wijsvinger een plukje haar omhoog en maak hierna met je hele hand een draaiende en trekkende beweging. Tijdens het plukken houd je de huid met je andere hand zo strak mogelijk. Pluk zo systematisch mogelijk. Hierdoor krijg je een beter overzicht op je werk.

Bij een vacht die erg rijp is (erg los zit) kun je het beste aan de uiteinden van de haren trekken, hierdoor is de mogelijkheid dat je de ondervacht meetrekt zo goed als uitgesloten.

Probeer dus de hele vacht met de vingers te plukken; krijtpoeder of “vingercondooms” maken het plukken plezieriger.

En nu aan de slag !

Pluk de rug vanaf de achterhoofdsknobbel tot de staart glad. Op de flank de haren tot aan de onderkant van de buik wegplukken. De schouders aan de voor- en zijkant gladplukken. Het haar van de staart rondom wegplukken. Let wel op het plekje net boven de staartaanzet; hier komt vaak nauwelijks of geen haar voor.

Schrik niet van een kalige plek op het midden van de (gecoupeerde) staart, hieronder bevind zich de sluitklier, die zorgt voor afwijkende vachtgroei.

Pluk vanaf de wenkbrauwen het hoofd kort. De wangen tot de mondhoek gladplukken. Vanaf de mondhoek tot aan de voorbenen de haren van de hals wegplukken. De haren van de oren zowel aan de binnen- als de buitenkant wegplukken. De baard, snor en wenkbrauwen laat je staan, eventuele lange haren wegplukken.

De haren die in de gehoorgang groeien trek je eruit. De tanden kijk je na op tandsteen, als het mogelijk is verwijder je dit.

De haren van de voorbenen pluk je weg. Het haar van de dijbenen aan de voor-, zij- en achterkant wegplukken. De haren van het onderbeen rondom plukken. Met de (effile

er) schaar kan ook de achterkant van het voorbeen en de sprongbeharing iets worden bijgewerkt als plukken niet (meer) lukt.

Trimmers zijn gewend om de voeten rond te knippen, maar probeer ook de voeten netjes te plukken. De haren tussen de tenen niet knippen, dit om spreidtenen te voorkomen. Voor een nog beter resultaat knip je de nagels. De haren onder de voetzolen wegknippen.

Bovenstaande methode dient ook als voorbewerking voor de tentoonstelling, ca. 3 maanden vóór de dus altijd in “showtoilet” zijn.

Tip: Als het nodig is om de Vizsla te wassen, doe het dan pas een paar dagen na het plukken, dit is om risico’s van huidproblemen te voorkomen.

Succes!

Bron: ABHB trimboek en “het grote hondentrimboek”.

Boeken over opvoeding

• Ha die Pup <> uitgave van Kynotrain

• Spelenderwijs opvoeden van uw pup <> Peter Beekman

• De Hondenfluisteraar <> Klaas Wijnberg

• De Puppyfluisteraar <> Klaas Wijnberg

• De Roedelmethode <> Arjen van Alphen en Francien Koeman

• De Puppywijzer <> Toepoels

• De vroege opvoeding van een retrieverpup <> Tineke Antonisse

• De vrouw die naar honden luistert <> Jan Fennel


Engelstalige boeken:

• The complete Hungarian Vizsla <> Gay Gottlieb

• Versatile Vizsla <> Marion Coffman

• Hungarian Vizsla <> Robert White


Duitstalige Boeken:

• Der Magyar Vizsla <> Ingeborg Caminneci

Boeken over werken met een staande hond

• De Staande Jachthond in de Praktijk <> Peter J. Eering

• Apporteren Samenspel <> Johan Kraay

• Het omgaan en africhten van honden <> A.J. van Buuren

• De gebruikshond in de praktijk <> Hegendorf

• De drie apporten <> Tineke Antoinisse

• De vroege opvoeding van een retrieverpup <> Tineke Antonisse



 

Vizsla's en opvoeding & sport

Naast dat de Vizsla Vereniging jaarlijks een aantal cursussen organiseert, is de Raad van Beheer de aangewezen organisatie om in zijn algemeenheid informatie hierover te lezen. Klik op de afbeelding om naar de website van de Raad van Beheer te gaan en te lezen over alle mogelijke vormen van opvoeding en sport en waar deze cursussen worden aangeboden. 

Waar kan ik terecht voor apporteercursussen

Het is niet altijd mogelijk is voor de vereniging zelf deze cursussen te organiseren. De animo kan een reden zijn, maar ook het vinden van trainers is niet altijd even gemakkelijk. De laatste jaren zorgt het grote aantal kilometers dat cursisten voor een speciale Vizslacursus moeten rijden voor een drempel. Wellicht heeft dit te maken met de hoge brandstofkosten, maar het gemak van een cursus in de buurt met kundige trainers kan hier ook een reden voor zijn.

Voor meer informatie over apporteercursussen verwijzen wij u graag naar de website van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging. De website is www.knjv.nl. Voor de link naar de jachthondenpagina klikt u hier. Of voor de directe link naar de contactpersonen voor de dichtsbijzijnde cursus klikt u hier.  

Opbouw van de KNJV proeven

Bron: Het Rode Boekje 


Diploma C:
1. Proef A: Aangelijnd en los volgen
2. Proef B: Uitsturen en komen op bevel
3. Proef C: Houden van de aangewezen plaats
4. Proef D: Apport te land
5. Proef E: Apport uit diep water

Diploma B:
1. Proef F: Verloren apport te land
2. Proef G: Markeerapport te land
3. Proef H: Apport over diep water

Diploma A:
1. 
Proef I:  Dirigeerproef te land
2.  Proef J: Apport van verre loper over breed water




DE KNJV -PROEF - OPZET EN DOEL

Artikel A.1
1. Een KNJV -Proef bestaat uit drie gestandaardiseerde gedrag - en gehoorzaamheidsproeven (A tot en met C) en zeven gestandaardiseerde apporteerproeven (D tot en met J).
2. Het doel van de KNJV -Proef is primair de mate van perfectie en het niveau van de opleiding voor het werk na het schot van de deelnemende honden vast stellen door middel van een formeel examen aan de hand van gestandaardiseerde gedrag - en gehoorzaamheidsproeven en gestandaardiseerde enkelvoudige apporteerproeven

ORGANISATIE

Artikel A.2
1. Een KNJV -Proef mag uitsluitend worden georganiseerd in het daarvoor vastgestelde seizoen.
    Dit seizoen loopt van 1 juli tot en met 30 september.
2. Een KNJV -Proef mag worden georganiseerd door gewesten, combinaties van gewesten, rasverenigingen en door combinaties van rasverenigingen.

TOELATINGSEISEN

Artikel A.3
1. Onverkort het gestelde in de hierna volgende leden van dit artikel worden op KNJV -Proeven honden toegelaten die voldoen aan het gestelde in artikel V2 van dit reglement.
2. Honden, die niet zijn opgenomen in een door de F.C.I. erkend hondenstamboek maar waarvoor de inschrijving volgens het eerste lid is opengesteld, mogen uitsluitend worden toegelaten op KNJV -Proeven, georganiseerd door de K.N.J.V, gewesten of combinaties van gewesten.
3. Cryptorchide, monorchide en gecastreerde reuen mogen worden geweigerd op KNJV -Proeven, georganiseerd door rasverenigingen of combinaties van rasverenigingen.
4. Honden, die niet zijn opgenomen in een door de ECI. erkend hondenstamboek, Cryptorchide, monorchide en gecastreerde reuen mogen niet worden toegelaten tot de proeven I en J.

KEURMEESTERS

Artikel A.4
1. Op een KNJV -Proef moeten minimaal drie keurmeesters ambteren. Indien door onvoorziene omstandigheden een keurmeester uitvalt en de mogelijkheid ontbreekt daarin alsnog te voorzien, mag, mits de organiserende instantie overmacht kan aantonen, na toestemming van de gedelegeerde, met twee keurmeesters worden volstaan.
2. De proeven A tot en met H worden gekeurd door één keurmeester; de proeven I en J worden gekeurd door de gezamenlijke keurmeesters, of indien er meer dan drie keurmeesters ambteren, door drie, door de gedelegeerde aan te wijzen keurmeesters.

INRICHTING EN BEOORDELING VAN DE PROEVEN


Aangelijnd en los volgen 

Artikel A.5  Proef A:

1. De hond moet zijn voorjager over een traject van ongeveer 40 meter volgen. Dit traject moet eerst aangelijnd en vervolgens onaangelijnd worden afgelegd.
2. Het traject heeft de vorm van een zandloper waardoor de voorjager steeds twee bochten met zijn hond aan binnenkant en twee bochten met zijn hond aan de buitenkant moet maken.
3. Tijdens het onaangelijnd volgen moet de voorjager halsband en lijn op een door de keurmeester aangewezen plaats achterlaten.
Beoordeling:Algemeen:
.Voor de totale proef wordt één cijfer gegeven, en wel zodanig, dat aangelijnd en los volgen in de uiteindelijke beoordeling even zwaar tellen.
.De beide delen te weten aangelijnd en los volgen moeten voldoende worden afgelegd.
.Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten als de voorjager stilstaat.

Voldoende
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die aangelijnd, zijn voorjager niet herhaaldelijk hindert door trekken, voor de voeten lopen of snuffelen en die onaangelijnd, zijn voorjager volgt en niet herhaaldelijk hindert door achterblijven, vooruit lopen, voor de voeten lopen of snuffelen.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die aangelijnd, attent is, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn voorjager houdt en nagenoeg geen aandacht van hem vergt, terwijl de lijn slap hangt en de voorjager zijn bevel niet hoeft te herhalen en die, onaangelijnd, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn voorjager houdt en nagenoeg geen aandacht van hem vergt, terwijl de voorjager zijn bevel niet hoeft te herhalen.



Uitsturen en komen op bevel

Artikel A.6  Proef B:
De hond moet zonder halsband of lijn, vrij worden uitgezonden en van een afstand van ongeveer 30 meter op bevel naar zijn voorjager komen. De voorjager moet dit bevel geven onmiddellijk nadat de keurmeester hem dit opdraagt.


Beoordeling:

Algemeen:
Dirigeren kan leiden tot punten aftrek, maar niet tot een onvoldoende.
. De voorjager dient in zekere mate op zijn plaats te blijven. Een stukje meelopen is toegestaan maar leidt tot punten aftrek.
. Voor wat betreft het "komsignaal" kan een combinatie van attentie en uitvoeringssignaal als één bevel worden beschouwd.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die binnen één minuut, nadat met de proef is gestart, naar het oordeel van de keurmeester, voldoende vrij is en voldoende afstand heeft genomen en vervolgens, na niet meer dan drie bevelen, binnen redelijke tijd bij zijn voorjager komt, zodat deze hem ter plaatse kan aanlijnen.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die onmiddellijk en in alle vrijheid uitgaat, snel voldoende afstand neemt en vervolgens, na één bevel, onmiddellijk en zeer snel komt en zonder daartoe een afzonderlijke aanwijzing te hebben gekregen, dus uit zich zelf, aan de voeten van zijn voorjager gaat zitten.


Houden van de aangewezen plaats

Artikel A.7 Proef C:
1. De hond moet, zonder halsband of lijn en zonder dat enig voorwerp bij de hond is achtergelaten, de hem aangewezen plaats houden tot zijn voorjager hem weer ophaalt.
2. De voorjager dient twee volle minuten buiten het gezichtsveld van de hond te verblijven.
3. De keurmeester dient er op toe te zien dat de hond niet door verwaaiing of inrichting van de proef kan weten dat zijn voorjager in zijn directe omgeving verblijft.

Beoordeling:

Algemeen:
. De beoordeling begint als de keurmeester de voorjager opdracht geeft zich naar de aflegplaats te begeven en eindigt als de hond is opgehaald.
. De voorjager mag, zolang hij niet buiten het zicht van de hond is, ter correctie éénmaal teruglopen.
. De rust waarmee alles wordt uitgevoerd is zeer bepalend voor de hoogte van het cijfer.
. De door de hond eenmaal aangenomen basishouding: liggend, zittend of staand, moet voor een volmaakte uitvoering worden
  gehandhaafd.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de hem aangewezen
plaats niet verder dan één meter verlaat en die niet door hinderlijk janken of blaffen ongerustheid toont.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die door zijn voorjager in alle rust zijn plaats is gewezen, voorts geen enkele aandacht van zijn voorjager krijgt, zijn plaats in het geheel niet verlaat en rustig en vol vertrouwen op zijn voorjager wacht.


Apport te land

Artikel A.8  Proef D:
1. De hond moet, zonder halsband of lijn, een, in overzichtelijk terrein, weggeworpen wild konijn apporteren.
2. De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.
3. De hond moet het konijn binnen handbereik van de voorjager brengen.
4. De Werper dient het konijn zo ver mogelijk van zich weg te werpen, doch op een zodanige plaats dat het konijn op ongeveer 25 meter van de hond terechtkomt.
5. De valplaats dient zodanig te worden gekozen dat de hond vanaf de positie bij de voorjager het konijn kan zien liggen.
6. De hond mag in opdracht van de keurmeester, na één seconde, nadat het konijn gevallen is worden uitgestuurd om te apporteren.
7. Een konijn mag bij deze proef meerdere malen door verschillende honden worden gebruikt.

Beoordeling;

Algemeen:
. De hond die onhoudbaar inspringt of aangelijnd wordt voorgejaagd kan maximaal een 8 krijgen.
. De hond die bij het inspringen binnen 5 meter vanaf de plaats van de voorjager wordt gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen.
. Het beoordelen van de wil tot apporteren en de wijze van uitvoering staat centraal.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die het konijn opneemt en naar zijn voorjager brengt, ongeacht of hij tijdens het werpen aangelijnd of onaangelijnd was, of hij inspringt of verpakt, of hij zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die onaangelijnd naast zijn voorjager zit en geen aandacht van hem vergt, niet inspringt, het commando tot apporteren afwacht, snel naar het konijn gaat, en een "model apport" uitvoert.


Apport uit diep water

Artikel A.9 Proef E: 
1. De hond moet, zonder halsband of lijn, een in overzichtelijk, diep water geworpen wilde eend apporteren.
2. De eend moet op een zodanige plaats in het water worden geworpen, dat de hond om de eend te bereiken, moet zwemmen.
3. De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de hond, vanaf de positie bij de voorjager, de eend kan zien liggen.
4. Tijdens het werpen van de eend wordt een schot gelost. Werper en geweer blijven gedurende de hele proef op hun plaats staan.  
    Het schot wordt afgegeven op het moment dat de eend op het hoogste punt is.
5. De keurmeester zal de voorjager de plaats wijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar naar toe de hond de eend moet brengen. Deze plaats zal zodanig worden gekozen dat zij ongeveer drie meter, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt.
6. De hond mag in opdracht van de keurmeester, na één seconde, nadat de eend gevallen is, worden uitgestuurd om te apporteren.

Beoordeling:

Algemeen:
. de hond die onhoudbaar inspringt of aangelijnd wordt voorgebracht kan maximaal een 8 krijgen.
. De hond die vóór de waterkant na ingesprongen te zijn, kan worden gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen.
. De voorjager mag de hond voor een voldoende uitvoering maximaal drie maal de opdracht geven om te water te gaan.
  Hij mag de hond als deze zonder eend uit het water terugkeert nog éénmaal inzetten.
Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de eend aanneemt en naar zijn voorjager brengt, ongeacht of hij tijdens het werpen aangelijnd of onaangelijnd was, of hij inspringt, verpakt, zich uitschudt of hij zittend of staande afgeeft.
Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die onaangelijnd naast zijn voorjager zit en geen aandacht van hem vergt, niet inspringt, het commando tot apporteren afwacht, daarna onmiddellijk te water gaat, snel naar de eend zwemt en een "model apport" uitvoert.


Verloren apport te land

Artikel A.1O Proef F: 
l . De hond moet, zonder halsband of lijn, een in dichte dekking geworpen wilde eend apporteren.
2. De werper dient vanaf een plaats, waar de bond hem niet kan zien, de eend te werpen, op een zodanige plaats dat deze op ongeveer 40 meter van de plaats waar de hond wordt ingezet terecht komt.
3. De valplaats moet zodanig worden gekozen, dat voorjager en hond elkaar niet kunnen zien als de hond in de omgeving van het wild werkt.
4. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd.
5. Zo enigszins mogelijk dient de inrichting van de proef zodanig te zijn dat voorjager en hond elkaar niet meer kunnen zien nadat de hond, gezien in de algemene richting van de valplaats, zich meer dan vijf meter van zijn voorjager heeft verwijderd. In geen geval mogen voorjager en hond elkaar kunnen zien als de hond binnen tien meter van de valplaats werkt. Bij bepaalde terrein omstandigheden kan het nodig zijn om een kunstmatig scherm te plaatsen.
6. De keurmeester zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar naar toe de hond de eend moet brengen. De voorjager mag deze plaats gedurende de gehele proef niet verlaten tenzij de keurmeester hem dat opdraagt.

Beoordeling:

Algemeen:
. Bij de beoordeling zal de nadruk liggen op de zelfstandige en systematische zoekwijze, op het doorzettingsvermogen van de hond en op diens betrouwbaarheid om wild te brengen.
. Het geven van aanwijzingen en aanmoedigingen zal sterk negatief worden beoordeeld.
. De keurmeester zal een zodanige plaats innemen dat hij het zoeken van de hond kan beoordelen.
. Het zonder eend uit de dekking terugkeren zal negatief worden beoordeeld. De hond die eenmaal zonder eend uit de dekking terugkeert mag maximaal nog tweemaal worden ingezet.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die binnen een redelijke
tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eend apporteert, ongeacht of hij verpakt, of hij zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die na het commando tot apporteren onmiddellijk geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, niet zonder eend uit de dekking terugkeert, de eend snel vindt en een "model apport" uitvoert.



Markeerapport te land

Artikel A.11 Proef G:
1. De hond moet zonder halsband of lijn een voor hem zichtbaar weggeworpen wilde eend apporteren.
2. De werper dient, loodrecht op de richting waarin de hond uit moet gaan, de eend, met een grote boog, van zich weg te werpen, op een zodanige plaats, dat deze op ongeveer zestig meter van de hond terecht komt.
3. De valplaats dient zodanig te worden gekozen dat de hond vanaf de positie bij de voorjager de eend niet kan zien liggen (bij voorkeur lage dekking).
4. Nadat de voorjager de keurmeester te kennen heeft gegeven dat hij gereed is om de proef af te leggen, geeft de keurmeester geweer en werper een teken dat zij kunnen starten.
5. Werper en geweer blijven gedurende de gehele proef op hun plaats staan.
6. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de hond moet uitgaan. Werper en geweer dienen in dit geval benedenwinds van de valplaats van de eend te staan. Derhalve moet tegen de wind in worden geworpen.
7. De voorjager mag vanaf het moment dat de hond is uitgezonden tot aan het moment dat deze de eend heeft opgenomen geen aanwijzingen of commando's geven.
8. De keurmeester zal ongeveer drie seconden nadat de eend is gevallen toestemming geven om de hond uit te zenden. Hij doet dit door de voorjager op de schouder te tikken.

Beoordeling:

Algemeen:
. De hond, die onhoudbaar inspringt heeft deze proef onvoldoende afgelegd.
. De hond, die vrij verloren zoekend de eend vindt heeft deze proef onvoldoende afgelegd.
. De hond die binnen vijf meter vanaf de voorjager wordt gestopt, is niet onhoudbaar ingesprongen en mag vanaf die plaats, na toestemming van de keurmeester de proef voortzetten.
. De hond, die aangelijnd wordt voorgejaagd, kan maximaal een 8 krijgen.
. De hond die zich van de lijn losrukt heeft de proef onvoldoende afgelegd.

. Het overdoen van de proef mag alleen bij zéér uitzonderlijke omstandigheden.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die door de juiste richting aan te houden of die, door doelbewust de juiste richting te herstellen blijk geeft de valplaats te hebben onthouden en zonder aanwijzingen of commando's de eend opneemt en apporteert, ongeacht of hij tijdens het werpen aangelijnd dan wel onaangelijnd was, of hij verpakt, zittend of staande afgeeft.


Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die onaangelijnd, rustig en attent op zijn Post zit en geen aandacht van zijn voorjager vergt, het commando tot apporteren afwacht, snel gericht naar de valplaats gaat, de eend zonder te hoeven zoeken vindt en een "model apport" uitvoert.


Apport over
diep water

Artikel A.12 Proef H: 
1. De hond moet, zonder halsband of lijn, een aan de overzijde van een breed, diep water weggeworpen wilde eend apporteren.
2. Het water dient minimaal tien meter en maximaal veertig meter breed te zijn en zo diep dat de hond, om de overkant te bereiken, moet zwemmen.
3. De werper dient op een moment, dat de hond hem niet kan zien, de eend op een zodanige plaats te werpen, dat deze, afhankelijk van de breedte van het water en de geaardheid van het terrein minimaal tien meter en maximaal veertig meter vanaf de kant van het water terecht komt. De werper trekt zich terug op een zodanige plaats dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor op de bond zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend werken.
4. De plaats waar de eend terechtkomt dient zodanig te worden gekozen dat de hond, vanaf de plaats waar hij uit het water komt, het wild niet kan zien liggen (tenminste zeer lage dekking)
5. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de hond over het water moet worden gestuurd.
6. De keurmeester zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar naar toe de hond de eend moet brengen. Deze plaats zal zodanig worden gekozen dat zij ongeveer drie meter afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt.

Beoordeling:

Algemeen:
. De nadruk ligt op de wil om van de overzijde van het water de eend te apporteren.
. Het geven van extra aanwijzingen is niet verboden, maar zal negatief worden beoordeeld.
. Als de hond zonder eend bij de voorjager terugkeert, en de tijd niet wordt overschreden, mag hij nog maximaal éénmaal worden ingezet.
. Het terugkomen om het water heen nadat de eend is gevonden, zal niet negatief worden beoordeeld, tenzij het omlopen buiten proporties is.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die binnen redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eend apporteert, ongeacht of hij verpakt, zich uitschudt of zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die, na één bevel onmiddellijk te water gaat, in rechte lijn snel naar de overkant zwemt, aan de overkant, na al dan niet door zijn voorjager te zijn gestopt en na ten hoogste één commando of aanwijzing geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, niet zonder eend aan de waterkant terugkeert, snel vindt en een "model apport" uitvoert.


Dirigeerproef te land

Artikel A.13 Proef I;
1. De hond moet, zonder halsband of lijn, nadat hij door zijn voorjager naar de valplaats is gedirigeerd, een houtduif apporteren.
2. De voorjager mag de hem aangewezen plaats gedurende de gehele proef niet meer dan vijf meter verlaten. De proef moet worden uitgezet in overzichtelijk terrein. Dat wil zeggen, dat de hond, die niet aanzienlijk van de ideale route afwijkt, voor de voorjager voortdurend zichtbaar moet kunnen zijn.
3. De werper dient, op een moment dat de hond dit niet kan zien, de duif te werpen op de valplaats, die zodanig dient te worden gekozen, dat de hond niet vanaf grote afstand de duif kan zien liggen en niet natuurlijkerwijze bij voorkeur op die plaats zal gaan zoeken.
4. De werper dient zich op een zodanige plaats terug te trekken, dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken.
5. De valplaats dient zo natuurlijk mogelijk te worden gemarkeerd.
6. De hond moet via een in het terrein zo natuurlijk mogelijk gemarkeerd stoppunt naar de valplaats worden gedirigeerd. Dit punt dient ongeveer honderd meter van de positie van de voorjager en ongeveer vijftig meter van de valplaats te zijn gelegen en dient zodanig te worden gekozen, dat een aanzienlijke richtingscorrectie nodig is om de valplaats te bereiken. De voorjager moet zijn hond stoppen in de naaste omgeving van dit punt en moet, nadat de keurmeesters hem daarvoor toestemming geven, zijn hond van daaruit naar de valplaats dirigeren. De keurmeesters zullen deze toestemming eerst geven nadat de hond naar hun oordeel voldoende dicht bij dit punt door de voorjager is gestopt.
7. Bij voorkeur dient de proef zodanig te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd en zodanig dat de valplaats benedenwinds van het hierboven bedoelde punt is gelegen.

Beoordeling:

Algemeen:
. De nadruk ligt op de dirigeerbaarheid. Een hulpmiddel om dit vast te stellen is het stoppunt.
. De voorjager moet voor een correcte uitvoering zijn aanwijzingen en commando's tot een minimum beperken.
. Als de hond bij de duif komt moet hij deze zelfstandig oppakken. Aanvullende commando's moeten negatief worden beoordeeld.
De wijze van keuren:
. De drie keurmeesters vormen zich onafhankelijk van elkaar een oordeel. Zodra een keurmeester van oordeel is dat de uitvoering
  onvoldoende is, dan maakt hij dit door handopsteken kenbaar. Zodra een tweede keurmeester de uitvoering eveneens onvoldoende vindt, dan beëindigt deze de proef
. Indien naar het oordeel van twee keurmeesters de hond in de eerste lijn heeft getoond voldoende dirigeerbaar te zijn, kan de voorjager toestemming krijgen de hond naar het wild te dirigeren.
Vaststellen van het cijfer:
. De keurmeesters geven onafhankelijk van elkaar een cijfer tussen 6 en 10.
. Het eindcijfer is het gemiddelde van de drie cijfers afgerond, naar het dichtst bijzijnde hele getal.
. Indien één keurmeester de uitvoering onvoldoende vindt, dan is het eindcijfer 6.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die, nadat hij duidelijk heeft getoond door zijn voorjager te zijn gedirigeerd, de duif (voordat de proef door de keurmeesters is beëindigd) apporteert, ongeacht of hij verpakt, zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die zonder, dan wel met een enkele correctie, in rechte lijn naar het opgedragen stoppunt wordt gedirigeerd, daar met één commando wordt gestopt en van daaruit met het minimaal noodzakelijke aantal aanwijzingen, in rechte lijn naar de valplaats wordt gedirigeerd en een "model apport" uitvoert.


Apport van verre loper over breed water

Artikel A.14 Proef J:
1. De hond moet, zonder halsband of lijn, een aan de overzijde van een breed, diep water ver weggesleept wilde eend apporteren.
    Hij dient gebruik te maken van het sleepspoor.
2. Het water dient tenminste vijftien meter breed te zijn en zo diep dat de hond, om de overkant te bereiken, moet zwem men.
3. Vanaf de overkant van het water wordt een sleepspoor getrokken dat, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van het water en de geaardheid van het terrein, minimaal honderd vijftig meter en maximaal drie honderd meter lang is. In het spoor moeten minimaal twee haken van ongeveer negentig graden zitten. Aan het einde van het sleepspoor wordt een wilde eend neergelegd.
4. De sleper en zo gewenst ook keurmeesters trekken zich op een zodanige plaats terug, dat hun aanwezigheid en hun loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken.
5. De hond mag het trekken van het sleepspoor niet zien.
6. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet dat de wind uit een richting komt, variërend tussen recht van achter en loodrecht op die, waarin de hond over het water moet worden gestuurd.
7. Het begin van het sleepspoor wordt zo natuurlijk mogelijk gemarkeerd en aan de voorjager bekend gemaakt. De voorjager mag de hond naar het begin van het sleepspoor dirigeren. Als de hond het sleepspoor heeft aangenomen is het de voorjager verboden verdere commando's te geven.
8. Bij voorkeur dienen aan de overkant van het water de terreinomstandigheden zodanig te zijn dat de hond die het sleepspoor heeft aangenomen snel aan het zicht van de voorjager wordt onttrokken.

Beoordeling:

Algemeen:
. De hond moet door gebruik te maken van het sleepspoor bij de eend komen.
. De hond mag op aanwijzing van de keurmeester maximaal tweemaal op het sleepspoor worden gezet.
Opstelling van de keurmeesters:
. Een keurmeester aan de waterkant bij de voorjager en twee keurmeesters op het sleepspoor.
. De keurmeester aan de waterkant beoordeelt het waterwerk, het opnemen van het sleepspoor en het apport. Hij ziet er tevens op
  toe dat de voorjager geen commando's geeft als dit niet is toegestaan.
. De keurmeesters op het sleepspoor nemen zodanige posities in dat het werk op het gehele sleepspoor en het gedrag van de hond
  bij de eend kan worden beoordeeld.
Vaststellen van het cijfer:
. De keurmeester aan de waterkant geeft een cijfer tussen 6 en 10, of een onvoldoende.
. De keurmeesters op het sleepspoor geven onafhankelijk van elkaar een cijfer tussen 0 en 10. De som van deze twee cijfers moet
  tenminste 12 bedragen om een voldoende te behalen.
. Het eindcijfer van de proef is het gemiddelde van de drie afzonderlijke cijfers afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal, onverkort
  het in vorige zin gestelde.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die met voldoende zekerheid het sleepspoor volgt en binnen redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eend apporteert, ongeacht of hij verpakt, zich uitschudt of zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die snel, met minimale aanwijzingen, het begin van het sleepspoor bereikt, daarna snel en correct het sleepspoor uitwerkt, niet zonder eend aan de waterkant terugkeert en een "model apport" uitvoert.


Algemene
bepalingen


Artikel A.15 Model apport
Waar in dit reglement sprake is van "model apport", wordt daaronder verstaan dat de hond een apport zodanig uitvoert dat hij:
a. het wild, nadat hij het gevonden heeft, onmiddellijk en zonder aarzelen opneemt;
b. het wild goed draagt en niet onnodig verpakt;
c. in vlot tempo naar zijn voorjager komt;
d. zonder aanmoedigingen, commando's of aanwijzingen, dus uit zichzelf, recht voor de voorjager gaat zitten;
e. zijn voorjager het wild met opgeheven hoofd aanbiedt; £ het wild na daartoe een commando te hebben gekregen onmiddellijk
    loslaat en niet nahapt;
g. in voorkomend geval zich niet uitschudt voordat hij het wild ter hand heeft gesteld.

Artikel A.16 Bijzondere bepalingen
1. Indien daarvoor naar zijn mening redenen aanwezig zijn is een keurmeester bevoegd om, in een individueel geval of in het
    algemeen, de tijd te verlengen.
2. Een keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen wanneer er naar zijn oordeel geen uitzicht op is dat de proef
    voldoende wordt afgelegd.
3. Alhoewel bij de beoordeling der proeven steeds is aangegeven dat een volmaakte. afwerking, zoals bij voorbeeld niet verpakken,
    zittend afgeven en zich niet uitschudden, niet vereist is, zullen factoren als deze, bij cumulatie van fouten tot een onvoldoende
    kunnen leiden.
4. Bij verdenking van hardheid in de bek, moet de keurmeester het geapporteerde wild onderzoeken op beschadigingen.
5. Een gedelegeerde is bevoegd om van de bepalingen in deze paragraaf af te wijken, indien en voor zover de omstandigheden
    zodanig zijn dat aan de essentie van een proef anders geen recht kan worden gedaan.
6. Een gedelegeerde is bevoegd om honden die een ernstig agressief gedrag vertonen te diskwalificeren.

HET UITZETTEN VAN DE PROEVEN

Artikel A.17
1. De proeven A tot en met H worden door de organiserende instantie zonder vooroverleg met de gedelegeerde uitgezet.
    De proeven I en J worden uitgezet in overleg met de gedelegeerde.
2. De proeven A tot en met H mogen worden gesplitst; dat wil zeggen dat maximaal twee keurmeesters elk een deel der honden
    mag beoordelen.

DIPLOMA'S

Artikel A.18
De uitvoering van een proef wordt Gewaardeerd met cijfers van 6 tot en met 10
6   is voldoende;
7   is ruim voldoende;
8   is goed;
9   is zeer goed;
10 is volmaakt.
Een proef, die onvoldoende wordt afgelegd,
wordt gewaardeerd met het cijfer 0.

Artikel A.19
Om het C -diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A tot en met E tenminste een 6 hebben gekregen.

Artikel A.20
Om het B -diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A tot en met H tenminste een 6 hebben gekregen.

Artikel A.21
Om het A -diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A tot en met J tenminste een 6 hebben gekregen. Om proef I te mogen afleggen moet de hond voor de proeven A tot en met H tenminste een 6 hebben gekregen bovendien moet hij voor de apporteerproeven D tot en met H tenminste een 7 gemiddeld hebben gekregen en hij moet tenminste 18 maande oud zijn. Om proef J te mogen afleggen moet de hond voor proef I tenminste een 6 hebben gekregen.

Artikel A.22
Een hond, die bij welke proef dan ook, schotschuw blijkt te zijn, wild aansnijdt, begraaft, verstopt of beschadigt wordt gediskwalificeerd en komt in geen geval voor een diploma in aanmerking.

Artikel A.23
Diplomaformulieren worden door de C.J.P ter beschikking gesteld. Diploma's dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de gedelegeerde te zijn ondertekend, onmiddellijk na afloop van de KNJV -Proef aan de rechthebbenden te worden uitgereikt.

De Meervoudige Apporteerproef (MAP)

Bron: Het Rode Boekje

OPZET EN DOEL

Artikel B.1
1.Een Meervoudige Apporteerproef (MAP) bestaat uit zes meervoudige, niet gestandaardiseerde apporteerproeven op B -niveau
   (A tot en met F) en twee meervoudige, niet gestandaardiseerde apporteerproeven op A -niveau (G en H).
2.Het doel van de Meervoudige Apporteerproef is het beoordelen van het werk na het schot van de deelnemende honden onder meer
   jachtpraktijk gerichte omstandigheden alsmede het in wedstrijdverband vergelijken van de prestaties van de deelnemende honden.

ORGANISATIE

Artikel B.2
1.Een Meervoudige Apporteerproef (MAP) mag uitsluitend worden georganiseerd in het daarvoor vastgestelde seizoen.
   Dit seizoen loopt van 1 oktober tot en met 31 oktober.
2.Om regionale versnippering te voorkomen mag een Meervoudige Apporteerproef (MAP) in beginsel slechts worden georganiseerd
   door combinaties van gewesten en door combinaties van rasverenigingen.
3.Het maximum aantal toe te laten honden mag niet meer zijn dan een jaarlijks door de C.I.P vast te stellen aantal.

TOELATINGSEISEN

Artikel B.3
1.Onverkort het gestelde in de hierna volgende leden van dit artikel worden op Meervoudige Apporteerproeven (MAP) honden
   toegelaten die voldoen aan het gestelde in artikel V2 van dit reglement.
2.Honden, die niet zijn opgenomen in een door de F.C.I. erkend hondenstamboek maar waarvoor de inschrijving volgens het eerste
   lid is opengesteld, mogen uitsluitend worden toegelaten op Meervoudige Apporteerproeven (MAP), georganiseerd door gewesten
   of combinaties van gewesten.
3.Cryptorchide, monorchide en gecastreerde reuen mogen worden geweigerd op Meervoudige Apporteerproeven (MAP),
   georganiseerd door rasverenigingen of combinaties van rasverenigingen.
4.Honden, die niet zijn opgenomen in een door de F.C.I. erkend hondenstamboek, Cryptorchide, monorchide en gecastreerde reuen
   mogen niet worden toegelaten tot de proeven G en H.
Artikel B.41.Om toegelaten te kunnen worden tot de proeven voor het B -diploma moet de hond voorafgaande aan de Meervoudige
   Apporteerproef één of meer B -diploma's hebben behaald op KNJV -Proeven.
2.Om toegelaten te kunnen worden tot de proeven voor het A -diploma moet de hond voorafgaande aan de Meervoudige
   Apporteerproef één of meer A -diploma's hebben behaald op KNJV -Proeven.

KEURMEESTERS

Artikel B.5
1.Op een Meervoudige Apporteerproef (MAP) ambteren minimaal vijf keurmeesters. Indien door onvoorziene omstandigheden een
   keurmeester uitvalt en de mogelijkheid ontbreekt daarin alsnog te voorzien, mag, mits de organiserende instantie overmacht kan
   aantonen de gedelegeerde als keurmeester ambteren.
2.De proeven A tot en met F worden gekeurd door één keurmeester; de proeven G en H worden gekeurd door twee keurmeesters.
INRICHTING EN BEOORDELING VAN DE PROEVEN

Artikel B.6
Inrichting van de proeven A tot en met F
Elke proef bestaat uit twee apporten. De aard en de moeilijkheidsgraad van de opdrachten moeten vergelijkbaar zijn met die van de proeven F, G en H van de KNJV -Proef. Tenminste twee van deze proeven moeten een waterelement bevatten. Bij tenminste twee van deze proeven moet een schot worden gelost. De maximaal toegestane tijd bij deze proeven bedraagt vijf minuten per proef
Artikel B.7 Inrichting van de proeven G en H
Elke proef bestaat uit twee apporten. De aard en de moeilijkheidsgraad van de opdrachten moeten vergelijkbaar zijn met die van de proeven F tot en met J van de KNJV -Proef. Tenminste één van deze proeven moet een waterelement bevatten. Een dirigeerapport en het apport van een verre loper zijn verplichte onderdelen. De maximaal toegestane tijd bij deze proeven bedraagt acht minuten per proef

Artikel B.8
Te gebruiken wild
Bij de proeven mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van bejaagbare wildsoorten en van die soorten die plaatselijk op vergunning mogen worden bejaagd met uitzondering van vossen. Elk stuk wild mag meerdere malen worden gebruikt.

Artikel B.9
Beoordeling
De wijze van keuren moet praktijkgericht zijn. Het wild moet correct worden geapporteerd. Staand afgeven leidt niet tot puntenaftrek. Inspringen en onrust op post leiden tot puntenaftrek maar niet tot uitsluiting.

Artikel B.10
Bijzondere bepalingen
1. In uitzonderlijke gevallen is de keurmeester bevoegd om, in een individueel geval of in het algemeen, de tijd te verlengen.
2. Een keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen wanneer er naar zijn oordeel geen uitzicht op is dat de proef
    voldoende wordt afgelegd.
3. Alhoewel bij de beoordeling der proeven praktijkgericht wordt gekeurd en een volmaakte afwerking niet wordt vereist, leidt extreem
    slordig apport tot een onvoldoende.
4. Bij verdenking van hardheid in de bek, moet de keurmeester het geapporteerde wild onderzoeken op beschadigingen.
5. Een gedelegeerde is bevoegd om van de bepalingen in deze paragraaf af te wijken, indien en voor zover de omstandigheden
    zodanig zijn dat aan de essentie van een proef anders geen recht kan worden gedaan.
6. Een gedelegeerde is bevoegd om honden die een ernstig agressief gedrag vertonen te diskwalificeren.

HET UITZETTEN VAN DE PROEVEN

Artikel B.11
De proeven worden door de organiserende instantie in overleg met de gedelegeerde uitgezet.

DIPLOMA'S

Artikel B.12
De uitvoering van een proef wordt gewaardeerd met cijfers van 0 tot en met 100; een hond die tenminste 55 punten heeft gekregen heeft de proef voldoende afgelegd. Om een voldoende te behalen moet de hond al het wild, binnen de vastgestelde tijd, hebben geapporteerd.

Artikel B.13
Om het B -diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A tot en met F tenminste 55 punten hebben gekregen.

Artikel B.14
Om het A -diploma te behalen moet de hond voor vier van de zes proeven A tot en met F, die vooraf zijn aangewezen, en voor de proeven G en H tenminste 55 punten hebben gekregen.

Artikel B.15
Een hond, die bij welke proef dan ook, schotschuw blijkt te zijn, wild aansnijdt, begraaft, verstopt of beschadigt wordt gediskwalificeerd en komt in geen geval voor een diploma in aanmerking.

Artikel B.16
Diplomaformulieren worden door de C.J.P ter beschikking gesteld.
Diploma's dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de gedelegeerde te zijn ondertekend, onmiddellijk na afloop van de Meervoudige Apporteerproef (MAP) aan de rechthebbenden te worden uitgereikt.


De NIMROD-proef

Bron: Het Rode Boekje

OPZET EN DOEL

Artikel C.1
1.De Nimrod -Proef bestaat in beginsel uit drie meervoudige niet gestandaardiseerde apporteerproeven.
2.Het doel van de Nimrod -Proef is enerzijds aan het einde van het seizoen der jachthondenproeven het in wedstrijdverband vergelijken van de prestaties van de meest succesvolle honden en anderzijds jagers en andere belangstellenden een inzicht te geven in de mogelijkheden van goed opgeleide jachthonden.

ORGANISATIE

Artikel C.2
1. De Nimrod -Proef wordt zo mogelijk één maal per jaar in de maand november onder verantwoordelijkheid van de C.J.P georganiseerd.
2. De C.J.P wijst een organiserend comité aan en delegeert naar eigen goeddunken bevoegdheden aan dit comité.
3. Het maximum aantal toe te laten honden is in beginsel zestien.

TOELATINGSEISEN

Artikel C.3
Aan de Nimrod -Proef kunnen uitsluitend honden deelnemen die daartoe door de C.J.P zijn uitgenodigd.

Artikel C.4
Een hond mag slechts één maal aan de Nimrod -Proef deelnemen.

Artikel C.5
De C.J.P selecteert de uit te nodigen honden aan de hand van de resultaten behaald op de KNJV -Proeven en Meervoudige Apporteer Proeven (MAP) van het afgelopen seizoen. De selectiecriteria worden door de C.J., op voorstel van de C.J.P, vooraf vastgesteld en openbaargemaakt.

Artikel C.6
Van elk ras wordt minimaal één hond uitgenodigd op voorwaarde dat hij in het afgelopen seizoen tenminste één A -diploma heeft behaald op een KNJV -Proef en tenminste één A -diploma op een Meervoudige Apporteerproef (MAP).
KEURMEESTERS

Artikel C.7
Op de Nimrod -Proef ambteren minimaal twee, door de C.J.P uit te nodigen keurmeesters per proef.

INRICHTING EN BEOORDELING VAN DE PROEVEN

Artikel C.8 Inrichting van de proeven
Elke proef bestaat in beginsel uit drie apporten. De opdrachten moeten van dien aard zijn dat de verschillende aspecten van apporteren te weten:
vrij verloren apport, markeerapport, gedirigeerd apport en apport op sleep zo veel mogelijk in de verschillende proeven zijn verweven. De moeilijkheidsgraad van de afzonderlijke apporten mag die van de proeven F tot en met J van de KNJV -Proef te boven gaan op voorwaarde dat ze fair en voor honden van het gewenste niveau haalbaar zijn. Tenminste één van deze proeven moet een waterelement bevatten. Bij tenminste één van deze proeven moet een schot worden gelost.

Artikel C.9 Te gebruiken wild
Bij de proeven mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van bejaagbare wildsoorten en van die soorten die plaatselijk op vergunning mogen worden bejaagd. Elk stuk wild mag meerdere malen worden gebruikt.

Artikel C.10 Beoordeling
De wijze van keuren moet praktijkgericht zijn. Het wild moet correct worden geapporteerd. Staand afgeven leidt niet tot puntenaftrek. Aangelijnd voorjagen, inspringen en onrust op post leiden tot puntenaftrek. Hinderlijk jankende en blaffende honden worden gediskwalificeerd.

Artikel C.11 Bijzondere bepalingen
1. In uitzonderlijke gevallen is de keurmeester bevoegd om, in een individueel geval of in het algemeen, de tijd te verlengen.
2. Een keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen wanneer er naar zijn oordeel geen uitzicht op is dat de proef voldoende wordt afgelegd.
3. Alhoewel bij de beoordeling der proeven praktijkgericht wordt gekeurd en een volmaakte afwerking niet wordt vereist, leidt extreem slordig apport tot een onvoldoende.
4. Bij verdenking van hardheid in de bek, moet de keurmeester het geapporteerde wild onderzoeken op beschadigingen.
5. Een gedelegeerde is bevoegd om van de bepalingen in deze paragraaf af te wijken, indien en voor zover de omstandigheden zodanig zijn dat aan de essentie van een proef anders geen recht kan worden gedaan.
6. Een gedelegeerde is bevoegd om honden die een ernstig agressief gedrag vertonen te diskwalificeren.

HET UITZETTEN VAN DE PROEVEN

Artikel C.12
De proeven worden door het organiserend comité in overleg met de gedelegeerde uitgezet.

DIPLOMA'S

Artikel C.13
De uitvoering van een proef wordt gewaardeerd met cijfers van 0 tot en met 100; een hond die tenminste 55 punten heeft gekregen heeft de proef voldoende afgelegd. Om een voldoende te behalen moet de hond al het wild, binnen de vastgestelde tijd, hebben geapporteerd. Het enkele feit dat al het wild is binnengebracht betekent nog niet dat een voldoende wordt verkregen.

Artikel C.14
Om het Nimrod -diploma te behalen moet de hond in beginsel voor alle proeven tenminste 55 punten hebben gekregen. Indien een enkele onvoldoende tegenover bijzonder goede prestaties staat, kunnen de gezamenlijke keurmeesters beslissen dat het diploma toch wordt toegekend.

Artikel C.15
Een hond, die bij welke proef dan ook, schotschuw blijkt te zijn, wild aansnijdt, begraaft, verstopt of beschadigt wordt gediskwalificeerd en komt in geen geval voor een diploma in aanmerking.

Artikel C.16
Diplomaformulieren worden door de C.J.P ter beschikking gesteld. Diploma's dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de gedelegeerde te zijn ondertekend, onmiddellijk na afloop van de Nimrod -Proef aan de rechthebbenden te worden uitgereikt.

BEKERREGLEMENT

Artikel C.17
1. Aan de winnende combinatie, voorjager/hond, wordt de Nimrod -beker uitgereikt.
2. De Nimrod -beker is een wisseltrofee, die door de K.N.J.V ter beschikking is gesteld.
3. De Nimrod -beker blijft eigendom van de K.N.J.V en kan derhalve nimmer permanent in eigendom worden verworven.

Artikel C.18
Voor het in de Nimrod -beker doen aanbrengen van een toepasselijke gravering wordt door en op kosten van de C.J.P zorg gedragen.

Artikel C.19
Indien in enig jaar de Nimrod -Proef niet wordt gehouden of indien geen der deelnemers een diploma verwerft, wordt de Nimrod -beker niet uitgereikt.

Rashondenlogboek

Via het formulier op de pagina van de Raad van Beheer kunt u direct, digitaal een logboek voor uw hond aanvragen. U dient daarvoor wel als eigenaar (en niet als mede-eigenaar!) geregistreerd te staan op de stamboom met het juiste actuele adres (zie voorwaarden hieronder).

Als u als eigenaar geregistreerd staat met het juiste adres hoeft u dus niet meer zoals in het verleden de stamboom op te sturen.

Incorrecte adresgegevens eigenaar

Als de adresgegevens van u als eigenaar op de stamboom niet meer correct zijn dient u uw stamboom op te sturen voor herregistratie. Voor meer informatie over herregistratie klik hier.

Wilt u bij deze herregistratie aangeven dat u tegelijkertijd een logboek wilt bestellen. U hoeft het logboek dan niet apart na te bestellen.

Aanvragen logboek als mede-eigenaar

Als mede-eigenaar heeft u volgens het Kynologisch Reglement geen enkele bevoegdheid en mag u geen logboek aanvragen.

Vanaf 1 januari 2006 kunnen logboeken alleen nog maar besteld worden door de geregistreerde eigenaren en niet meer door mede-eigenaren, conform de bepalingen in het Kynologisch Reglement.

Kosten

De kosten voor een rashondenlogboek bedragen € 16,10 (tarief 2006). Wacht u a.u.b. met betalen tot u van de Raad van Beheer de factuur hebt ontvangen.

Na ontvangst van uw bestelling ontvangt u binnen enkele dagen een factuur. Mocht u binnen een week geen factuur ontvangen hebben, neemt u dan contact op met de afdeling "Logboeken".

Na ontvangst van uw betaling wordt het logboek zo spoedig mogelijk verzonden.

Ga voor het aanvraagformulier en meer informatie naar www.kennelclub.nl. Klik vervolgens op 'Inschijvingen, aanvragen & bestellingen' en kies voor de optie 'Aanvragen Rashondenlogboek'.

ORWEJA kwalificatiekaarten, werkboekje, badge

Waterwerkkwalificatiekaarten

Een waterwerkkwalificatiekaart kan worden afgegeven aan honden, waaraan volgens de normen van het "Reglement Jachthondenproeven" voor de proef "apport uit diep water" tenminste het cijfer "6" is toegekend. De in het eerste lid bedoelde proef moet zijn afgelegd tijdens een officiële "Jachthondenproef" dan wel tijdens een speciaal ten behoeve van het verlenen van waterwerkkwalificatiekaarten door een VWOV georganiseerde proef, waar een keurmeester fungeert die voorkomt op de lijst van keurmeesters voor de jachthondenproeven. Een waterwerkkwalificatiekaart wordt op schriftelijk verzoek van of vanwege de eigenaar van een in aanmerking komende hond, onder overlegging van de bewijzen, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden voor toekenning is voldaan, kosteloos afgegeven door de ambt.secretaris ORWEJA. Een waterwerkkwalificatiekaart is geldig van het moment van afgifte tot één jaar na de datum, waarop de proef is afgelegd.

ORWEJA-kwalificatiekaarten

Voor het inschrijven in de gebruikshondenklas op een tentoonstelling heeft u een gebruikshonden verklaring nodig, welke u kunt aanvragen bij de Raad van Beheer. De Raad van Beheer zal u vragen om een ORWEJA-kwalificatiekaart, waarmee u kunt aantonen dat uw hond een kwalificatie op een veldwedstrijd heeft behaald. De kaarten worden op aanvraag van de eigenaar kosteloos door de ambt.secr. ORWEJA verstrekt. Dit geldt voor kwalificaties behaald op kampioenschaps-veldwedstrijden, novice- en jeugdveldwedstrijden.

Werkboekje Jachthondenproeven en Veldwedstrijden

In dit werkboekje bestaat de mogelijkheid alle resultaten van jachthondenproeven en veldwedstrijden van uw hond gedurende zeer lange tijd te noteren.

Het werkboekje is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van werkboekje. Het werkboekje wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.

Badge ORWEJA

Het logo van ORWEJA is te verkrijgen in de vorm van een badge.
Deze badge is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van badge. De badge wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.

Waar kan ik terecht voor een veldwerkcursus

Voor een eerste kennismaking raadt de vereniging aan de Informatieavond bij te wonen die jaarlijks in het voorjaar wordt georganiseerd. Kijk bij de activiteiten, de kalender, wanneer deze plaatsvindt.

Het is prachtig om te zien hoe honden, die nog nooit een veld gelopen hebben, reageren wanneer zij voor het eerst voor wild komen. De natuurlijke aanleg om voor te staan wordt al gauw duidelijk. De eigenaren (voorjagers) zijn vaak erg verbaasd dat hun hond dat in zich heeft.

Elk voorjaar, maar ook in het najaar probeert de evenementencommissie één of meerdere cursusdagen te organiseren. Ondanks het gebrek aan geschikte velden, lukt het de vereniging vaak dit te realiseren. De prioriteit bij de cursussen ligt bij de onervaren en minder ervaren honden (jeugd en novice). Daarnaast wordt aan honden die in de open klas uit (kunnen) komen een trainingsmogelijkheid gegeven.

De mogelijkheid tot deelname is altijd beperkt. De trainers willen de cursisten de kans geven meerdere keren een veld te lopen. Daardoor is het maximale aantal deelnemers per trainers 7 à 8 personen, waarbij uiteraard hebben leden van de NVHSHV voorrang bij deze cursus. Reden hiervan is dat de we de deelnemende honden een maximale gelegenheid willen bieden om voor wild te komen.
Voor de situatie dat er meer aanmeldingen dan beschikbare plaatsen zijn, behoudt de organisatie zich het recht voor om de beschikbare plaatsen bij voorkeur te gunnen aan de minder ervaren honden en hun voorjagers.

Wanneer het zover is dat u kunt deelnemen aan de cursus, zorg dan voor goede (waterdichte) kleding en laarzen. Verder is voor de training een jachtlijn en een fluit nodig.

Inleiding

Van het begrip veldwedstrijden heeft iedere regelmatige lezer van de Varia wel eens gehoord. Ook het begrip veldwerkcursus kan een ieder regelmatig in de Varia lezen. De indruk bestaat  evenwel, dat het bij veel leden toch niet helemaal duidelijk is, wat een veldwedstrijd inhoudt, en hoe daarvoor getraind kan worden, zeker in de situatie dat er zoals dit voorjaar geen veldwerkcursus is. Overigens streeft de Evenementencommissie zoals bekend er naar om in het najaar van 2002  weer wel een cursus veldwerk te organiseren.

In het algemeen ligt  bij veldwerk enige  nadruk op  het werk voor het schot. In ieder geval bij de wedstrijden in het voorjaar.  Dit in tegenstelling tot het zgn. KNJV- gebeuren, waar in feite het accent ligt op het apporteren, dus het werk na het schot, hoewel dat overigens ook  "in het veld " plaats vindt.

Om te trainen voor een veldwedstrijd moet eerst bekend zijn wat de bedoeling is. Wat zijn de regels (?). Wat is een novice-wedstrijd (?). Wat is rubriek B (?).  Tot wanneer kan de hond meedoen met een jeugdwedstrijd (?).  Wat mag wel en wat mag niet (?). Wanneer kan met de training worden begonnen (?).  Aan welke eisen moet een hond voldoen voor voortgezette training?  Kortom: wat is van belang  als u mee gaat doen aan een veldwedstrijd?

In deze rubriek  wordt  aandacht gegeven aan  de geldende regelgeving. Anders gezegd: wat wordt tijdens een veldwedstrijd van de hond en de voorjager verwacht of verlangd?  Verder wordt aandacht gegeven  aan  de mogelijkheden en methoden, de hond voor een veldwedstrijd te trainen.

De regelgeving

Van toepassing is het Algemeen Veldwedstrijd Reglement van de ORWEJA (Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden), oftewel: het bekende (?) groene boekje.  Daarin is de volgende definitie gegeven:

Een veldwedstrijd is een wedstrijd, waarop jachthonden in het vrije veld, jagend vóór en / of ná het schot, op levend of pas geschoten wild, worden beoordeeld naar de mate waarin zij effectief, op raseigen wijze en in samenwerking met hun voorjager werken.

Verder kan (mede) aan het "groene boekje" het volgende worden ontleend.

Het uiteindelijke doel van de veldwedstrijden is de selectie van zo geschikt mogelijk fokmateriaal om aldus een bijdrage te leveren aan het verantwoord fokken van voor het werk geschikte jachthonden.

Er zijn verschillende soorten veldwedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt naar ervaring van de hond. En er is voor de staande honden een indeling op basis van 3 rubrieken van rassen (A t/m C), dit op basis van de werkcapaciteiten c.q. eigenschappen van de rassen en de in de praktijk daaraan gerelateerde grootte van de velden. Verder is er  onderscheid op basis van de seizoenen (voor- en najaar).

Het is natuurlijk het beste om met  veldwerk te beginnen als de hond nog jong is. Er is dan de mogelijkheid tot deelname aan speciale jeugd-veldwedstrijden, bedoeld voor jonge honden. Bij aanvang van het betreffende seizoen (voorjaar of najaar) mogen honden die aan deze jeugdklasse deelnemen , de leeftijd van 2 jaar nog niet hebben bereikt. De bedoeling van deelname aan een jeugd-veldwedstrijd is, dat door keurmeesters de natuurlijke aanleg wordt beoordeeld, en dat een verwachting wordt gegeven voor de toekomst, een en ander in relatie tot de werkeisen en de werkstijl van het ras. De algemeen voor veldwedstrijden geldende bepalingen, zijn niet van toepassing bij een jeugd-veldwedstrijd.

De niet of minder geroutineerde voorjagers met een al iets oudere hond hebben de mogelijkheid, mee te doen aan een novice-veldwedstrijd. Hierbij geldt dat de in te schrijven honden bij aanvang van het betreffende seizoen (voorjaar of najaar) de leeftijd van 2 jaar hebben bereikt, en de honden mogen bij aanvang van dat seizoen  nog geen kwalificatie hebben behaald. De in het algemeen geldende regels, worden bij een novice-wedstrijd met enige souplesse gehanteerd. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de keurmeester toestaat dat een hond een haas iets langer achtervolgt dan de reglementaire afstand of dat een wat grotere onrust bij schot of apport wordt getolereerd, of dat bepaalde ernstige fouten  als minder ernstig worden beoordeeld. De novice-wedstrijden worden  gebruikt als overgang naar de hierna te beschrijven open klasse. Tevens kan de novice-klasse interessant zijn - zowel voor de eigenaar maar ook voor de Fokadviescommissie van de club - om te zien wat iets oudere honden doen met wild en / of verwaaiing , voordat deze ( eventueel )  voor de fok worden ingezet.

Daarnaast kennen we de open klasse en diverse vormen van kampioenschaps-veldwedstrijden waarvoor de algemeen gestelde regels natuurlijk wel gelden.

Op veldwedstrijden kunnen de navolgende kwalificaties worden gegeven: Goed,  Zeer Goed en  Uitmuntend. Op jeugd-veldwedstrijden wordt met de kwalificatie een op de kwaliteit van het getoonde werk gebaseerde verwachting voor de toekomst uitgesproken. Op veldwedstrijden mogen keurmeesters aan honden die, om welke reden dan ook, niet voor een kwalificatie in aanmerking komen maar die zij  ter stimulering of ter waardering eervol wensen te vermelden, een eervolle vermelding toekennen.

Op veldwedstrijden voor staande honden  met uitzondering van jeugdwedstrijden, wordt door de keurmeester(s) aan honden die niet voor een kwalificatie in aanmerking komen, één van onderstaande "aantekeningen" toegekend.

 

PO 
[pas d’occassion] aan honden die tijdens tenminste twee complete en nagenoeg foutloze lopen van hoog niveau geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild
NC
[non classé] aan honden die tenminste een complete loop hebben voltooid en die tijdens die loop (lopen) geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild en van wie het werk van dien aard was dat ook met een goed punt geen hoge kwalificatie zou zijn gegeven. 
GPT
[gibier passé ou tapé] aan honden die een kans om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild niet hebben benut en op grond daarvan niet zijn gekwalificeerd dan wel op rond daarvan zijn gediskwalificeerd.
INS
[insuffisant] aan honden die niet hebben voldaan aan de norm van de wedstrijd en van wie de eerste loop op grond daarvan vroegtijdig door de keurmeester is beëindigd, ongeacht of zij een punt hebben gemaakt op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild of een kans daartoe niet hebben benut. 
EL
[éliminé] aan honden die zijn gediskwalificeerd op grond van een fout, die niet is vermeld onder een van de andere aantekeningen.
RET
[retiré] aan honden die door de voorjager, om welke reden dan ook, op eigen initiatief, voor het verstrijken van de achtste minuut van de eerste loop zijn teruggetrokken.
RI
[rapport insuffisant] aan honden die niet worden gekwalificeerd op grond van het feit dat zij het apport te land of uit water onvoldoende uitvoerden.
RR
[refus de rapport] aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij gevonden wild weigeren te apporteren
DD
[dents dur] aan honden die werden  gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij wild beschadigden.
RE
[refus d’eau] aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij weigeren te water te gaan.
PF
[peur de feu] aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van schotschuwheid of schotgevoeligheid. 



Voor de staande honden zijn er de navolgende wedstrijdvormen

                                                               "Quête à la Francaise"
Het te bejagen terrein bestaat bij voorkeur uit uitgestrekte landbouwakkers. Het terrein is open en overzichtelijk, met zo weinig mogelijk belemmeringen die een zeer ruime zoekwijze in de weg zouden staan. In het voorjaar: jong laag graan, oude maïs- en graanstoppels en uitgestrekte weilanden. In het najaar: najaarsgewassen als bieten en aardappelen en uitgestrekte graanstoppels. 

                                                               "Continentaal I"
Het terrein bestaat bij voorkeur uit ruime landbouwakkers. Het terrein is veelal open en overzichtelijk, maar wordt hier en daar gecoupeerd door sloten, hekken, hagen of wegen en nodigt aldus uit tot een variabele, ruime zoekwijze. In het voorjaar: akkers met jong laag graan, oude maïs- en graanstoppels en ruime weilanden. In het najaar: najaarsgewassen als bieten, aardappelen en graanstoppels. 

                                                               "Continentaal II"
Kleine landbouwpercelen, gecoupeerd door relatief veel natuurlijke begrenzingen in de vorm van sloten, wallen, hekken of hagen. Het terrein dwingt aldus tot een zeer grondige, niet al te ruime zoekwijze. In het voorjaar: laag graan, oude maïs- en graanstoppels. In het najaar: bieten, aardappelen en knollen. 

Voor alle voorjaarswedstrijden geldt, dat uitsluitend het werk vóór het schot wordt beoordeeld. De ideale loop is die, waarbij ( in de open klasse ) de hond volkomen in de hand is, zijn veld in raseigen stijl afzoekt, alle daarop voorkomende patrijzen voorstaat, daarbij respect toont voor alle wild en fel, snel en zeer ruim (Quête à la Francaise), respectievelijk ruim (C I) respectievelijk niet al te ruim (C II) jaagt. Attentie : anders dan in de open klasse kan in de jeugd en de novice klasse in het voorjaar ook op fazant worden gescoord.

Voor de najaarswedstrijden geldt, dat zowel het werk van de staande hond voor als na het schot wordt beoordeeld. In tegenstelling tot het voorjaar, wordt in alle klassen  op patrijzen en op fazanten gejaagd.

De wedstrijden Quête à la Francaise staan in de regel open voor honden uit rubriek A. Dit zijn de navolgende Britse staande honden:

*  Engelse Setter                           
*  Ierse Rood en Wit Setter
*  Pointer                                       
*  Gordon Setter                            
*  Ierse Setter

De wedstrijden Continentaal I staan in de regel open voor de honden uit rubriek B. Dit zijn de continentale staande honden:

*  Braque Francais type Gascogne                  
*  Cesky Fousek
*  Duitse staande (draad-, kort-,langhaar)       
*  Griffon Korthals
*  Epagneul Breton                                          
*  Hongaarse staande hond (kort- en draadhaar)
*  Poedelpointer

De wedstrijden Continentaal II staan in de regel open voor de honden uit rubriek C. Dit zijn de continentale staande honden:

*  Braque de l'Ariège                                                                       
*  Epagneul de Pont Audemer
*  Braque d'Auvergne                                                                       
*  Gammel Dansk Hønsehund
*  Braque du Bourbonnais                                                                 
*  Griffon Boulet
*  Braque Dupuy                                                                                
*  Grote Münsterlander
*  Braqeu Francais type Pyrénées                                                   
*  Heudewachtel
*  Braque de Saint Germain                                                              
*  Perdigueiro Portuguès
*  Bracco Italiano                                                                             
*  Perdigueiro de Burgos
*  Drentsche Patrijshond                                                                 
*  Slowaakse Draadhaar
*  Duitse Staande Stichelhaar                                                          
*  Spinone Italiano
*  Epagneul Bleu de Picardie                                                             
*  Stabyhoun
*  Epagneul Francais                                                                         
*  Weimaraner Korthaar
*  Epagneul Picard                                                                            
*  Weimaraner Langhaar 

Het zal duidelijk zijn dat de indeling van de honden in de rubrieken A-BC, de  drie wedstrijdvormen , en de daarop gebaseerde grootte van de velden, gerelateerd is aan de capaciteit van de honden om ( met hoge snelheid ) velden in de breedte en de diepte af te zoeken . Honden uit rubriek A zijn - mede afhankelijk van de grootte van het veld, de wind en de overige weersomstandigheden - in staat om vanaf de positie van de voorjager , naar beide kanten van de voorjager slagen te maken  tot een afstand van wel 500  a 600 meter en bochten naar voren  met een diepte van tientallen  meters, zonder daarbij in het veld aanwezig wild te missen. Van honden uit rubriek B, zoals de Vizsla, mag worden verlangd - natuurlijk ook hier weer mede afhankelijk van de weersomstandigheden - dat deze aan beide kanten van de voorjager flankeert tot 200 a 300 meter, met een diepte van de slagen naar voren van 25 a 30 meter. Voor de honden uit rubriek C is dit resp. circa 100  en 25 a 30 meter. Bedenk hierbij wel dat de Britse staande honden uit rubriek A  puur specialisten in het veldwerk / voorstaan zijn. Om die reden wordt in het Britse land  in voorkomende gevallen bij de jacht , behalve met een staande hond, gelijktijdig  tevens met een retriever hond ( curly coated, flatcoated, golden, labrador ) gewerkt. Deze zijn dan weer alleen voor het apporteren. De continentale honden zijn meer all round.

Uitgangspunten en richtlijnen

De ideale staande hond is een energieke, onvermoeibare, zorgvuldige stijlvolle jager; hij toont zoeklust, initiatief, doorzettingsvermogen en jachtverstand en werkt spontaan samen met zijn voorjager zonder zich onnodig op hem te verlaten; hij zoekt rechtstreeks contact met wild en staat dit bewust en resoluut voor;  hij is wildrein en steady bij het opgaan van het wild en op schot, schakelt, indien zulks wordt vereist, na het schot gemakkelijk over op de nazoek van dood of gewond wild en apporteert vlot en zonder omhaal zowel te land als uit water.

De staande hond moet energiek jagen, hij moet gedurende een hele loop een hoog werktempo handhaven. Tijdens zijn werken moet hij zoeklust en jachtpassie uitstralen. Gebrek aan zoeklust en jachtpassie en door vermoeidheid het vereiste werktempo niet kunnen handhaven zijn ernstige fouten.

De hond moet zijn veld zorgvuldig, systematisch, goed op de wind en met goede kophouding afzoeken. Veelvuldig delen van het aangewezen terrein onafgezocht laten liggen, bij herhaling terugkeren op reeds afgezocht terrein, bij herhaling te ver voor zijn voorjager werken, het slaan van haken van de wind af en jagen met lage kophouding zijn ernstige fouten.

De hond moet een stijlvolle jager zijn; dat wil zeggen dat hij moet jagen in een stijl inherent aan zijn ras. Duidelijk gebrek aan raseigen stijl staat een  CACT  ( nationale werkkampioenschapsprijs )  in de weg.  Het feit dat een staande hond zijn zoekpatroon, zijn werktempo en mate van concentratie aangepast aan de wisselende omstandigheden van terrein, wild en wind, getuigt van jachtverstand; deze eigenschap wordt hoog gewaardeerd.

De hond moet gehoorzaam zijn en mag niet uit de hand raken op straffe van uitsluiting, de hond moet in alle rust worden voorgejaagd; veelvuldig luid roepen of fluiten zijn ernstige fouten. De hond moet spontaan samenwerken met zijn voorjager, hij moet contact houden zonder het initiatief te verliezen; hij mag zich derhalve niet onnodig op de steun en de aanwijzingen van zijn voorjager verlaten;  gebrek aan initiatief is een ernstige fout.

Luid jagen is voor de staande hondenrassen een ongewenste eigenschap. Luid jagen leidt tot uitsluiting.

De staande hond moet het in het aangewezen veld aanwezige wild, vinden en voorstaan.

Het missen of uitstoten van een goed geplaatst stuk wild in het aangewezen veld is een ernstige fout, die bij herhaling tot uitsluiting leidt.

De hond moet bewust rechtstreeks contact zoeken met het wild. Staan en peuteren op voet, alsmede gericht afzoeken van oude verwaaiing en sporen getuigt van gebrek aan doelbewust werken. Vlot verifiëren van verwaaiing en gedecideerd juist besluiten wordt hoog gewaardeerd. Gebrek aan doelbewust werken is een ernstige fout.

Er is sprake van een punt als de staande hond als gevolg van gericht zoeken wild vindt en dit bewust voorstaat. Een punt begint met het arrêt ( voorstaan ) eventueel gevolgd door samen met de voorjager aantrekken, rust bij het opgaan  van het wild en op het schot, en eindigt als de hond door de voorjager is aangelijnd tenzij - in het najaar - eerst moet worden geapporteerd. De kwaliteit van een punt wordt  mede bepaald door de wijze waarop de verwaaiing in eerste instantie wordt opgenomen, de manier waarop het rechtstreekse contact met het wild ontstaat en de autoriteit van het arrêt.

Eenmaal tot voorstaan gekomen, moet de staande hond blijven staan tot zijn voorjager geheel is genaderd tenzij een hernieuwde aanval nodig is om het wild opnieuw te blokkeren. Deze nieuwe aanval mag in geen geval tot gevolg hebben dat de voorjager daardoor niet geheel kan naderen voordat het wild springt. Wild dat in zo'n geval springt voordat de voorjager is genaderd wordt geacht te zijn uitgestoten.

Indien nodig moet de hond op commando samen met zijn voorjager aantrekken om zo het wild te tonen. Het coulé  ( aantrekken door de hond nadat deze verwaaiing van wild heeft gekregen ) moet soepel en energiek zijn en het moet autoriteit uitstralen. Tijdens het coulé mag de voorjager, op straffe van niet toekennen van het punt, niet voor zijn hond komen. Honden die bij het coulé aanmerkelijke ondersteuning nodig hebben maken een ernstige fout. Honden die weigeren aan te trekken worden uitgesloten tenzij het wild zich op zeer korte afstand van de hond, als het ware onder zijn neus, bevindt.

De voorjager mag bij een najaarswedstrijd op straffe van niet toekennen van het punt, zijn hond niet laten aantrekken voordat het officiële geweer een zodanige positie heeft kunnen innemen dat hij het wild kan schieten.

Ver aantrekken is toegestaan op voorwaarde dat het coulé energiek is en tot resultaat leidt; leeg voorstaan wordt negatief beoordeeld, vooral als het arrêt  ( voorstaan ) wordt gevolgd door een coulé.  Meer dan drie maal voorstaan zonder resultaat leidt tot uitsluiting.

Na een bediend arrêt al dan niet met resultaat, in voorkomend geval gevolgd door een apport, moet de voorjager zijn hond aanlijnen en terugkeren naar de keurmeesters.

Bij het opgaan van het wild moet de hond steady zijn. Dat wil zeggen rustig blijven en de plaats houden . Niet steady zijn bij het opgaan van wild is, afhankelijk van de ernst daarvan, een min of meer ernstige fout. Meer dan enkele passen verplaatsen bij opgaan van het wild is een ernstige fout die bij herhaling tot uitsluiting leidt. Ingrijpen met behulp van fluit of stem is niet geoorloofd tenzij dit beperkt blijft tot een enkel signaal of een beheerst commando. De  voorjager mag zijn hond bij het springen van het wild, op straffe van niet toekennen van het punt, niet aanraken. Aanraken van de hond bij het opgaan van het wild is bovendien een ernstige fout die bij herhaling tot uitsluiting leidt.

Op het schot moet de staande hond steady zijn, dat wil zeggen dat hij niet mag inspringen en in voorkomend geval de opdracht van zijn voorjager om te apporteren moet afwachten. Niet steady zijn op het schot is, afhankelijk van de ernst daarvan, een min of meer ernstige fout. De voorjager mag zijn hond op het schot, op straffe van niet toekennen van het punt, niet aanraken. Aanraken van de hond op het schot is bovendien een ernstige fout die bij herhaling tot uitsluiting leidt.

De voorjager moet het moment van de opdracht aan zijn hond om te apporteren zodanig kiezen dat hij daarmee de keurmeesters overtuigt van het feit dat de hond steady was op het schot. Daartoe dient hij de hond eerst uit te sturen nadat het wild de grond heeft geraakt. De hond die onhoudbaar inspringt op het schot, dat wil zeggen dat hij te vroeg vertrekt en niet binnen enkele meters stopt of gestopt wordt, maakt een ernstige fout.

De staande hond moet wildrein zijn. De hond die een gezond stuk wild vangt of meer dan vijftig meter achtervolgt wordt uitgesloten, ook als dit een wildsoort betreft, waarop volgens het reglement voor de betreffende wedstrijdvorm niet wordt gewerkt.

De staande hond moet, indien zulks wordt vereist, dood en aangeschoten wild vinden en apporteren. Hij moet daartoe gemakkelijk kunnen omschakelen van het werk vóór naar het werk nà het schot. Een hond die, uitgezonden om te apporteren, duidelijk op jacht gaat naar vers wild in plaats van op zoek te gaan naar het geschoten stuk, maakt een ernstige fout.

Goed markeren en waar nodig zich goed laten plaatsen is belangrijk; bij de beoordeling van het apport zal daarmee rekening worden gehouden.

In beginsel dient de voorjager het voor zijn hond geschoten wild te markeren en te onthouden. De keurmeesters beslissen of zij nochtans aanwijzingen omtrent de valplaats geven.

De hond die dood of aangeschoten wild vindt en dit weigert te apporteren, wordt uitgesloten.

De hond die dood of aangeschoten wild niet vindt wordt uitgesloten tenzij,  naar het oordeel van de jury, dit apport in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze niet mag worden verlangd.

De staande hond moet correct apporteren ; dat wil zeggen dat hij een gevonden stuk wild, dood of levend, spontaan moet oppakken en zonder onnodig verpakken en in vlot tempo naar zijn voorjager moet brengen en het op commando prompt, zittend of staand moet afgeven. Slordig apporteren is een ernstige fout. Extreem slordig apporteren leidt tot uitsluiting.

De hond mag dood of ziek wild niet voorstaan. Even voorstaan van dood of ziek wild wordt getolereerd mits de hond op commando van de voorjager toegrijpt. Nadrukkelijk voorstaan van dood of ziek wild en niet toegrijpen op commando leidt tot uitsluiting.

De hond mag niet hard in de bek zijn. Honden die hard in de bek zijn worden uitgesloten. Keurmeesters inspecteren in beginsel elk geapporteerd stuk wild. De gezamenlijke keurmeesters beslissen omtrent hardheid. In geval van twijfel wordt in het voordeel van de hond beslist.

Tenzij de keurmeesters anders bepalen blijft de voorjager tijdens het apport op de plaats waar hij zich bevond toen het wild werd geschoten. Zonder toestemming van de keurmeester mag de voorjager die plaats niet verlaten tot het moment dat zijn hond hem het wild ter hand heeft gesteld.

De hond moet, indien zulks wordt vereist, op commando vlot te water gaan. Weigeren te water te gaan leidt tot uitsluiting. De hond mag, zelfs niet in de geringste mate, bang zijn voor schieten. Schotgevoelige en schotschuwe honden worden uitgesloten. De hond mag niet agressief zijn.

De Training

Nadat we kennis hebben genomen van de belangrijkste regelgeving m.b.t. het veldwerk, is natuurlijk de vraag, hoe we aan onze hond duidelijk maken, wat de bedoeling is. Een eerste vraag hierbij is: wanneer beginnen we met de training ?

Het beste is  om met een jonge hond te beginnen. Eigenlijk al in de puppy-fase. Dat wil dus zeggen in de fase tot 16 weken.

We proberen bij de pup belangstelling voor de reuk van wild te wekken, simpelweg door de pup in contact met ( vleugels van ) wild ( patrijs en fazant ) te brengen. Het zal duidelijk zijn dat dit met grote speelsheid moet gebeuren.

Zodra de pup belangstelling voor wild toont kunnen de eerste oefeningen starten. We brengen de hond voorzichtig voor ( vleugels van ) wild ( patrijs en fazant ) . Dit kan het beste aan de (lange) riem. En we hopen dat de pup gaat voorstaan. Met een beetje geluk lukt dit. Einde van deze oefening.

Vervolgens proberen we de pup te leren, dat deze  het wild niet alleen moet voorstaan, maar dat het ook zaak is om hierbij als hond behoedzaam te werk te gaan. Het is immers niet de bedoeling dat de hond het wild (patrijs en fazant) door onbesuisd optreden uitstoot. De hond moet dus als pup leren dat het wild voorzichtig moet worden benaderd, omdat het wild anders wegvliegt.

We kunnen dit al snel buiten  met de pup oefenen. We gebruiken opnieuw vleugels van patrijs of fazant, deze gaan aan een hengel, en  de hengel  wordt strak gehouden. We gaan nu  met de hond aan de lange of verlengde lijn de vleugels  naderen. De hond zal de neiging hebben om op het interessante en spannende lekkers af te stormen. Als dit  gebeurt wordt  de hengel opgetrokken,  met gevolg dat de fazant of de patrijs opvliegt. De pup zal teleurgesteld reageren. Na enkele keren (vooral niet te veel achter elkaar oefenen) is het de bedoeling dat de jonge hond een verband gaat leggen tussen zijn optreden en het wegvliegen van het wild. Natuurlijk stimuleren we de jonge hond om de patrijs/fazant behoedzaam te naderen. Overbodig er op te wijzen dat we de hond  prijzen als het rustig en dus goed verloopt. Hierbij wel altijd de rust bewaren.

De volgende fase is dat we de hond in het veld voor fazant of patrijs  of eventueel kwartel brengen. Dit gebeurt vaak in kooitjes (het wild wel te verstaan). Met de lange lijn naderen we de gekooide vogel. Bij het wegzetten  van het kooitje er op letten dat de hond niet ziet waar we het kooitje neerzetten. Hierbij natuurlijk op de wind letten. We werken tegen de wind in. De hond moet zelf het wild in het veld  vinden. Als dit lukt, dan de hond zachtjes en vooral rustig prijzen, en wegvoeren van de plek. Attentie : dit kunnen we slechts enkele keren herhalen, want een slimme hond, en dat is de Vizsla,  gaat dan al snel voor het kooitje staan i.p.v dat het  wild wordt voorgestaan. Wild in een kooi gedraagt zich niet wild. Het kan  niet vluchten en juist dat moet een hond ook leren.  Maar een enkele keer op deze manier oefenen of  proberen is geen probleem !

Dan gaan we de oefening herhalen, maar deze keer  met de vogel uit het kooitje. Hierbij in principe dezelfde werkwijze volgen. De hond dus  prijzen als het goed gaat maar steeds  vooral de rust bewaren.

Daarna gaan we het zoeken uitbreiden. De hond wordt los voorgejaagd, en van de hond wordt gevraagd, dat deze het veld systematisch afzoekt. We gaan hierbij als volgt te werk.

We gaan naar een veld met wild. De Vizsla is een hond uit rubriek B, dus we weten dat we voor een wedstrijd een veld moeten hebben, dat voldoet aan de beschrijving van de velden voor Continentaal I.  Maar voor oefeningen kunnen we dikwijls ook goed terecht op braakliggend  industrieterrein. Bedenk  wel steeds dat de van toepassing zijnde wetgeving in acht moet worden genomen. We gaan het veld recht tegen de wind in afwerken. We bepalen een punt waar we, recht tegen de wind in lopend, uit moeten komen, en dat punt onthouden we. We starten door de hond dwars op de wind uit te sturen. We lopen zelf langzaam,  recht tegen de wind in, naar voren. De hond zal de eerste keren niet spontaan een slag of een bocht naar voren maken. We geven de hond een teken, bijvoorbeeld een rustig fluitsignaal. De hond zal dan kijken en zien dat de voorjager een stukje naar voren is gelopen. De voorjager roept de hond  met de fluit, en de voorjager zorgt er voor dat de hond hem voorlangs nadert. Als de hond bij de voorjager  is, moet de hond worden doorgestuurd om de andere kant van het veld af te zoeken, en om aan de andere kant van het veld een bocht naar voren te maken, om daarna met een nieuwe bocht weer richting voorjager te gaan en  deze vervolgens opnieuw aan de voorzijde te passeren. De voorjager  blijft hierbij langzaam naar voren  lopen. Om de hond beter duidelijk te maken dat deze het veld dwars op de wind moet afzoeken, loopt de voorjager  telkens niet alleen langzaam naar voren, maar de voorjager  loopt ook telkens zoveel als mogelijk mee in de richting die de hond moet gaan. De voorjager  zorgt er steeds voor dat de hond de voorjager  aan de voorzijde passeert.

Dan komt het grote moment (hopen we). De hond krijgt verwaaiing ( de geur van wild ) . De hond  zal eerst op de verwaaiing  tekenen. De slagen die de hond maakt, worden kleiner en de hond nadert de vogel. De vogel bespeurt onraad. De hond verifieert . Dat  kan  door zich onmiddellijk om te gooien en blijven staan als hij de verwaaiing dwars op de wind passeert, maar het kan ook zijn dat de hond vaststelt dat het wild verder weg zit . In dat geval zal de hond  in een voorwaartse beweging  in een sluipgang de verwaaiing aanvallen tot dat de afstand tussen hond en wild net iets minder is dan de vluchtafstand van het wild. De hond trekt op deze manier  langzaam en voorzichtig aan tot vlak bij de vogel. De hond en de vogel staan oog in oog. De vogel durft in die situatie niet te vertrekken en drukt zich. Het is natuurlijk een fantastisch gezicht om waar te nemen hoe een vizsla in het veld een fazant of patrijs op deze wijze door voor te staan vast zet.

Die vluchtafstand wordt overigens aanmerkelijk beïnvloed door het weer. Wind maar vooral temperatuur is buitengewoon  belangrijk. Bij  warm weer stijgt de lucht van het wild vlugger omhoog waardoor de hond het sneller zal ruiken en de vluchtafstand kritischer wordt. Bij veel wind wordt de verwaaiing eerder door de hond opgepakt. En bij een droog veld bemerkt de vogel eerder onraad van de hond als gevolg van het " beuken " van de grond. 

We manen de hond tot rust. Als dit allemaal goed gaat, staat de hond nog steeds voor, waarbij het wild is vastgezet,  en de hond  wacht rustig op de voorjager. We naderen de vogel misschien nog iets dichter. Dan nadert het moment van het uitstoten , dat wil zeggen het bewust door de hond in samenwerking met de voorjager doen opvliegen van het wild, dit indien noodzakelijk met behulp / gebruik van stem of fluit. Rust bij het opgaan van het wild is vereist.

Dan volgt een schot. Ook hier is rust bij de hond vereist.  Bij tenminste een punt moet de voorjager bij de voorjaarswedstrijden onmiddellijk na het springen van het wild met een alarmpistool schieten op straffe van niet toekennen van dat punt. Attentie : in het voorjaar dus het alarmpistool beslist niet vergeten. Bij de najaarswedstrijden geldt dat het wild wordt geschoten door bij voorkeur twee officiële geweren, die in de linie ter hoogte van de voorjager meelopen, waarna het wild door de hond ( dus alleen in het najaar ) wordt geapporteerd. Dan de hond aanlijnen, en rustig wegleiden. In de wedstrijd zouden we wellicht  definitief een punt hebben gescoord.

Overige tips

Als we gaan oefenen  voor en / of gaan deelnemen aan een wedstrijd, is het van belang dat we weten  dat het reukvermogen via de slijmvliezen van de lippen naar de neus loopt. Zijn de slijmvliezen droog, dan is het reukvermogen verminderd. Daarom zorgen we er voor, dat we altijd water bij ons hebben, om kort voor de inzet van de hond de mond / lippen van de hond vochtig te maken. Het is handig  hierbij gebruik te maken van een bidon.

Overigens horen specifieke tips over veldwerk in de eerste plaats thuis in het kader van een veldwerkcursus en minder in een theoretisch verhaal als dit. Immers : wij allen weten dat honden net zo verschillend zijn als mensen, en daarom zal een individueel advies met een bepaalde tip in het kader van  een veldwerkcursus beter tot zijn recht komen.

Al snel zal tijdens de training blijken dat het voor veldwerk van belang is dat de hond enigszins onder appèl staat.  Maar de hond moet zeker niet te gehoorzaam zijn en dirigeren mag voor het veldwerk echt worden vergeten. De benodigde gehoorzaamheid kunnen wij bereiken met het volgen van een KNJV  C-cursus of  natuurlijk  binnen de club de basiscursus. Prima is dat. De hond leert appèl en een beetje apporteren. We weten inmiddels dat apporteren op de najaarswedstrijden wordt verlangd. Dus niet alleen de C is  heel handig. Daarom gaan we na de C  vrolijk verder met de B-cursus. Of binnen clubverband de apporteercursus. We zijn dan al tot de conclusie gekomen  dat een hond die goed kan markeren erg handig is op de najaarswedstrijden. Maar dan komt de schrik. We gaan binnen de B-cursus de hond leren verloren zoeken en we leren de hond apport over water. En we zien al snel  dat de hond de apporten binnen brengt door te zoeken met een lage kophouding. Om over de sleep die de hond voor de A moet doen nog maar te zwijgen. We weten inmiddels dat bij een veldwedstrijd een lage kophouding juist niet de bedoeling is. Want met een lage kophouding zal het de hond in de regel niet kunnen lukken het wild goed te naderen, waardoor met lage kophouding het vastzetten door voorstaan niet of nauwelijks mogelijk is.  Wat nu?

Het antwoord is even duidelijk als simpel. Er zal eigenlijk  in veel gevallen ( uitzonderingen daargelaten ) om optimale resultaten te kunnen behalen, een keuze moeten  worden gemaakt.

Of  we gaan met de hond naar de ORWEJA - proeven ( B en A )  waar wordt gewerkt voor het werk na het schot , en waar wij de hond aanleren om het wild  met een lage kophouding op de grond te vinden. Of we beperken ons in dat verband tot het markeren en de benodigde gehoorzaamheid die nodig is om "te spelen" met de wind tijdens het veldwerk.

Na lezing van het bovenstaande weet u dat u bij training en wedstrijd niet alleen een Vizsla nodig heeft, maar ook het gereedschap :

  • Lijn;
  • Fluit;
  • Bidon;
  • Alarmpistool. ( ! )

Wellicht zult u nu toch zeggen: mijn hond is volledig allround en  beheerst het veldwerk met een hoge kophouding en kan daarnaast goed verloren zoeken, apport over water en sleep met lage kophouding. Misschien is dat bij uw hond   tot op zekere hoogte zo. Voor dat geval in alle oprechtheid buitengewoon gefeliciteerd. U heeft een uitzonderlijk veelzijdige hond, maar het zal dan toch vaak  zo zijn dat de hond nooit in beide disciplines een maximaal niveau zal kunnen behalen. Maar hier geldt natuurlijk opnieuw dat uitsluitend u zelf beslist wat u wel of niet met uw hond doet. Iedere ( ervaren ) voorjager traint anders, en dat is ook goed zo. In die zin is dit artikel ook zeker niet bedoeld als een compleet overzicht. Dus in alle gevallen geldt :  " Aan u is de keus!" .

Ten slotte het volgende. De genoemde tips voor de training zijn mede gebaseerd  op diverse gesprekken met enkele zeer ervaren leden van de club. Zonder hun adviezen en hulp zou dit artikel nooit in deze vorm tot stand zijn gekomen.

Veldwedstrijd Reglement Orweja

Het Algemeen Veldwedstrijd Reglement (AVR) is nu digitaal beschikbaar.

Klik hier voor het Algemeen Veldwedstrijd Reglement

Klik hier voor het Supplement voor staande honden 

ORWEJA kwalificatiekaarten, werkboekje, badge

Waterwerkkwalificatiekaarten

Een waterwerkkwalificatiekaart kan worden afgegeven aan honden, waaraan volgens de normen van het "Reglement Jachthondenproeven" voor de proef "apport uit diep water" tenminste het cijfer "6" is toegekend. De in het eerste lid bedoelde proef moet zijn afgelegd tijdens een officiële "Jachthondenproef" dan wel tijdens een speciaal ten behoeve van het verlenen van waterwerkkwalificatiekaarten door een VWOV georganiseerde proef, waar een keurmeester fungeert die voorkomt op de lijst van keurmeesters voor de jachthondenproeven. Een waterwerkkwalificatiekaart wordt op schriftelijk verzoek van of vanwege de eigenaar van een in aanmerking komende hond, onder overlegging van de bewijzen, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden voor toekenning is voldaan, kosteloos afgegeven door de ambt.secretaris ORWEJA. Een waterwerkkwalificatiekaart is geldig van het moment van afgifte tot één jaar na de datum, waarop de proef is afgelegd.

ORWEJA-kwalificatiekaarten

Voor het inschrijven in de gebruikshondenklas op een tentoonstelling heeft u een gebruikshonden verklaring nodig, welke u kunt aanvragen bij de Raad van Beheer. De Raad van Beheer zal u vragen om een ORWEJA-kwalificatiekaart, waarmee u kunt aantonen dat uw hond een kwalificatie op een veldwedstrijd heeft behaald. De kaarten worden op aanvraag van de eigenaar kosteloos door de ambt.secr. ORWEJA verstrekt. Dit geldt voor kwalificaties behaald op kampioenschaps-veldwedstrijden, novice- en jeugdveldwedstrijden.

Werkboekje Jachthondenproeven en Veldwedstrijden

In dit werkboekje bestaat de mogelijkheid alle resultaten van jachthondenproeven en veldwedstrijden van uw hond gedurende zeer lange tijd te noteren.

Het werkboekje is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van werkboekje. Het werkboekje wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.

Badge ORWEJA

Het logo van ORWEJA is te verkrijgen in de vorm van een badge.
Deze badge is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van badge. De badge wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.

Rashondenlogboek

Via het formulier op de pagina van de Raad van Beheer kunt u direct, digitaal een logboek voor uw hond aanvragen. U dient daarvoor wel als eigenaar (en niet als mede-eigenaar!) geregistreerd te staan op de stamboom met het juiste actuele adres (zie voorwaarden hieronder).

Als u als eigenaar geregistreerd staat met het juiste adres hoeft u dus niet meer zoals in het verleden de stamboom op te sturen.

Incorrecte adresgegevens eigenaar

Als de adresgegevens van u als eigenaar op de stamboom niet meer correct zijn dient u uw stamboom op te sturen voor herregistratie. Voor meer informatie over herregistratie klik hier.

Wilt u bij deze herregistratie aangeven dat u tegelijkertijd een logboek wilt bestellen. U hoeft het logboek dan niet apart na te bestellen.

Aanvragen logboek als mede-eigenaar

Als mede-eigenaar heeft u volgens het Kynologisch Reglement geen enkele bevoegdheid en mag u geen logboek aanvragen.

Vanaf 1 januari 2006 kunnen logboeken alleen nog maar besteld worden door de geregistreerde eigenaren en niet meer door mede-eigenaren, conform de bepalingen in het Kynologisch Reglement.

Kosten

De kosten voor een rashondenlogboek bedragen € 16,10 (tarief 2006). Wacht u a.u.b. met betalen tot u van de Raad van Beheer de factuur hebt ontvangen.

Na ontvangst van uw bestelling ontvangt u binnen enkele dagen een factuur. Mocht u binnen een week geen factuur ontvangen hebben, neemt u dan contact op met de afdeling "Logboeken".

Na ontvangst van uw betaling wordt het logboek zo spoedig mogelijk verzonden.

Ga voor het aanvraagformulier en meer informatie naar www.kennelclub.nl. Klik vervolgens op 'Inschijvingen, aanvragen & bestellingen' en kies voor de optie 'Aanvragen Rashondenlogboek'.

Hoe wordt mijn Vizsla Werkkampioen

Werkkampioenschapsprijs
1. Een Nederlandse werkkampioenschapsprijs wordt toegekend aan de hond die op een in Nederland gehouden kampioenschapsveldwedstrijd als eerste van zijn groep wordt geplaatst, mits in zijn groep ten minste zes honden deelnemen, de hond voor zijn arbeid de kwalificatie "uitmuntend” heeft behaald en zijn werk naar het oordeel van de keurmeesters van opvallend hoog niveau was, en de hond op de betrokken dag de leeftijd van één jaar heeft bereikt.
2. Een Nederlandse reserve-werkkampioenschapsprijs wordt toegekend aan alle honden die niet als eerste van hun groep worden geplaatst doch die overigens aan alle voorwaarden voor het toekennen van een werkkampioenschapsprijs voldoen.

Titel “Werkkampioen”
De titel “Werkkampioen” wordt toegekend aan de hond die twee Nederlandse werkkampioenschapsprijzen dan wel één Nederlandse werkkampioenschapsprijs en twee Nederlandse reservewerkkampioenschapsprijzen heeft behaald, mits
a. de prijzen zijn behaald in twee wedstrijdseizoenen en de hond ten tijde van het behalen van de laatste prijs de leeftijd van twee jaar heeft bereikt, en
b. de hond op een tentoonstelling of kampioenschapsclubmatch als bedoeld in Hoofdstuk IV op een leeftijd van ten minste vijftien maanden de kwalificatie “uitmuntend” of “zeer goed” heeft behaald, en
c. is voldaan aan de voor het betreffende ras in een door de commissie vastgesteld reglement opgenomen bijzondere voorwaarden.

Werk- en schoonheidskampioen
De titel “Werk- en schoonheidskampioen” wordt toegekend aan de hond die:
a. de titel “Werkkampioen” heeft verworven, en
b. op tentoonstellingen of kampioenschapsclubmatches als bedoeld in Hoofdstuk IV onder twee verschillende exterieurkeurmeesters een kampioenschapsprijs heeft behaald, mits de laatste van deze kampioenschapsprijzen is behaald op of na de dag, waarop de hond de leeftijd van 27 maanden heeft bereikt.

Veldwedstrijdkampioen met jaartal
De titel “Veldwedstrijdkampioen met jaartal” wordt toegekend aan de hond die in de betrokken periode van twaalf maanden in zijn categorie op in Nederland gehouden kampioenschapsveldwedstrijden de beste resultaten heeft bereikt volgens een door de commissie vastgesteld reglement, mits de hond ten tijde van de laatste wedstrijd de leeftijd
van twee jaar heeft bereikt.

Prijzen
1. Voor een toegekende werkkampioenschapsprijs stelt de Raad van Beheer een diploma beschikbaar.
2. Bij het toekennen van de titel “Werkkampioen” stelt de Raad van Beheer aan de eigenaar van de hond een kampioenskruis en diploma beschikbaar.
3. Bij het toekennen van de titel “Werk- en schoonheidskampioen” stelt de Raad van Beheer aan de eigenaar van de hond een medaille met inscriptie beschikbaar.
4. Bij het toekennen van de titel “Veldwedstrijdkampioen met jaartal” stelt de Raad van Beheer aan de eigenaar van de hond een diploma beschikbaar.

KCM Vizsla

KCM staat voor Kampioenschapsclubmatch. Jaarlijks organiseert de Vizsla Vereniging deze officiële tentoonstelling. Hier worden enkel Vizsla's gekeurd. Over het algemeen mogen we dan rekenen op een groot aantal inschrijvingen. Dat is een uitgelezen mogelijkheid om veel Vizsla's bij elkaar te zien en deze uitgebreid te bekijken, een beeld krijgen van hoe het ras ervoor staat en contact leggen met andere Vizsla eigenaren. Verder zullen er tijdens deze clubshow ongetwijfeld aspirant kopers van een Vizsla aanwezig zijn. Voor alle deelnemers de belangrijke taak om hun - hopelijk - vele vragen over het ras, het werken ermee, de vereniging, enz. te beantwoorden.
Natuurlijk mag op de KCM de Vizslashop niet ontbreken. Wij raden vanzelfsprekend aan om hier zeker een bezoek te brengen! Behalve dat u een uniek Vizsla-artikel kunt aanschaffen, steunt u met een aankoop ook uw vereniging.

De organisatie nodigt zelf de keurmeesters uit en uiteraard kiezen we er dan voor om enkel rasspecialisten te laten keuren. De Kampioenschapsclubmatch vindt plaats onder goedkeuring van de Raad van Beheer.

Bij het kiezen van de lokatie wordt gekeken naar de mogelijkheid om de keuringen buiten te laten plaatsvinden. Maar waar ook de mogelijkheid bestaat om - bij slecht weer - te besluiten de ringen naar binnen te verplaatsen.

Bij voldoende inschrijvingen worden de honden gekeurd in twee afzondelijke ringen. De reuen in de ene en de teven in de andere ring. Nadat de keurmeester een hele klas heeft bekeken om zoedoende een overzicht te krijgen van alle in die klas ingeschreven honden, kan – in overleg met de keurmeester – worden besloten om bij een grote inschrijving de klas te splitsen. Op die manier hoeven de exposanten en hun honden niet zo lang in de ring te staan. Bijkomend voordeel is dat er meer ruimte voor de keuring ontstaat. Nadat alle honden van een klas gekeurd zijn, komen de honden met de hoogste kwalificatie weer terug in de ring voor plaatsing. Zijn dat er meer dan vier, dan aan de keurmeester vragen om eerst een selectie van vier honden te maken. De in Nederland gebruikelijke plaatsing is van plaats 4 naar plaats 1.


De kampioenschappen

De beste reu én beste teef van elk ras kan bij meer dan 20 ingeschreven en meer dan 16 aanwezige honden (puppy en babyklasse niet meegeteld) een dubbel CAC behalen (het punt telt dan dubbel mee bij het behalen van het benodigde aantal punten voor de titel "Nederlands Kampioen", (klik hier voor meer info). Voor de Reserve Kampioen (de reu én teef die de tweede plaats behalen bij de eindkeuring) telt het 'Reserve Kampioenschap' als 1 punt. Bij minder dan 20 ingeschreven en minder dan 16 honden aanwezige honden (puppy en babyklasse niet meegeteld) kan een enkel CAC worden behaald en voor de Reserve Kampioen een 1/4 (kwart) punt.
Voor de bepaling van het Nederlands kampioenschap (CAC) roept de ringmeester alle honden op van hetzelfde geslacht die in hun eigen klasse de 1e plaats met de kwalificatie “uitmuntend” (= 1U) hebben behaald. Uit deze honden kiest de keurmeester één hond. Deze hond wordt beste reu of beste teef en krijgt het CAC (het CACIB - Internationaal kampioenschap - is alleen van toepassing bij een internationale tentoonstelling).
* De hond die in dezelfde klas de 2e plaats met een “uitmuntend” heeft behaald (=2U) wordt nu in de ring erbij geroepen. De keurmeester kiest uit de honden die nu in ring staan (dus de overgebleven honden met een 1e Uitmuntend en de ene hond met een 2e Uitmuntend) weer één hond. Deze hond krijgt het reserve CAC.

Zowel de kortharen als voor de draadharen een Kampioenschapsclubmatch titel vergeven mag worden. Zowel voor de Draadharen als de Kortharen geldt dat er aan het einde van de dag een Clubwinner zal zijn. Deze hond is dan tevens BOB (Best of Breed).

Klik hier voor een overzichtelijk schema van de diverse keuringen


Volgorde van de keuringen


De keuringen zullen (indien van toepassing) in de volgende volgorde plaatsvinden:

1    Babyklas (4-6 maanden)
2    Puppyklas (6-9 maanden)
3    Jeugdklas (9-18 maanden)
4    Tussenklas (15-24 maanden)
5    Openklas (vanaf 18 maanden)
6    Fokkersklas (vanaf 9 maanden, door exposant gefokt)
7    Gebruikshondenklas (vanaf 15 maanden)
8    Kampioensklas (vanaf 15 maanden)
9    Veteranenklas (vanaf 8 jaar)
Beste teef c.q. reu (eindkeuring winnaars met "1U" klasse 3 t/m 9*)

De volgorde van de erekeuringen:

1    Junior Handling
2    Koppelklasse
3    Fokkerijklasse
4    Nakomelingenklasse
5    Best of Breed, Beste van het ras en daarmee Clubwinnaars (met jaartal)


Beschikbare prijzen

Diverse voerprijzen, beschikbaar gesteld door de Hoofdsponsor van de KCM.

Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden ‘Vizsla’ stelt de volgende prijzen beschikbaar:
•    Een beker voor de 1e plaats van iedere klasse;
•    Een beker de reserve beste reuen en teven;
•    Een beker voor de BEST OPPOSITE SEX (B.O.S.);
•    Voor de Juniorhandling een beker voor de 1e plaats, een zilveren medaille voor de tweede plaats en medailles voor de gedeelde derde plaatsen.
•    Een plaquette voor de Best of Breed (B.O.B.), tevens Clubwinnaar 20** (jaartal)


Huisregels en dagindeling (onder voorbehoud)

•    Deelnemende honden moeten uiterlijk bij aanvang van de keuringen op de tentoonstelling aanwezig zijn en mogen het gebouw of terrein niet verlaten vóór 15.00 uur.
•    Indien uw hond zijn/haar behoefte doet in de manege wordt u vriendelijk verzocht dit zelf even op te ruimen.
•    Aanvang van de keuringen om 10.00 uur.
•    De exposant houdt zelf in de gaten wanneer zijn/haar hond(en) gekeurd moet worden.
•    Wanneer de ringmeester uw catalogus nummer noemt, dient u direct de ring in te gaan.
•    Rond 12.00 uur is er lunchpauze.
•    Omstreeks 13.00 uur worden de keuringen hervat.
•    De keurrapporten worden na de erekeuringen, in de desbetreffende ring uitgereikt.
•    Voor vragen kunt u terecht bij het secretariaat.


Kwalificaties bij de keuringen:

Alle klassen:
ABS = Absent
DISK = Diskwalificatie
UG = Uitgesloten
NB = Niet te beoordelen

Alle klassen uitgezonderd baby en puppy:
U = Uitmuntend
ZG = Zeer Goed
G = Goed
M = Matig

Baby en Puppyklasse
VB = Veel Belovend
B = Belovend
WB = Weinig Belovend

Te winnen kwalificatieprijzen:
CAC (Certificat d’Aptitude au Championat)
RES CAC

Te winnen titels:
BOB = Best of Breed
BOS = Best Opposite Sex
CW = Clubwinnaar + jaartal

Algemene informatie

Tentoonstellingen

De Nederlandse vereniging van Hongaarse staande honden "Vizsla" wil u langs deze weg informatie verschaffen over het uitbrengen van een hond op een tentoonstelling of clubmatch.
De reden hiervoor is dat over het algemeen exposanten niet weten wat er van hen of van de hond verwacht wordt.

1. Algemene informatie

Onder auspiciën van de Raad van Beheer worden in Nederland nationale en internationale tentoonstellingen gehouden. Op deze tentoonstellingen of shows kunnen punten verzameld worden voor het Nederlands kampioenschap en/of het internationale kampioenschap.
De shows zijn bedoeld voor alle rassen die in het Nederlandse stamboek zijn ingeschreven.

Alle rassen zijn verdeeld in rasgroepen. Tot 1-1-2000 had Nederland zijn eigen rasgroepen indeling. De groep waar de Vizsla en de Vizsla draadhaar onder vielen was rasgroep 4 de groep staande honden, spaniëls en retrievers. Alles bij elkaar zo'n 55 rassen, als alle rassen tenminste ingeschreven waren.

De Raad van Beheer is gelieerd aan de Federation Cynologique Internationale, kortweg de F.C.I.
Het is daarom dat Nederland zich vanaf 1 januari 2000 op internationale tentoonstellingen moet houden aan de rasgroep indeling van de F.C.I.

Onze rassen vallen op de internationale tentoonstellingen onder rasgroep 7, de groep voorstaande honden.
Informatie over de tentoonstellingen zijn te vinden in de Vizsla Varia, de hondebladen en bij de Raad van Beheer. Veelal zitten de inschrijfformulieren in de hondebladen en anders zijn deze op te vragen bij de secretariaten van de organiserende kynologenverenigingen en natuurlijk zijn de formulieren veelal vindbaar op internet.

Naast de gewone tentoonstellingen mogen rasverenigingen clubmatches en kampioenschapsclubmatches organiseren. Het verschil tussen deze twee is dat op een clubmatch geen kampioenschappunten vergeven mogen worden. Afhankelijk van het aantal inschrijvingen op de reguliere shows mogen rasverenigingen een kampioenschapsclubmatch organiseren.

Alle regels ten aanzien van het organiseren van tentoonstellingen en (kampioenschap)clubmatches staan beschreven in het kynologisch Reglement van de Raad van Beheer.


2. Afkortingen & Titels

Klik hier om naar de aparte pagina te gaan met veelvoorkomende afkortingen.

Honden kunnen diverse titels vergaren die op de stamboom kunnen worden bijgeschreven.

De meest voorkomende titels zijn:

Nederlands kampioen:      
Voor de hond die vier nationale kampioenschappunten (C.A.C.)  onder 2 verschillende keurmeesters heeft verzameld. Eén kampioenschappunt mag bestaan uit 4 reserve kampioenschappunten, daarnaast moet het laatste kampioenschappunt behaald worden op een leeftijd van minimaal 27 maanden. Heeft een hond voor die tijd al 4 volledige punten behaald dan volstaat een reserve kampioenschappunt. Kampioenschappunten behaald op de Winner tentoonstelling en een kampioenschapsclubmatch tellen dubbel, tenzij er minder dan 24 honden zijn ingeschreven. Er zal maximaal één keer een dubbel punt meegerekend worden voor het kampioenschap.

Winner (W met jaartal)
Voor de hond die beste reu of teef wordt op de Winner tentoonstelling in Amsterdam

Jeugdwinner (JW met jaartal)
Voor de hond die eerste is geworden in jeugdklasse met de kwalificatie "Uitmuntend" op de Winner in Amsterdam

Bundessieger (BDSSG met jaartal)
Voor de hond die het C.A.C.I.B. heeft behaald op e Bundessieger in Dortmund.

Europees Kampioen (EK met jaartal):
Voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Europees kampioenschapshow.

Wereldkampioen (WK met jaartal)
Voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Wereld kampioenschapshow.

Internationaal kampioen:

Voor de hond die twee internationale kampioenschappunten (C.A.C.I.B.) behaald heeft in twee verschillende landen, onder twee verschillende keurmeesters, met een tussenliggende periode van 12 maanden en één dag.

Daarnaast moet de hond een kwalificatie behaald hebben op een veldwedstrijd in een klasse waarin een nationaal werkkampioenschappunt (C.A.C.T.) te behalen viel, of een voldoende aantal punten weten te behalen op een werkhondenproef waar ook een C.A.C.T. te behalen viel, bijvoorbeeld de Duitse Herbst Zucht Prüfung.

Ook kunnen honden nationale kampioenschaptitels behalen in andere landen.

Hier gelden soms per land verschillende criteria om het kampioenschap te bemachtigen. Zo is het in België en Frankrijk verplicht een respectievelijke Belgische of Franse kwalificatie op veldwerk te hebben.


Klasse indeling:

De honden worden ingeschreven in klassen, waarbij voor tentoonstellingen een andere verdeling wordt gemaakt dan voor (kampioenschap)clubmatches. Op de tentoonstellingen zijn veelal de volgende klassen open gesteld. Klik hier om de informatie te bekijken.


De keuringen:

De ingeschreven honden worden uitsluitend beoordeeld op hun exterieur door één keurmeester.

Hierbij wordt de hond vergeleken met de rasstandaard. In de rasstandaard staat beschreven hoe de perfecte Vizsla of Vizsla draadhaar er uit behoort te zien. Op een tentoonstelling wordt van de keurmeester gevraagd hoe hij dat ziet. Met andere woorden inschrijven is het vragen van de mening van een keurmeester. De meningen over het ideaalbeeld van een hond lopen uiteen. De één vind idt mooi en de ander dat. Op een tentoonstelling bekijkt een keurmeester naar onder andere het totaalbeeld van de hond en laat zijn meningen over de hond vastleggen in een keurrapport.

De keurmeester kan de volgende kwalificaties aan een hond toekennen: Matig (M), Goed (G), Zeer Goed (ZG) en Uitmuntend (U). Dit moet gezien worden dat naar mening van de keurmeester de hond, Matig, Goed, Zeer Goed of Uitmuntend voldoet aan de rasstandaard. In de puppyklasse kunnen de volgende kwalificaties worden uitgereikt: "Veelbelovend", "Belovend" en "Weing belovend". De honden in deze klasse dingen dan ook niet mee naar de verkiezing van beste reu of teef.

De keuringen verlopen per geslacht en klasse. Als eerste worden de reuen gekeurd, beginnende bij de open klasse. De honden in een klasse worden eerst individueel beoordeeld, waarbij de keurmeester het keurrapport opstelt. Vervolgens worden de honden uit in een klasse geplaatst. Als alle klassen van een geslacht gekeurd zijn, wordt de beste van het geslacht gekozen. Voor deze keuring komen alle honden in aanmerking, die eerste geplaatst zijn in hun klasse met de beoordeling "U". De hond die als eerste geplaatst is ontvangt het C.A.C.. Op een internationale tentoonstelling kan de keurmeester ook het C.A.C.I.B. aan de hond toekennen. Dit kan echter alleen als deze hond niet is ingeschreven in de jeugd- of fokkersklasse.

Nadat de bepaald is welke hond beste van het geslacht is, wordt de reserve beste van het geslacht gekozen. Hierbij kan het voorkomen dat de nummer twee geplaatste hond van de klasse waarin de hond stond ingeschreven die het C.A.C. ontving, bij de keuring wordt gevoegd.
Bijvoorbeeld: de hond uit de Open klasse wordt beste reu en de nummer twee geplaatste hond uit deze klasse had ook de kwalificatie U, dan zou het zo kunnen zijn dat de nummer twee van deze klasse van betere kwaliteit is dan bijvoorbeeld de nummer één uit jeugdklasse. Daarom wordt deze hond bij de verkiezing van reserve beste  van het geslacht gevoegd.

Uit de beste reu en teef wordt vervolgens de beste van het ras gekozen. De hond die beste van het ras wordt, moet aan het eind van de dag strijden in de erering voor beste van de groep Staande honden.

De nummer één van deze groep, komt uit voor de verkiezing van beste van de show.


Het voorbrengen van de hond:

Wat wordt er nu van u en uw hond verwacht?

De hond wordt beoordeeld op exterieur. Dit houdt in dat de hond zo gepresenteerd moet worden dat de keurmeester alle onderdelen van een hond kan beoordelen. Het allerbelangrijkste daarbij is dat de hond stil kan staan in een zelfde positie. Hierbij moet de hond zo staan dat hij er op zijn voordeligst uit ziet.

Ook moet de hond zich kunnen laten betasten en er moet in de bek gekeken kunnen worden. Dit om te laten zien of alle tanden en kiezen aanwezig zijn en hij wel of geen schaargebit heeft. 


Gangwerk:

Daarnaast wordt het "gangwerk" van de hond beoordeeld. Hiervoor moet u met de hond een aantal figuren lopen, waarbij de hond in draf loopt. Hierbij is weer belangrijk dat u tijdens het lopen op uw hond let en niet gefixeerd bent in het lopen van het verlangde figuur. Vaak zie je op een show dat een "handler" zo druk is met het lopen van de driehoek of het rondje, dat hij of zij totaal vergeet naar de hond te kijken. Het kan dan gebeuren dat de hond in zogeheten "telgang" loopt en dit daardoor niet opgemerkt wordt. Wees tevens alert op het feit dat u nooit tussen u en de keurmeester loopt, U ontneemt daardoor het zicht van de keurmeester op de hond.

Figuren:

Er zijn een aantal vaste figuren die gelopen worden om het gangwerk van de hond te kunnen beoordelen:

  • Een driehoek
  • Een rondje
  • Een lijn recht op en neer

Ook hier geldt weer let op uw hond. Daarnaast zorg dat u bij de driehoek en de lijn recht op en neer recht voor de keurmeester eindigt.


Laatste tips:

  • Hou de sluitingstermijn van de inschrijving goed in de gaten.
  • Ongeveer een week voor de show ontvangt u een bewijs van inschrijving
  • Teven met vaginale uitvloeiing, cryptorchide en monochide reuen hebben geen toegang tot de tentoonstellingsgebouwen, alsmede honden die niet ingeschreven zijn (dit kan per show verschillen).
  • Nadat de hond veterinair gekeurd is moet u het bewijs van inschrijving laten afstempelen.
  • Op het bewijs van inschrijving staat een nummer wat u hond heeft. Dit nummer is ook in tweevoud op de bench te vinden, of het wordt U in de ring of bij het secretariaat uitgereikt.
  • Tijdens de keuring moet u dit nummer zichtbaar dragen, dus koop een speldje.
  • Lever het afgestempelde bewijs van inschrijving bij de ring in, zodra het ringpersoneel aanwezig is. Alleen honden waarvan de kaart is ingeleverd kunnen worden gekeurd.
  • Zorg dat u en uw hond goed voorbereid naar een show gaan.
  • De hond mag het tentoonstellingsgebouw of terrein pas verlaten bij aanvang van de erekeuringen, meestal omstreeks 15:00 uur.
  • Vergeet geen stoeltjes mee te nemen
  • Ringtraining kan u veelal volgen bij de kynologenvereniging bij u in de buurt.

WIJ WENSEN U VEEL SUCCES!!

Welke tentoonstellingen kan ik bezoeken

Hier bestaat een speciale pagina voor op deze website. Klik hier om deze te bekijken. 

Veel tentoonstellingen duren meerdere dagen. Op het inschrijfformulier of op de website behorende bij die show staat te lezen wanneer de Vizsla gekeurd wordt. De Vizsla is ingedeeld in rasgroep 7, Staande Honden.

Klassen op tentoonstellingen


Babyklasse (4-6 maanden)
Puppyklas (6-9 maanden)
Jeugdklas (9-18 maanden)
Jonge hondenklas (15-24 maanden)
Openklas (vanaf 15 maanden)
Gebruikshondenklas (vanaf 15 maanden)
Kampioensklas (vanaf 15 maanden)
Veteranen klasse (vanaf 8 jaar)
Fokkers klasse (vanaf 9 maanden, door exposant gefokt)
Collectieve klassen
Fokkerij klasse (minimaal 3 en maximaal 5 honden zelfde ras/variëteit/ fokker, mogelijk verschillende eigenaren)
Koppelklas (reu en teef van zelfde ras/variëteit én eigenaar)
Nakomelingen klasse (reu/teef met min. 3, max. 5 eerste generatie nakomelingen)

 
Babyklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling ouder zijn dan vier maanden en de leeftijd van 6 maanden nog niet hebben bereikt. Deze honden competeren niet voor een CAC-CACIB-titel.

Puppyklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling de leeftijd van 6 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 9 maanden nog niet hebben bereikt. Deze honden competeren niet voor een CAC-CACIB-titel.

Jeugdklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling de leeftijd van 9 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 18 maanden nog niet hebben bereikt. (CACIB is niet mogelijk in deze klasse). Deze honden competeren voor CAC, beste van het ras en de titel Jeugdwinner/winster. (mits de kwalificatie 1 uitmuntend)

Tussenklasse /Jonge Hondenklasse
Voor honden die op de dag vóór de tentoonstelling de leeftijd van 24 maanden nog niet hebben bereikt. Deze honden competeren voor: CAC-CACIB, beste van het ras en de titel Winner/Winster.(mits de kwalificatie 1 uitmuntend)

Openklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt. Deze honden competeren voor CAC-CACIB, beste van het ras en de titel Winner/Winster (mits de kwalificatie 1 uitmuntend).

Gebruikshondenklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt. Bijgevoegd moet worden een kopie van de verklaring dat de betreffend hond in de gebruikshondenklas mag worden toegelaten, afgegeven door de overkoepelende organisatie van het land waarin de eigenaar van de hond woonachtig is. Indien deze kopie niet is bijgevoegd, wordt de hond ingeschreven in de openklas. Deze honden competeren voor CAC-CACIB, beste van het ras (en de titel Winner/Winster op de Amsterdam Winner) (mits de kwalificatie 1 uitmuntend).

Kampioensklasse
Voor honden die op de dag voor de tentoonstelling de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en een Nationale of Internationale kampioenstitel hebben; bijvoorbeeld Belgisch, Nederlands of Duits Kampioen, of VDH-kampioen.
AKC, Europees- of Wereldkampioen F.C.I.- en Siegertitels vallen hierbuiten. De kampioenstitels dienen op het inschrijfformulier te worden vermeld. Een fotokopie van de toekenning van één van de titels door de overkoepelende organisatie, dient met inschrijving te worden meegestuurd. Indien deze kopie niet is bijgevoegd, wordt de hond ingeschreven in de openklas. Deze honden competeren voor CAC-CACIB, beste van het ras (en de titel Winner/Winster op de Amsterdam Winner) (mits de kwalificatie 1 uitmuntend).

Koppelklas
Voor twee honden van hetzelfde ras en variëteit zonder onderscheid van geslacht en bonafide eigendom van dezelfde exposant. De honden die worden ingeschreven in de koppelklas moeten ook in één der anderen klassen zijn ingeschreven. Titel: Beste Koppel van de dag.


In onderstaande tabel kunt u de diverse klasse indelingen voor de diverse exposities terugvinden zoals die gelden per 1 januari 2006.

 

LET OP

De beslissende datum met betrekking tot de leeftijd is de dag waarop de hond wordt geshowd.

CACIB wordt niet vergeven in Baby-, Puppy-, Jeugd- en Veteranen klassen.

 

O= Optioneel

V= Verplicht

Klassen

Leeftijd

CACIB show

CAC show

Kampioensch. Clubmatch

Clubmatch

Baby klasse

Tot 6 mnd

O

O

O

O

Puppy klasse

6 tot 9 mnd

O

O

O

O

Jeugd klasse

9 tot 18 mnd

V

V

V

V

Jonge Honden klasse

15 tot 24 mnd

V

V

V

V

Open klasse

Vanaf 15 mnd

V

V

V

V

Gebruikshonden klasse

Vanaf 15 mnd

V

V

V

V

Kampioens klasse

Vanaf 15 mnd

V

V

V

V

Veteranen klasse

Vanaf 8 jaar

V

V

V

V

Fokkers klasse

Vanaf 9 mnd, door exposant gefokt.

n.v.t.

n.v.t.

O

O

Collectieve klassen

 

 

 

 

 

Fokkerij klasse

Min. 3, max. 5 honden zelfde ras/variëteit/ fokker, mogelijk versch. eigenaren

O

O

O

O

Koppel klasse

Reu en Teef van zelfde ras/variëteit én eigenaar

 

O

O

O

O

Nakomelingen klasse

Reu/Teef met min. 3, max. 5 eerste generatie nakomelingen

O

O

O

O

 

 

 


Verklaring van afkortingen

Showtitels
CAC Certificat d´Aptitude au Championat: 
  Certificaat van geschiktheid voor het Nationaal Schoonheidskampioenschap oftewel nationaal kampioenschapscertificaat, oftewel punt.
  Kampioenschapprijs waarvan er in principe 4 nodig zijn om de titel KAMPIOEN te verwerven. Nationale kampioensprijs, die de Raad van Beheer op kampioenschapstentoonstellingen en kampioensclubmatches beschikbaar stelt aan beste reu en beste teef van elk ras, mits de honden 'U' behaalden.
  De titel kampioen wordt gegeven aan de hond, die vier van deze kampioensprijzen heeft behaald onder minstens twee verschillende keurmeesters op minstens drie verschillende tijdstippen. Men kan met drie tijdstippen volstaan, daar men bij het behalen van de kampioensprijs op de Winner óf op een kampioensclubmatch deze dubbel berekend krijgt. Een reservekampioenschap van een kampioensclubmatch geldt voor één enkele kampioensprijs. Voorts mogen ook vier of meer andere reservekampioensprijzen worden gelijk gesteld aan één kampioensprijs. De titel kampioen wordt toegekend als de hond bij het behalen van zijn laatste kampioensprijs minstens 27 maanden oud is. Dit is ongeacht het aantal prijzen, dat hij voor die leeftijd heeft behaald.
   
CACIB Certificat d´Aptitude au Championat International de Beauté:
  Certificaat van geschiktheid voor het Internationaal Schoonheidskampioenschap, oftewel een internationaal kampioenschapcertificaat of punt.
  Te behalen door de hond die niet is ingeschreven in de jeugd- of fokkersklasse.
  Kampioenschapprijs om de titel INTERNATIONAAL KAMPIOEN te verwerven. Certificaat van de F.C.I. (internationale kampioenschapsprijs), dat beschikbaar wordt gesteld op internationale tentoonstellingen, zowel aan de beste reu als aan de beste teef, mits deze 'U' behaalden en ingeschreven waren in de openklasse of kampioensklasse en mits zij 15 maanden of ouder zijn.
  De titel Internationaal (Schoonheids)kampioen wordt verkregen, indien de hond in minstens drie verschillende landen, waaronder het land van vestiging, onder minstens drie verschillende keurmeesters vier certificaten behaalde.
  Voor jacht- en gebruikshonden geldt een andere regeling: minstens twee certificaten in minstens twee landen onder minstens twee verschillende keurmeesters en als derde certificaat bovendien een 'goed' van een nationale veldwedstrijd dan wel het IPO-I examen afgelegd met goed gevolg.
  Tenslotte moet er tussen het behalen van het eerste en het laatste certificaat een termijn van minstens 12 maanden liggen.
   
RES.CAC Reserve voor bovenstaande schoonheidskampioenschappen. Reserve kampioenschappunt. Telt als kwart punt voor het kampioenschap, behalve op een kampioenschapclubmatch, alwaar het reserve C.A.C. als één punt geldt.
   
RES.CACIB  Reserve voor bovenstaande schoonheidskampioenschappen. Reserve internationaal.
   
BOB Best of Breed; Beste hond van het ras
   
B.O.S.: Best opposite Sex, de hond die mee deed voor B.O.B. maar het niet redde
   
BIS  Best In Show
   
BOG  Best of Group - Beste van de rasgroep (7)
   
Kamp. Kampioen
   
Lux Kamp Luxemburgs Kampioen
   
Ned.Int.Ch Nederlands en Internationaal Kampioen
   
W´ met jaartal   Winner/Winster van betreffend jaar, voor de hond die beste reu of teef wordt op de Winner tentoonstelling in Amsterdam
   
JW´met jaartal    Jeugdwinner/Jeugdwinster van betreffend jaar, oor de hond die eerste is geworden in jeugdklasse met de kwalificatie "Uitmuntend" op de Winner in Amsterdam 
   
BDSSG' met jaartal Bundessieger, voor de hond die het C.A.C.I.B. heeft behaald op e Bundessieger in Dortmund.
   
EK' met jaartal) Europees Kampioen, voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Europees kampioenschapshow. 
   
WK' met jaartal Wereldkampioen, voor de hond die het C.A.C.I.B. behaald heeft op een show aangemerkt als een Wereld kampioenschapshow. 
   
Int. Kamp. Internationaal kampioen:
  Voor de hond die twee internationale kampioenschappunten (C.A.C.I.B.) behaald heeft in twee verschillende landen, onder twee verschillende keurmeesters, met een tussenliggende periode van 12 maanden en één dag. Daarnaast moet de hond een kwalificatie behaald hebben op een veldwedstrijd in een klasse waarin een nationaal werkkampioenschappunt (C.A.C.T.) te behalen viel, of een voldoende aantal punten weten te behalen op een werkhondenproef waar ook een C.A.C.T. te behalen viel, bijvoorbeeld de Duitse Herbst Zucht Prüfung. Ook kunnen honden nationale kampioenschaptitels behalen in andere landen. Hier gelden soms per land verschillende criteria om het kampioenschap te bemachtigen. Zo is het in België en Frankrijk verplicht een respectievelijke Belgische of Franse kwalificatie op veldwerk te hebben.
   
BrW´met jaartal  Belgisch Winner/Jeugdwinner van betreffend jaar
   
HGch/ BkHCh Babérkoszorús Hungária Champion - Hongaars Kampioen (3x CAC in Kampioensklas en 1 maal BOB)
   
HCh  Hungária Champion - Hongaars Kampioen
   
HJCh  Magyar fiatal Champion - Jeugd Kampioen (geen werkkwalificatie vereist) (3 x HPJ)
   
HPJ Fiatal osztály gyõztese - Winnaar van de JeugdKlasse
   
HSCh  Magyar Show Champion - Hongaars Show Kampioen (6x CAC, geen werkkwalificatie vereist)
   
ICh  Internationaal Schoonheidskampioen
   
Imp ...         Geïmporteerd uit ...
   
G. Geboren
   
F. Fokker
   
E. Eigenaar
   
V. Vader
   
M. Moeder
   
Werktitels   
CACT Afkorting van 'Certificat d'Aptitude au Championnat de Travaille. Nationale Kampioensschaps Prijs, welke meetelt voor het toekennen van de titel Nationale Werkkampioen.
   
CACIT Certificat d'Aptitude au Championnat International de Travaille; internationale werkkampioenschapsprijs. Kampioenschapsprijs om de titel INTERNATIONAAL WERKKAMPIOEN te verwerven.
   
KV Képességvizsga - Natuurlijk aanleg test
   
AV  Vizsla Alapvizsga - Basis jacht test
   
HDGY Derby gyõztes - Derby winnaar, wedstrijd voor honden geboren in het voorafgaande jaar
   
FT Field Trial
   
HMtály Ch Magyar Munkachampion - Hongaars Werkkampioen
   
IchT Internationaal Werkkampioen (3x CACIT, waarvan minimaal 1 in een open wedstrijd en minimaal 2 verschillende landen)
   
MAM  Szlovákiai vízi mezei verseny - Slowaakse veld-waterwedstrijd
   
MVV Mindenes Vizslaverseny - Vizsla veelzijdigheidswedstrijd
   
ÕTV/VM õszi tenyészvizsga/ Vízi mezei Vizsga - Veld-watertest
   
SMV Speciális magyar vizsla Verseny - Speciaal Vizsla veelzijdigheidswedstrijd
   
TSZ Tenyészsemle - Fokgeschiktheidstest
   
VMV Vízi-mezei vizslaverseny - Veld-waterwedstrijd voor Vizsla's 
   
FACh           Frans werkampioen
   
HZP             Verbands-Herbstzuchtprüfung
   
VJP             Verbands-Jugendprüfung
   
TAN              Aanlegproef staande honden
   
Zweetwerk  
Sv                Schotvastheid
   
SchwhK        Zweetproef  20 uur oud kunstmatig spoor 
   
SchwhK/40   Zweetproef 40 uur oud kunstmatig spoor
   
SchwhKF      Zweetproef   met kunstmatig spoor, met Fährtenschuh gelegd
   
SchwhN        Zweetproef 40 uren oud natuurspoor
   
St                Stöberproef alleen in D,NL,B,F
   
StiJ              Stöberproef tijdens de jacht (alleen in D)
   
Vp                Veelzijdigheidsproef alleen in D,NL,F,B.
   
VpoSp          Veelzijdigheidsproef  zonder Spurlaut (alleen in D)
   
Was             Waldsuche
   
WA              Watertest
   
VGP             Alleen in Oostentijk: Veelzijdige gebruiksproef 
   
   
Kwalificaties op veldwedstrijden
PO  aan honden die tijdens tenminste twee complete en nagenoeg foutloze lopen van hoog niveau geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild
[pas d'occassion]  
   
NC aan honden die tenminste een complete loop hebben voltooid en die tijdens die loop (lopen) geen kans hebben gehad om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild en van wie het werk van dien aard was dat ook met een goed punt geen hoge kwalificatie zou zijn gegeven. 
[non classé]  
   
GPT aan honden die een kans om een punt te maken op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild niet hebben benut en op grond daarvan niet zijn gekwalificeerd dan wel op rond daarvan zijn gediskwalificeerd.
[gibier passé ou tapé]  
   
INS aan honden die niet hebben voldaan aan de norm van de wedstrijd en van wie de eerste loop op grond daarvan vroegtijdig door de keurmeester is beëindigd, ongeacht of zij een punt hebben gemaakt op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild of een kans daartoe niet hebben benut. 
[insuffisant]  
   
EL aan honden die zijn gediskwalificeerd op grond van een fout, die niet is vermeld onder een van de andere aantekeningen.
[éliminé]  
   
RET aan honden die door de voorjager, om welke reden dan ook, op eigen initiatief, voor het verstrijken van de achtste minuut van de eerste loop zijn teruggetrokken.
[retiré]  
   
RI aan honden die niet worden gekwalificeerd op grond van het feit dat zij het apport te land of uit water onvoldoende uitvoerden.
[rapport insuffisant]  
   
RR aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij gevonden wild weigeren te apporteren
[refus de rapport]  
   
DD aan honden die werden  gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij wild beschadigden.
[dents dur]  
   
RE aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van het feit dat zij weigeren te water te gaan.
[refus d'eau]  
   
PF aan honden die worden gediskwalificeerd op grond van schotschuwheid of schotgevoeligheid. 
[peur de feu]  

Hoe wordt mijn Vizsla Jeugd-, Nationaal en Internationaal Kampioen

Een Vizsla kan de titel Nederlands Kampioen krijgen als hij in totaal vier punten heeft behaald. Dit totaal kan worden opgebouwd met dubbele, hele en kwart punten. 

1 punt wordt gegeven voor:

  • een Kampioenschap op een tentoonstelling;
  • een reserve Kampioenschap op een Kampioenschapsclubmatch;
  • vier of meer reserve Kampioenschappen (dit zijn kwart punten) op tentoonstellingen.

2 punten worden gegeven voor:

  • een Kampioenschap op de Winnertentoonstelling te Amsterdam;
  • een Kampioenschap op een Kampioenschapsclubmatch.

Een kampioenschap kan maar éénmaal dubbel tellen.

Op de dag van het behalen van het laatste kampioenschap moet de hond tenminste 27 maanden oud zijn. Als de hond voldoende punten heeft behaald voor de leeftijd van 27 maanden, is een daarna behaald reserve kampioenschap voldoende. De (reserve-) kampioenschaptitels moeten zijn toegekend onder tenminste twee verschillende keurmeesters.

Alleen de hond die met minimaal één generatie in het NHSB staat, komt in aanmerking voor een (reserve) kampioenschaptitel. Ook moet de stamboom op juiste naam en adres geregistreerd staan en een in Nederland woonachtige buitenlandse hond opgenomen zijn in het NHSB.
Heeft de hond de vier punten behaald, dan kunt u de titel van Nederlands Kampioen schriftelijk aanvragen bij de Raad van Beheer te Amsterdam. Benodigd zijn:

  • fotokopie stamboom;
  • fotokopieën van de Kampioenschap- respectievelijk reserve Kampioenschapprijskaartjes;
  • fotokopieën van de Bewijs van Inschrijvingskaartjes van die tentoonstellingen;
  • begeleidend schrijven.

Adres: Emmalaan 16-18, 1075 AV Amsterdam, tel.: 0900-7274663


Hoe wordt mijn Vizsla Internationaal Kampioen (C.A.C.I.B.)
De titel Internationaal Kampioen wordt toegekend aan de Vizsla die twee internationale kampioenschappen heeft behaald, mits:

  • de titels zijn behaald in twee verschillende landen onder twee verschillende keurmeesters;
  • het laatste internationale kampioenschap tenminste 12 maanden na het behalen van het eerste internationale kampioenschap is behaald;
  • de hond minimaal de kwalificatie "GOED" heeft behaald op een nationale veldwedstrijd;

Nota bene: Indien uw hond bij een tentoonstelling met CAC-CACIB in Nederland kampioen wordt, dan heeft u al één internationaal kampioenschappunt. Het 2e dient dan op een CACIB tentoonstelling in het buitenland behaald te worden.
Uw hond krijgt dan, als ook aan de derde voorwaarde is voldaan, de titel Internationaal Kampioen. Heeft uw hond ook de titel van Nederlands Kampioen, dan mogen de titels samengevoegd worden tot Ned. & Int. Kamp.

Een C.A.C.I.B. geldt NIET voor de puppyklasse, jeugdklasse en veteranenklasse.


Hoe wordt mijn Vizsla JeugdKampioen
De titel Nederlands Jeugdkampioen kan worden verleend aan honden die in de jeugdklasse op een Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling of Kampioenschapclubmatch drie maal een 1ste plaats met de kwalificatie "Uitmuntend" behaald hebben, onder minimaal twee verschillende keurmeesters. Uitsluitend resultaten behaald vanaf 1 januari 2006 tellen mee.

Bij het behalen en registreren van de titel Nederlands Jeugdkampioen ontvangt de hond automatisch één CAC. De mogelijkheid om vanuit de jeugdklasse een CAC te verwerven blijft gewoon gehandhaafd conform de huidige regels in het KR.

De Raad van Beheer stelt een oorkonde beschikbaar. De kosten voor registratie van de titel en van het CAC en productie en versturen van de oorkonde bedragen € 30,60 (tarief 2007). Voor de registratie van de titel en het toezenden van de oorkonde dient de eigenaar het volgende in te sturen: Een aanvraag in te dienen bij de Raad van Beheer; Kopiëen bijvoegen van de drie keurverslagen met kwalificatie en plaatsing met vermelding van data tentoonstellingen/ Kampioenschapsclubmatch en naam keurmeesters. Kopie van de stamboom; Naam en adres van de eigenaar (dit dient overeen te komen met de registratiegegevens/ stamboom).
NB er worden geen Jeugdkampioenschapskaarten uitgedeeld bij het behalen van de 1U plaatsingen in de Jeugdklasse.

ORWEJA kwalificatiekaarten, werkboekje, badge

Waterwerkkwalificatiekaarten

Een waterwerkkwalificatiekaart kan worden afgegeven aan honden, waaraan volgens de normen van het "Reglement Jachthondenproeven" voor de proef "apport uit diep water" tenminste het cijfer "6" is toegekend. De in het eerste lid bedoelde proef moet zijn afgelegd tijdens een officiële "Jachthondenproef" dan wel tijdens een speciaal ten behoeve van het verlenen van waterwerkkwalificatiekaarten door een VWOV georganiseerde proef, waar een keurmeester fungeert die voorkomt op de lijst van keurmeesters voor de jachthondenproeven. Een waterwerkkwalificatiekaart wordt op schriftelijk verzoek van of vanwege de eigenaar van een in aanmerking komende hond, onder overlegging van de bewijzen, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden voor toekenning is voldaan, kosteloos afgegeven door de ambt.secretaris ORWEJA. Een waterwerkkwalificatiekaart is geldig van het moment van afgifte tot één jaar na de datum, waarop de proef is afgelegd.

ORWEJA-kwalificatiekaarten

Voor het inschrijven in de gebruikshondenklas op een tentoonstelling heeft u een gebruikshonden verklaring nodig, welke u kunt aanvragen bij de Raad van Beheer. De Raad van Beheer zal u vragen om een ORWEJA-kwalificatiekaart, waarmee u kunt aantonen dat uw hond een kwalificatie op een veldwedstrijd heeft behaald. De kaarten worden op aanvraag van de eigenaar kosteloos door de ambt.secr. ORWEJA verstrekt. Dit geldt voor kwalificaties behaald op kampioenschaps-veldwedstrijden, novice- en jeugdveldwedstrijden.

Werkboekje Jachthondenproeven en Veldwedstrijden

In dit werkboekje bestaat de mogelijkheid alle resultaten van jachthondenproeven en veldwedstrijden van uw hond gedurende zeer lange tijd te noteren.

Het werkboekje is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van werkboekje. Het werkboekje wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.

Badge ORWEJA

Het logo van ORWEJA is te verkrijgen in de vorm van een badge.
Deze badge is te verkrijgen door € 5,00 over te maken op de rekening van de Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland. Het rekeningnummer is 43.55.97.507 onder vermelding van badge. De badge wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden.


Gebruikshondenverklaring

Gebruikshondenverklaring (gedeelte)

Een gebruikshondenverklaring is een verklaring die een eigenaar van een hond nodig heeft om in te kunnen schrijven op tentoonstellingen (geen kampioens clubmatches) in de gebruikshondenklas. De gebruikshonden klas is speciaal voor honden met een werkcertificaat.

Deze verklaring wordt voor Nederlandse ingezetenen afgegeven door de Raad van Beheer indien de betreffende hond heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden.

Zonder deze verklaring mag een tentoonstellingsecretariaat de hond niet indelen in de gebruikshondenklas.

Voorwaarden

De FCI heeft bepaald voor welke rassen een gebruikshondenverklaring mag worden afgegeven en onder welke voorwaarden. Slechts voor deze rassen kan op een tentoonstelling een gebruikshondenklas worden opengesteld. De FCI heeft voor de gebruikshondenverklaring een standaard formulier ontworpen welke door alle, bij de FCI aangesloten landen, moet worden gebruikt.

Een verklaring wordt alleen afgegeven indien de hond heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden.

In het algemeen geldt voor in Nederland behaalde resultaten:

Jachthonden: moet ORWEJA kaart kunnen overleggen;

Voor in het buitenland behaalde resultaten geldt dat er eerst in het betreffende land door de Raad van Beheer nagevraagd moet worden of de behaalde resultaten in aanmerking komen voor afgifte van een gebruikshondenverklaring.

Het aanvragen van een gebruikshondenverklaring

Stap 1: bij Orweja aanvragen een kwalificatiekaart orweja@kpnplanet.nl (kosteloos)
Stap 2 : Bij Raad van Beheer aanvragen: rashondenlogboek:
            
http://www.raadvanbeheer.nl/inschrijvingen-aanvragen-en-bestellingen/aanvraag-rashondenlogboek/ 
             (in 2009 € 17,50)
Stap 3: Bij Raad van Beheer aanvragen: gebruikshondenverklaring: (in 2009 € 14,00)
          
Als eigenaar van de hond moet u een schriftelijk verzoek sturen om afgifte van een gebruikshondenverklaring naar de Raad van Beheer, met als bijlagen: 
AdresgegevensKopie stamboom (alle honden)
Kopie van 1e pagina logboek (alle honden)
Kopie van ORWEJA kaart (jachthonden en lopende honden)
NIEUW: De naam van de ambterende keurmeester(s) bij de proef/wedstrijd (de handtekening is vaak niet leesbaar). 

De kosten voor het aanvragen van een gebruikshondenverklaring zijn vastgelegd in het Tarievenbesluit. Hiervoor krijgt u een acceptgiro thuisgestuurd.  
Als de betaling bij de Raad van Beheer binnen is, heeft u de gebruikshondenverklaring binnen ca. 1 week in huis.

Rashondenlogboek

Via het formulier op de pagina van de Raad van Beheer kunt u direct, digitaal een logboek voor uw hond aanvragen. U dient daarvoor wel als eigenaar (en niet als mede-eigenaar!) geregistreerd te staan op de stamboom met het juiste actuele adres (zie voorwaarden hieronder).

Als u als eigenaar geregistreerd staat met het juiste adres hoeft u dus niet meer zoals in het verleden de stamboom op te sturen.

Incorrecte adresgegevens eigenaar

Als de adresgegevens van u als eigenaar op de stamboom niet meer correct zijn dient u uw stamboom op te sturen voor herregistratie. Voor meer informatie over herregistratie klik hier.

Wilt u bij deze herregistratie aangeven dat u tegelijkertijd een logboek wilt bestellen. U hoeft het logboek dan niet apart na te bestellen.

Aanvragen logboek als mede-eigenaar

Als mede-eigenaar heeft u volgens het Kynologisch Reglement geen enkele bevoegdheid en mag u geen logboek aanvragen.

Vanaf 1 januari 2006 kunnen logboeken alleen nog maar besteld worden door de geregistreerde eigenaren en niet meer door mede-eigenaren, conform de bepalingen in het Kynologisch Reglement.

Kosten

De kosten voor een rashondenlogboek bedragen € 16,10 (tarief 2006). Wacht u a.u.b. met betalen tot u van de Raad van Beheer de factuur hebt ontvangen.

Na ontvangst van uw bestelling ontvangt u binnen enkele dagen een factuur. Mocht u binnen een week geen factuur ontvangen hebben, neemt u dan contact op met de afdeling "Logboeken".

Na ontvangst van uw betaling wordt het logboek zo spoedig mogelijk verzonden.

Ga voor het aanvraagformulier en meer informatie naar www.kennelclub.nl. Klik vervolgens op 'Inschijvingen, aanvragen & bestellingen' en kies voor de optie 'Aanvragen Rashondenlogboek'.

Convenant voor fokkers en dekreu-eigenaren

Aan een fokker of dekreu-eigenaar die bereid is een convenant te ondertekenen waarin wordt verklaard zich onverkort te zullen houden aan het Verenigingsfokreglement van de Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden zoals vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van 30 mei 2015 wordt de volgende mogelijkheden te geboden:

  • Vermelding van de fokker c.q. dekreu op de website van de vereniging met vermelding van de website van de fokker c.q. dekreu-eigenaar.
  • De fokker c.q. dekreu-eigenaar wordt in de gelegenheid gesteld om (tegen betaling van de advertentiekosten) te adverteren in de Vizsla Varia van de vereniging.
  • Vermelding van een geplande dekking op de website, mits zowel de reu als de teef als ook de combinatie volledig aan het VFR voldoen en de dekking binnen 4-6 maanden wordt verwacht.

Indien blijkt dat de fokker zich niet aan het VFR heeft gehouden dan vervallen de privileges voor de duur van één jaar. Mocht het binnen een termijn van vijf jaar een tweede keer betreffen dan wordt het convenant ontbonden voor de duur van ten minste vijf jaren. Deze sancties gelden ook voor een mede-eigenaar of nieuwe eigenaar van de reu of teef waarmee buiten het VFR om is gefokt.

U kunt het convenant op de website downloaden. Wilt u als fokker of dekreu-eigenaar het convenant ondertekenen stuur dit dan in tweevoud en voorzien van uw handtekening toe aan de Commissie Fokkerij & Gezondheidszaken, Groenedijk 6, 4441 TJ Ovezande, of gescand per email naar fac@magyar-vizsla.nl, U ontvangt dan een door het bestuur ondertekend exemplaar retour.

Download hier het Convenant.


Op deze pagina vindt u de fokkers en dekreu-eigenaren die het convenant hebben ondertekend (in alfabetische volgorde).
NB: alleen fokkers met de vermelding actief kunnen benaderd worden voor pups.

Toelichting Verenigings Fok Reglement

Een foktoetsing wordt aangevraagd door de eigenaar van de teef. Deze aanvraag wordt ingediend, voor één bepaalde reu. Wil men een reservereu achter de hand hebben, dan moet daar een aparte aanvraag voor worden ingediend, met vermelding van ‘reservereu’.
Indien een fokker een vraag heeft over een bepaalde combinatie/reu, kan hij/zij met de Fic contact opnemen.

  • De foktoetsing –zie op de website onder ‘ledenmenu’, ‘info fokkers’- wordt bij voorkeur ingediend 8 weken voor de te verwachten loopsheid.
  • Een fokadvies kan niet na de dekking alsnog worden aangevraagd.
  • Bij het indienen van de foktoetsing, worden alle bescheiden meegestuurd, dit mag ook in een aparte mail naar fic@magyar-vizsla.nl.
    Indien een reu op de dekreuenlijst staat, zijn van hem de benodigde papieren al bij de Fic en hoeven ze niet meegestuurd te worden.
  • Het fokadvies wordt per post naar de fokker opgestuurd. Indien bij de dekking de aangevraagde reservereu is ingezet, krijgt de fokker dit fokadvies, na het melden van de dekking aan de FIC, thuisgestuurd.
  • Bij de aanvraag, kan men tevens een ledenkaart aanvragen. Deze is nodig om de chipper van de Raad van Beheer te tonen. De ledenkaart is een kalenderjaar geldig en bij een tweede foktoetsing in hetzelfde kalenderjaar, hoeft niet nogmaals een ledenkaart aangevraagd te worden.
  • Bij een positieve fokadviesfoktoetsing, kan men gebruik maken van de pupinfo. De fokker doet een verzoek aan de pupinfo en vult daarvoor het standaard formulier op de webiste in. Daarna wordt – indien gewenst – de melding op de website geplaatst.
  • De bemiddeling kan op elk gewenst moment na het plaatsvinden van de dekking starten.
  • Sinds 2012, valt de exterieurkeuring op de JBT (Jacht Basis Test) ook onder de showeis. Naast de keuring op de JBT moet er dan nog een officiële show gelopen worden. De leeftijd van de hond moet bij één van beide keuringen minimaal 20 maanden zijn. De keuring op de Vizsladag, valt niet onder een officiële keuring en telt niet mee.
  • Het fokadvies is een half jaar geldig. Mocht de aanvraag zijn goedgekeurd, maar de dekking vindt niet binnen deze termijn plaats, bijvoorbeeld omdat een loopsheid wordt overgeslagen, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. Het is dan niet nodig om alle papieren opnieuw in te sturen.


De Fic gaat niet over dekkingsvoorwaarden en vergoedingen. Dit wordt door de teef- en reu eigenaar onderling afgesproken. U kunt bij vragen hierover, wel met de Fic contact opnemen.

Met ingang van het nieuwe VFR, worden er geen dispensaties meer uitgegeven.

Alleen bij hoge uitzonderingen, kan een bepaalde combinatie onder 9.3 vallen. De aanvraag wordt dan in het bestuur besproken.

Houdt ook rekening met punt 1.6 van het Verenigingsfokreglement (VFR), waarin staat dat indien een lid zich niet houdt aan de regels gesteld in het VFR, kan het bestuur besluiten het lidmaatschap van de desbetreffende lid op te zeggen.

Voor informatie over het aanvragen van stambomen, kunt u terecht op website van de Raad van Beheer onder rashonden www.raadvanbeheer.nl.

Bij verdere vragen, kunt u contact opnemen met de Fic via fic@magyar-vizsla.nl.

Fokreglement Hongarije

In Hongarije bestaan er meerdere Vizsla Clubs voor de Vizsla Korthaar. Bij de Hongaarse Kennelclub, die ook de stambomen uitgeeft, zijn er slechts twee (voor elk ras één) verenigingen erkend, die ieder een reglement heeft opgesteld.

Desondanks bestaan er meerdere verenigingen voor de Vizsla Korthaar:
1.    Vizsla Club of Hungary (voorzitter Farkasházi) www.mvoe.hkc.hu
2.    Hungária Vizsla club (voorzitter Huszár Tibor) www.vizsla-club.hu
3.    Magyar Vizsla club (voorzitter Tapasztó Sándor) www.magyarvizslaklub.hu

Echter is de laatstgenoemde de enige officiële, door de FCI erkende vereniging.

De reglementen voor de Vizsla Draadhaar zijn nog altijd niet goedgekeurd door de FCI (alhoewel reeds ingediend in 2006). De reglementen die voor de Vizsla Draadhaar in Hongarije gelden zijn de Algemene fokreglementen van de FCI/MEOE.

Voor de Vizsla Draadhaar bestaat er één (officiële) vereniging, namelijk Drótszőrű Magyar Vizsla Szakosztály www.drotszorumagyarvizsla.hu

Wanneer een fokker zich in Hongarije niet aan de regels voldoet, wordt er een rode stempel op de stamboom van de pups gezet. Deze verdwijnt (helaas) wanneer de stamboom wordt omgezet in een exportpedigree.



Fokreglement Hongarije voor de Vizsla Korthaar

 Algemene voorwaarden:

•    als de hond beschikt over de FCI goedgekeurde stamboom
•    als alle ouders van de hond bekend zijn in zijn/haar stamboek
•    als de hond met volledige zekerheid controleerbaar is via zijn/haar chip of tatoeage, identificatienummer
•    als de hond ouder is dan 18 maanden en voldoet de genoemde voorwaarden

Uitleg voor:

Tenyészszemle:  fokbezichtiging, een soort clubdag, waar men honden keurt qua bouw-beweging-. De honden worden grondig onderzocht, maar dit is geen wedstrijd, dus geen clubmatch. Ze krijgen een keuringsrapport mee, wat kan zijn:

1. de hond wordt afgekeurd, men mag niet mee te gaan fokken
2. de hond wordt goedgekeurd om mee te gaan fokken
3. de hond wordt aanbevolen om mee te gaan fokken (nog een niveau hoger, dan “goedgekeurd”)
 
Reuen:
•    als de hond op de clubdag de resultaat haalt: “goedgekeurd” of “aanbevolen om mee te gaan fokken”;
•    als de hond op de basis jachtexamen (AV=alap vizsga) zeer goed (geschikt) of uitmuntend (zeer geschikt) haalt;
•    de röntgenfoto van de heupen zijn tot 2011 niet verplicht, maar aanbevolen om te doen.

Teven:
•    als de teef op de tijdstip van de dekking niet ouder dan 8 jaar;
•    als de hond op de clubdag de resultaat haalt: “goedgekeurd” of “aanbevolen om mee te gaan fokken”;
•    als de hond op de basis jachtexamen zeer goed (geschikt) of uitmuntend (zeer geschikt) haalt;
•    de röntgenfoto van de heupen zijn tot 2011 niet verplicht, maar aanbevolen om te doen.

De bovengenoemde voorwaarden zijn bedoeld voor honden, die na 31 december 2006 zijn geboren, de honden die voor deze tijd zijn geboren moeten op de fokbezichtiging/clubdag de resultaat: “goedgekeurd” of “aanbevolen om mee te gaan fokken” behalen.
 
De fokbezichtiging en de Basis examen moet georganiseerd worden via de erkende Magyar Vizsla Club (goedgekeurd door de FCI en de MEOEO) met de reglementen en de keurmeesters van de FCI. Als de fokbezichtiging en het basis examen door een andere vereniging wordt georganiseerd, moeten ze goedkeuring vragen aan en toegewezen krijgen van de Magyar Vizsla Club.

In het geval van de reuen, die de leeftijd van 2 jaar nog niet hebben behaald,  kan een voortijdig aangevraagde dekking plaatsvinden, als de hond uiterlijke en werkprestaties heeft behaald op de fokbezichtiging en op de basis examen dag.

In het geval van de teven, in 2 kalenderjaar kan de fokker maximaal 3 nesten nemen, maar na de 2 achter elkaar zittende nesten moet een loopsheid over laten gaan.

Dus: 1e loopsheid+dekking=nest, 2e loopsheid+dekking=nest, 3e loopsheid+GEEN DEKKING=geen nest.

Ten aanzien van buitenlandse dekking of bij sperma import, wordt afgegaan op de gegevens, die bij de betreffende land gelden en bekend zijn.

Bij import honden gelden de fokreglementen van eigen land en niet de eventuele behaalde resultaten van de herkomst van de hond.

[Bvb, ik heb een hond uit Tsjechië geïmporteerd. Ik wil graag mee fokken in Nederland, dan gelden voor mij de Nederlandse fokreglementen en niet de reglementen van Tsjechië].

De reglementen zijn ingediend op de vergadering van de Magyar Vizsla Club op 25 februari 2007 en ze zijn door de MEOE goedgekeurd met ingang van: 26 juni 2008.

Aantal dekkingen reu

(Toelichting Rasspecifiek Fokreglement)

Naar aanleiding van een vraag van enkele van onze leden, willen we graag een toelichting geven op het nu geldende fokreglement. Volgens dit fokreglement, mag een reu maximaal 8 keer dekken. Hierbij staat niet specifiek, dat dit aantal geldt voor dekkingen in Nederland. Dit is wel oorspronkelijk de insteek geweest bij de goedkeuring van dit fokreglement door de ALV en is de afgelopen jaren daarom zo geïnterpreteerd door de FAC, bestuur en de leden. In het concept Rasspecifiek Fokreglement is het dan ook als dusdanig omschreven.

Door buitenlandse dekkingen, kan de reu de genenpool in het desbetreffende land vergroten. Ook kunnen op die manier reuen uit het buitenland, waarvan bijna niet te controleren is hoe vaak ze al gedekt hebben, ingezet worden in Nederland. Dit onafhankelijk van het aantal dekkingen wat ze in hun eigen land hebben verricht. Hiermee kunnen we wellicht de genenpool van onze Vizsla’s in Nederland vergroten. Tevens is het nagenoeg oncontroleerbaar hoeveel dekkingen een Nederlandse reu in het buitenland heeft gedaan. Hierop is dan ook geen maximum vastgesteld.

Het bestuur

Wanneer is een stamboom officieel

Als vereniging worden wij soms geconfronteerd met (raszuivere)Vizsla's die helaas niet over een erkende stamboom beschikken. Wat betreft tentoonstellingen, jachtwerk en fokken levert dit nogal wat belemmeringen op. Onderstaand leest u hoe de organisatie van de afgifte van stambomen werkt en waar u op moet letten bij de aanschaf van een Vizsla.

Welke organisaties zorgen voor de afgifte van stambomen
Op internationaal niveau is de Fédération Cynologique Internationale (FCI) het overkoepelende orgaan. Hierbij zijn ongeveer 120 nationale kennelclubs aangesloten. Het FCI-bestuur is internationaal samengesteld. Het kantoor is gevestigd in België. 
Kennelclubs zijn nationale organisaties op kynologisch gebied. De Raad van Beheer is er één van, en is ook lid van de FCI. De Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden, ‘Vizsla’ (NVHSHV) is aangesloten bij de Raad van Beheer. 

De Kennel Club van Groot-Brittannië en de Amerikaanse Kennel Club opereren zelfstandig en zijn niet aangesloten bij de FCI. Maar de FCI en de Amerikaanse en Engelse kennelclub hebben onderling wel afspraken gemaakt, onder andere over de erkenning van stamboekhoudingen. 

De FCI heeft vijf secties: Europa, Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Australië. Jaarlijks vindt in iedere sectie een sectietentoonstelling plaats. De meeste activiteiten vinden plaats in de Europese sectie. 

De FCI werkt met commissies. De Raad van Beheer is in die commissies vertegenwoordigd. 

Takenpakket van de FCI 
Het erkennen van één kennelclub per aangesloten land, het opstellen van regels waaraan alle leden zich dienen te houden alsmede de onderlinge afstemming van nationale reglementen. 
Het toewijzen van tentoonstellingen en internationale kampioenschappen. 
Het goedkeuren van beschrijvingen van rasstandaarden (deze gelden in alle aangesloten landen). 
Het toewijzen van de organisatie van de jaarlijkse wereldtentoonstelling aan één van de leden. 
Het organiseren van activiteiten en erkende wedstrijden op het gebied van de jacht. 

De onofficiële organisatie ‘United Kennel Clubs International’ 
De United Kennel Clubs International (UCI) wordt niet erkent door de Fédération Cynologique Internationale (FCI), de American Kennel club (AKC) en de Kennel Club van Groot-Brittannië. 
Uitwisseling van elkaars honden in de stamboeken kan dan ook niet. In Duitsland en België zijn ook al van deze vergelijkbare organisaties actief die ook in Nederland voet aan wal proberen te krijgen. 
Beide opties (fokken zonder stamboom of registreren in een niet erkend stamboek) ondermijnen de gehele gedachte van verbreding van de genenpoule. Deze honden zijn immers voor goed verloren voor de FCI geregistreerde kynologie.



De Nederlandse Vereniging Hongaarse Staande Honden, 'Vizsla'
Een stamboom is een afstammingsbewijs - meer niet. De NVHSHV bevordert de registratie en fokken van honden met stamboom - rashonden - en is de enige vereniging in Nederland voor deze rassen, die door de Raad van Beheer en de FCI als zodanig is erkend. 

Let op het FCI logo op de stambomen - hiermee kunt u deelnemen aan FCI-erkende internationale aktiviteiten zoals Wereldtentoonstellingen of de Crufts. Ook kunt u alleen dan deelnemen aan KNJV-proeven en Orweja veldwedstrijden. 

Het UCI logo lijkt in sommige gevallen bedrieglijk veel op het FCI logo. Wees alert en vraag in geval van twijfel om raad bij de natonale Kennelclub of de rasvereniging.

Wanneer het FCI logo ontbreekt op de stamboom kunt u NIET deelnemen aan FCI aktiviteiten. Wellicht kunt u deelnemen aan UCI aktiviteiten, als die er zijn. De NVHSHV beschouwt honden met een UCI stamboom NIET als rashonden. 

Er zijn ook fokkers die hun eigen stambomen maken - deze kunnen tegenwoordig bedrieglijk echt lijken, maar zijn ook niet FCI-erkend. Vraag altijd inzage in de papieren/stambomen van de ouders als u een pup wilt kopen, en laat de verkoper schriftelijk bevestigen wat voor stamboom u krijgt. 
Aangezien een stamboom maar rond de € 55,- kost (2006) is het niet reëel als een fokker honden voor honderden euro’s goedkoper verkoopt, omdat u een hond zonder stamboom wil hebben. De oorzaak van een lage pupprijs ligt over het algemeen aan het feit dat de ouderdieren niet voldoen aan bepaalde voorwaarden op het gebied van gezondheid, welzijn (o.a. het aantal nesten dat zij werpen), exterieur en bewezen werkkwaliteiten.

Uw rasvereniging beschikt over de gegevens van in Nederland wonende Vizsla's. Bij twijfel kunt u bij ons, in ieder geval betreffende de in Nederland gefokte pups, terecht met uw vragen.

Dekaanvraag vanuit Duitsland

De Nederlandse Vizsla Vereniging heeft in principe geen rol in de aanvraag voor een dekking vanuit Duitsland.

De eigenaar van de teef moet zelf een goedkeuring aanvragen bij de VUV. En daarbij alle benodigde bescheiden toevoegen. Werkkwalificaties zijn hierbij noodzakelijk evenals de exterieurkwalificaties. Verder moet er een oogonderzoek hebben plaatsgevonden naar erfelijke oogafwijkingen, welke niet ouder is dan één jaar. Ook moet er (eenmalig) een gonioscopie zijn verricht.

Wees wel alert dat er niet buiten de Duitse Vizsla Vereniging (VUV) om wordt gefokt. Dit betekent dan namelijk dat er geen stambomen voor de pups worden afgegeven. Ook zal de VUV hier met zekerheid achterkomen met als gevolg dat de reu nooit meer zal mogen dekken in Duitsland. De reu (en eigenaar) zal dan worden geroyeerd.

Let op! De ACR en UCI vallen niet onder de FCI. Zie ook deze informatie over officiële stambomen.

Langharige Vizsla

Een langhaar uit een Korthaar nestZo nu en dan wordt er een langharige Vizsla geboren. Dat heeft het ras te danken aan de inmenging van de Ierse Setter. Het gen dat verantwoordelijk is voor langhaar, is niet bij alle Vizsla's aanwezig en tegenwoordig kan je de hond of (beide) ouderdieren uitstekend laten testen op de aanwezigheid van het gen. Vanwege de mogelijkheid om te testen, zal de kans dat ergens een Langhaar Vizsla wordt geboren steeds kleiner worden. Over het algemeen zal een hond geboren in het buitenland geen stamboom krijgen, omdat de regels voor uitgifte van de stambomen daar over het algemeen anders en/of strenger zijn. Bij de langharige Vizsla's, geboren in Nederland, wordt de aantekening "niet erkende variëteit " op de stamboom vermeld.

Een langharige Vizsla voldoet niet aan de rasstandaard en wordt daarom niet tot exterieurkeuringen toegelaten of voor de fok ingezet.

Een langharige Vizsla uit twee Korthaar ouders heeft vaak een vacht die lijkt op die van de Ierse Setter. Maar het kan ook zijn dat er slechts enkele lange haren aanwezig zijn.

Een langharige Vizsla uit twee Draadhaar ouders heeft een vacht die niet lijkt op die van de Ierse Setter. De hond heeft dan een wat pluizige vacht, die niet of nauwelijks te plukken is.

Overigens is het zo dat een langhaar Vizsla nog altijd het karakter van een Vizsla heeft.
Een langhaar uit een Draadhaar nest
Jaren geleden heeft een aantal mensen het voorstel bij de Hongaarse Rasvereniging ingediend om ook de Langhaar Vizsla te registeren als apart ras. Hiervoor bleek echter geen interesse en het werd van de hand gewezen. Dit omdat deze vachtvariëteit geen meerwaarde heeft voor de Vizsla als werkhond. 

Progressieve Retina Atrofie, PRA

PRA is een oogziekte die op latere leeftijd blindheid veroorzaakt en genetisch wordt doorgegeven aan volgende generaties. Het is moeilijk om dit eruit te fokken, omdat het een enkelvoudig recessief erfelijke afwijking is.
Beide ouderdieren kunnen het gen bij zich dragen zonder het ziektebeeld te vertonen.

Wat is PRA?

Gegeneraliseerde Progressieve Retina Atrofie, gPRA of kortweg PRA, is een erfelijke oogziekte die voorkomt bij honden. Dit continue, progressief verlopend ziekteproces leidt in het eindstadium altijd tot totale blindheid.
In 1911 werd het voor het eerst in Europa bij de Gordon Setter beschreven.
In 1938 werd voor het eerst PRA vastgesteld bij de Ierse Setter, terwijl in 1965 hetzelfde zich voordeed bij de Dwergpoedel.
Tegenwoordig is de ziekte voor veel fokkers van rashonden een probleem.

pra1PRA is een degeneratie van het netvlies, de retina.
Dit weefsel bevindt zich op de binnenkant van de oogbol. Het bevat cellen die het gezichtsvermogen bepalen: ze staan bekend als staafjes en kegeltjes.

Deze zogenaamde fotoreceptorcellen absorberen het licht dat door de ooglens gebundeld wordt en veranderen dit door chemische reacties in elektrische zenuwsignalen.
Deze signalen worden via de oogzenuw naar de hersenen gevoerd, waar ze in een waarneembaar beeld worden omgezet. De staafjes zijn voor het zicht in schemer, de kegeltjes dienen voor het daglicht en het zien van kleuren.

Bij PRA worden eerst de staafjes aangetast, waardoor de hond slechter gaat zien in schemerlicht. In een later stadium degenereren ook de kegeltjes, waardoor totale blindheid ontstaat.

Ook bij mensen komt een vorm van PRA voor, het zogenaamde Retinitis Pigmentosa (RP)

Het begin van de ziekte.

Er bestaan verschillende vormen van PRA.

PRA op vroege leeftijd:

Sommige rassen ontwikkelen al vroeg de ziektesymptomen, terwijl bij andere rassen de ziekte zich pas op latere leeftijd openbaart. Bij rassen waarbij de ziekte zich al vroeg ontwikkelt, is soms al sprake van nachtblindheid vanaf de geboorte! Totale blindheid treedt hier op tussen het eerste en vijfde levensjaar.
De Ierse Setter bijvoorbeeld kan al symptomen van nachtblindheid vertonen vanaf de tweede maand, terwijl van totale blindheid bij dit ras sprake is rond het derde levensjaar.
Hondenrassen waarbij de ziekte zich op jonge leeftijd manifesteert, zijn de Ierse Setter, de Collie, de Noorse Elandhond en de Dwergschnauzer. Bij deze rassen wordt de ziekte door een geremde ontwikkeling van de staafjes en kegeltjes veroorzaakt.

PRA op late leeftijd:

Bij rassen die pas op latere leeftijd PRA krijgen, kan het wel tot vier jaar duren voordat zich de eerste problemen met het gezichtsvermogen voordoen.
Maar voor de meeste rassen geldt dat rond de leeftijd van vijf jaar totale blindheid optreedt, in het uiterste geval voor de leeftijd van acht jaar.
Hondenrassen waarbij de ziekte zich op latere leeftijd manifesteert zijn de dwergpoedels, Engelse en Amerikaanse Cocker Spaniëls, Labrador Retrievers en Tibetaanse Terriërs.
Bij deze rassen ziet men in het begin nog geen enkel ziektebeeld. De ziekte ontwikkelt zich hier pas na de geslachtsrijpheid van de dieren.

Het algemeen ziektebeeld.

Voor alle hondenrassen verloopt het ziektebeeld op dezelfde manier. Beide ogen degenereren gelijktijdig en in dezelfde mate. In het begin wordt bij de getroffen honden nachtblindheid geconstateerd. Dat wil zeggen dat zij hun gezichtsvermogen moeilijk kunnen aanpassen aan omstandigheden in schemerlicht. Na verloop van tijd doen dezelfde moeilijkheden zich voor bij daglicht. Sommige honden kunnen zich onzeker gaan bewegen, maar de meesten zullen zich na enige tijd uitstekend aan hun dagelijkse omgeving aanpassen, terwijl hun gezichtsvermogen steeds verder afneemt. Voorwaarde is dat de omgeving niet verandert.
De baasjes hebben zelf vaak nauwelijks in de gaten dat hun hond langzaam blind wordt. Daarnaast ziet men een verwijding van de pupil, waardoor er een soort `schijnsel` ontstaat in de ogen, dat wordt veroorzaakt door een sterkere lichtweerkaatsing van het zieke netvlies. Vaak kan men ook een verandering constateren aan de ooglens, die troebel en ondoorzichtig wordt, uiteindelijk resulterend in een cataract. (staar).

De diagnose.

De diagnose PRA kan alleen door een oogonderzoek worden vastgesteld. Met atropine druppels worden de pupillen verwijd en onderzoeken we het netvlies. We kunnen de volgende veranderingen zien :

  1. Een verhoogde reflexie van de fundus (dat is de binnenkant van de oogbol waarop het netvlies zich bevindt.)
  2. Een verminderde doorsnede en vertakking van de bloedvaten van het netvlies.
  3. Een verminderde werking en verkleining van de oogzenuw. (die van het netvlies naar de hersenen loopt)

pra_fig1pra_fig2

















Figuur 1 : toont een normale retina.
Figuur 2 : toont een retina met retina atrofie.

Het begin van de ziekte is specifiek voor verschillende rassen, maar als een hond deze veranderingen vertoont, is er meestal al sprake van een aanzienlijk verlies van het gezichtsvermogen en zal hij binnen afzienbare tijd zijn gezichtsvermogen totaal verliezen.

PRA en erfelijkheid.

We moeten allereerst onderscheid maken tussen honden die daadwerkelijk PRA zullen ontwikkelen – ze worden lijders genoemd - en honden die ‘slechts’ drager van deze aandoening zijn. De drager van PRA is ogenschijnlijk gezond, ontwikkelt de ziekte dus niet, maar zal helaas de afwijking wèl aan het nageslacht doorgeven.
Voor zover tot nu toe bekend, is PRA (op één uitzondering na) bij alle hondenrassen een enkelvoudig recessief erfelijke ziekte. Dat betekent dat een pup, die later de ziekte daadwerkelijk zal krijgen (de lijder dus) zowel een defect gen van de vader als van de moeder moet hebben geërfd. Dit betekent dat zowel de reu als de teef in dat geval ofwel drager van de ziekte is ofwel lijder moet zijn. Omdat honden die PRA-lijder zijn, twee defecte genen bezitten, zijn alle nakomelingen van deze honden op zijn minst drager van het defecte gen.

Hondenrassen zijn vaak door slechts enkele dieren gegrondvest, die destijds de voor het ras belangrijke kenmerken droegen.
Door één, of misschien een paar van deze stamvaders of -moeders zouden bepaalde PRA veroorzakende mutaties in het betreffende ras kunnen zijn ingebracht. Bij de verdere opbouw van het ras, kon het defecte gen zich ongezien (want het is immers recessief) in de populatie uitbreiden.
Door kruising van dieren die allebei dit recessieve gen bezaten, konden uiteindelijk nakomelingen ontstaan met twee defecte genen voor PRA. En zó wordt de ziekte zichtbaar in een populatie.

Alle mogelijke combinaties van ouderparen.

  1. Beiden lijder: 100% van de puppen lijder.
  2. Beiden drager: 25% lijder, 50% drager, 25% vrij.
  3. Eén lijder, één drager: 50% lijder, 50% drager.
  4. Eén lijder, één vrij: 100% drager.
  5. Eén drager, één vrij: 50% drager, 50% vrij.

Behalve bij de eerste en vierde mogelijkheid (dat is altijd 100%) kan in de praktijk een ander percentage voorkomen.
Er zijn immers nesten met wel 6 reuen en maar 1 teefje, terwijl de kans op een reu of teef altijd gelijk is. Dus 50-50. Maar hoe meer pups in een nest, hoe dichter deze percentages benaderd worden.

Behandeling

Er is uiteraard geen behandeling voor deze aandoening. Niet fokken is de boodschap

 

Rasstandaard, Fokreglement en Dekreuenlijst

 

 

 

Op deze pagina bevinden zich een aantal links naar PDF-files. Om deze te kunnen lezen dient uw computer te zijn uitgerust met minimaal Adobe Acrobat 4.0. Indien u hier niet over beschikt, bieden wij u de mogelijkheid deze te downloaden via het Adobe-icoon, welke leidt naar de Adobe-site.

Fokbeleid in ontwikkeling

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vindt dat de verantwoordelijkheid voor het welzijn van huisdieren, waaronder honden, nadrukkelijk bij de sector zelf ligt. Hiervoor is er door de minister het Forum Welzijn Gezelschapsdieren opgezet. Hierin is ook de Raad van Beheer vertegenwoordigt via het Platform Verantwoord Huisdierbezit. Voor meer informatie zie de pagina "Welzijn" in het linker menu of klik hier.

De Raad van Beheer is bezig invulling te geven aan de verantwoordelijkheid voor het welzijn van honden door een fokbeleid voor alle rashonden te ontwikkelen. Ze doet dit samen met de rasverenigingen om zo gezamenlijk de gezondheid het gedrag en het welzijn van rashonden te bevorderen.

Veel rasverenigingen werken zelf ook al aan de bevordering van gedrag, gezondheid en welzijn van het eigen ras. Ze hebben een fokreglement dat is toegesneden op de situatie binnen het ras. Maar per ras zijn de fokreglementen erg verschillend qua opzet en omvang.

De Raad van Beheer is samen met de rasverenigingen bezig hierin meer eenduidigheid aan te brengen door een raamwerk te ontwikkelen. Voor de invulling van dit raamwerk en dus het rasspecifieke fokreglement blijft elke rasvereniging wel afzonderlijk verantwoordelijk.

Het fokbeleid van de Raad van Beheer stoelt op twee pijlers:
  1. BasisReglement Stambomen (BRS): dit zijn algemene regels van de Raad van Beheer voor het fokken van rashonden. Ze gelden voor alle fokkers van rashonden. Deze regels worden ingebed in het Kynologisch Reglement. Overtreding ervan levert een sanctie voor de fokker op.
  2. Rasspecifiek Fokreglement (RFR): dit is een fokreglement dat elke rasvereniging voor het eigen ras maakt. Deze fokreglementen zijn toegesneden op de specifieke situatie binnen het eigen ras. De Raad van Beheer gaat samen met de rasverenigingen fokkers stimuleren zich aan het rasspecifieke fokreglement te houden.

BasisReglement Stambomen
De voorwaarden in het Basisreglement Stambomen (BRS) hebben betrekking op het welzijn, de gezondheid, het gedrag en het exterieur van de rashonden waarmee wordt gefokt.

Welzijn
De welzijnsparagraaf van het BRS heeft de Algemene Vergadering van de Raad van Beheer eind 2004 vastgesteld. Momenteel bereidt de Raad van Beheer de invoering ervan voor.

In de Welzijnsparagraaf van het BRS zijn de volgende regels opgenomen:

  1. De teef moet bij de dekking minimaal 16 maanden oud zijn.
  2. De teef mag bij de dekking voor haar eerste nest niet ouder dan 60 maanden zijn.
  3. De teef mag bij de dekking nog geen 96 maanden oud zijn.
  4. De teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten voortbrengen, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
  5. De teef mag in Nederland maximaal vijf nesten voortbrengen.

Tegen fokkers die de regels van de Welzijnsparagraaf van het BRS overtreden, legt de Raad van Beheer een sanctie op.

De komende periode gaat de Raad van Beheer de invoering van de Welzijnsparagraaf voorbereiden door:

  1. Aanpassing van het Kynologisch Reglement.
  2. Aanpassing van het automatiseringprogramma DARWIN.
  3. Informeren van de fokkers over de aanpassingen.
  4. Het ontwikkelen van een sanctiebeleid voor fokkers die zich niet houden aan de regels.

Gezondheid
De voorwaarden die op het gebied van gezondheid in het BRS komen, stelt de Raad - op voorstel van de rasvereniging, of op eigen initiatief - vast.
Dergelijke voorwaarden kunnen uitsluitend worden opgenomen als een ernstig bewezen gezondheidsprobleem in een ras voorkomt dat een aanpak voor het totale ras noodzakelijk maakt.
Voorbeelden van gezondheidsproblemen die voor een dergelijke aanpak in aanmerking komen, zijn

Skeletafwijkingen (bijvoorbeeld heupdysplasie, elleboogdysplasie, patella luxatie of Calvé Legg Perthes);
Doofheid;
Oogafwijkingen (zoals PRA en cataract);
Epilepsie.

Gedrag
De voorwaarden die op het gebied van gedrag in het BRS komen, stelt de Raad van Beheer - op voorstel van de rasvereniging, of op eigen initiatief - vast.
Dergelijke voorwaarden kunnen uitsluitend worden opgenomen als er een bewezen gedragsprobleem in een ras voorkomt dat een aanpak voor het totale ras noodzakelijk maakt.

Voorbeelden van gedragsproblemen die voor een dergelijke aanpak in aanmerking komen, zijn:

extreme angst;
extreme nervositeit;
agressief bijtgedrag.

Exterieur
Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 26 november 2005 zijn op de voorgestelde Exterieurparagraaf voor het Basis Reglement Stambomen (BRS) amendementen gekomen.

Bij stemming werd het amendement waarin de mogelijkheid om een exterieureis binnen het Rasspecifiek Fok Reglement (RFR) te bepalen in plaats van binnen het BRS aangenomen.
Dit betekent dat er geen exterieureis opgenomen wordt in het BRS.

Uitstel nieuwe stamboomprocedure

Op de Algemene Vergadering van 26 november 2005 is het voorstel voor de wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR) niet in stemming gebracht. Dit omdat er onduidelijkheid bestaat over de termijnen die gehanteerd moeten worden met betrekking tot een algemene vergadering en omdat een aantal artikelen ten gevolge van deze wijzigingen met elkaar in tegenspraak zouden komen.

Hoewel er al goedkeuring verleend is aan de nieuwe stamboomprocedure en het bureau al zeer ver is in de voorbereiding hiervoor betekend dit helaas een vertraging in de invoering.

Het gevolg hiervan is dat de nieuwe stamboomprocedure niet ingevoerd kan worden op het geplande tijdstip, begin 2006. Pas als de artikelen over de nieuwe procedure in het KR zijn opgenomen kan de nieuwe procedure ingevoerd worden.

Indien we dit niet zouden doen, zou het bureau conform het KR verplicht zijn twee afzonderlijke aanvraagprocedures naast elkaar te laten lopen. Dit is uit kosten, efficiency en technologisch oogpunt onwenselijk danwel onmogelijk.

Over de exacte datum van invoering wordt u uitgebreid en uiterlijk 2 maanden van tevoren geïnformeerd.


Nieuwe Stamboomprocedure Verleden & toekomst

Wat is de aanleiding geweest tot de nieuwe stamboomprocedure ?
In 2001 heeft het toenmalige bestuur een contract gesloten voor de levering van Darwin (het computerprogramma voor onder andere de afgifte van stambomen).Het systeem heeft ¼ - gekost (excl. de interne kosten).Op 1 maart 2003 is de conversie (overgang) van het oude naar het nieuwe systeem (Darwin) geweest.Op 15 maart 2003 is een nieuw bestuur gekozen en trof bovenstaande situatie aan.Er wordt sinds die tijd gewerkt met een systeem dat gemaakt is voor de “nieuwe” stamboomprocedure. Nu wordt het systeem niet op de juiste manier gebruikt. Dit betekent in de praktijk ; inefficiënt gebruik.Het is daarom voor de Raad van Beheer van belang dat er volgens de nieuwe stamboomprocedure gewerkt kan gaan worden. De nieuwe procedure kan nog niet gebruikt worden omdat het KR aangepast moet worden.

Waarom is het van belang dat er gewerkt kan worden volgens de nieuwe procedure?
• Met de nieuwe procedure verwachten we de uitgave van stambomen beter in dehand te kunnen krijgen en wordt de levertijd aanzienlijk verkort.
• Het systeem ‘Darwin’ is gemaakt om volgens de nieuwe procedure te werken.
• Op een andere manier werken zou nogmaals veranderingen in hetautomatiseringssysteem vergen.

Wat zijn de gevolgen als er wordt besloten om niet volgens de nieuwe procedure te gaan werken ?
Er kan geen gebruik van het systeem gemaakt worden op de manier zoals dat bedoeld is.De gevolgen zijn:
• Een langere levertijd en slechtere beheersbaarheid van het proces;
• Meer personeel nodig, dus hogere kosten;
• Aanpassingen aan het systeem zullen enorm duur zijn;
• Nieuwe investeringen t.b.v. de aanpassingen;
• het afboeken van een gerealiseerde investering van ¼
• Het systeem “Darwin”is in gebruik. Technisch gezien is er geen weg meer terug.

De nieuwe procedure Dekaangifte
Binnen drie weken* na de dekking stuurt de fokker een dekaangifte formulier in. Op het formulier worden de gegevens van de teef en de reu ingevuld en de gegevens van hun eigenaren. Beide eigenaren ondertekenen de aangifte.Na ontvangst van de dekaangifte stuurt de Raad van Beheer de fokker : 1. een bevestiging van de dekaangifte met de gegevens zoals die bij de Raad van Beheer over de twee ouderhonden (afstammingsgegevens en behaalde titels) en de eigenaars bekend zijn.2. Een gedeeltelijk ingevuld geboorteaangifte formulier.De gestuurde gegevens kan de fokker controleren en correcties doorgeven aan de Raad.

Geboorteaangifte
Binnen tien dagen* na de geboorte stuurt de fokker het hem toegestuurde formulier naar de Raad van Beheer. O.a. de namen, het geslacht en de geboortedatum worden ingevuld.

Acceptgiro
Na ontvangst van de geboorteaangifte ontvangt de fokker een acceptgiro. Ook hierworden alle bekende gegevens weer meegestuurd en kan de fokker de Raad van Beheer verzoeken om gegevens aan te vullen en/of te corrigeren.

Chippen
Na betaling zal de chipper tussen 5 en 7 weken na de geboorte komen chippen. De chipper neemt het gedeeltelijk ingevulde aanvraagformulier stambomen mee. Dat formulier wordt volledig ingevuld (oa. chipnummers, kleuren, eventuele variëteit) en wordt door de fokker ondertekend. LET OP: Pas op dit moment worden de eerder doorgegeven namen aan een specifieke pup gekoppeld!De chipper controleert nogmaals alle gegevens en neemt het ingevulde aanvraagformulier mee naar de Raad van Beheer. De gegevens worden verwerkt en de stambomen en de eigendomsbewijzen worden naar de fokker gestuurd (ca. 8 - 12 weken na de geboorte).

Voordelen
Op dit moment zitten er in 50% van de stamboomaanvragen fouten of onvolledigheden. Hierover moet gecorrespondeerd worden wat zeer veel tijd kost. Door in een vroeg stadium, zelfs voor de geboorte, een aantal momenten in te brengen waarin controle van de gegevens plaatsvindt proberen we het aantal fouten en de correspondentie teverminderen en wordt de levertijd van de stambomen aanzienlijk verkort.

Nadeel
De naamgeving zal bij de geboorteaangifte gedaan moeten worden. De koppeling van een specifieke naam aan een specifieke pup vindt pas plaats bij het chippen. Echter, indien gekozen wordt voor latere naamgeving betekent dit dat de beheersbaarheid voor de Raad van Beheer afneemt. Daarnaast is er sprake van een extra administratievehandeling van formaat. Dit betekent voor 10.000 nesten per jaar: 10.000 keer extra post openen, 10.000 dossiers bij elkaar zoeken, 10.000 de gegevens in de computer opzoeken, 10.000 keer controle, ? keer correspondentie over onjuiste namen enz enz.

Nieuw! Eigendomsbewijs
Op de stamboom zal geen naam van de eigenaar meer geprint worden. In plaats daarvan zal er een eigendomsbewijs komen. Op dit bewijs staan de gegevens van de hond en de gegevens van de huidige eigenaar. Verder is er ruimte voor het invullen van de nieuweeigenaar.

Eigendomsoverdracht
Bij het overdragen van het eigendom van de hond worden de gegevens van de nieuwe eigenaar ingevuld. Vervolgens ondertekenen zowel de nieuwe al de oude eigenaar het bewijs dat daarna naar de Raad van Beheer gestuurd wordt. De nieuwe eigenaar ontvangt een nieuw eigendomsbewijs van de Raad van Beheer met daarop zijn eigennaam geprint.De eerste herregistratie, van fokker naar koper, zal gratis zijn. De verantwoording voor deze herregistratie ligt bij de fokker. Indien na verloop van tijd blijkt dat er geen eerste herregistratie heeft plaatsgevonden, zal de fokker
een brief ontvangen om hem hierop tewijzen.

Voordelen
• De eigendomsoverdracht is beter te controleren.
• Bij eigendomsoverdracht hoeft de stamboom niet naar het bureau van de Raad te worden gestuurd. De stamboom kan direct aan de nieuwe eigenaar worden gegeven.
• De fokker hoeft niet te wachten met de stamboomaanvraag tot alle nieuwe eigenaren bekend zijn.
• De prijs van een herregistratie zal dalen. Er wordt nog gekeken wat de prijsuiteindelijk zal worden.
• Met het nu vermelde aantal weken/dagen voor dek- en geboorteaangifte wordt de nieuwe procedure opgestart. Indien er in de praktijk blijkt dat er gegronde redenen zijn om deze termijnen (enigszins) aan te passen zonder noemenswaardige implicaties voor delevertermijn van de stambomen, dan is dit in het systeem aan te passen.


Veelgestelde vragen

Waarom komt de dekaangifte los te staan van de geboorteaangifte?
• De tijd tussen dek- en geboorteaangifte wordt gebruikt voor controle en eventuele verbetering en/of aanvulling van de gegevens.
• Op dit moment bevinden zich in 50% van de aanvragen fouten of zijn aanvragen niet volledig.

Op basis van welke criteria is de termijn voor aangifte dekking tot stand gekomen?
• De fokker moet voldoende tijd krijgen om de aangifte te doen.
• De Raad van Beheer moet de bevestiging van de dekaangifte en deafstammingsgegevens ruim voor de geboorte naar de fokker sturen. Er moet voldoende tijd zijn om eventuele correcties/aanvullingen uit te voeren.

Wat gebeurt er indien de teef leeg blijft?
• Na een bepaalde periode wordt de dekaangifte automatisch uit het systeemverwijderd.
• Er hoeft niet betaald te worden.

Hoe zit het met de juridische consequenties als de puppy eigenaar schade veroorzaakt terwijl ik als eigenaar te boek sta in het NHSB?
De term “eigenaar” bij de Raad van Beheer betekent niet dat de hond het eigendom is in de zin van de Nederlandse Wet. De eigenaar op het eigendomsbewijs is dus niet automatisch aansprakelijk voor de veroorzaakte schade.

“De Chipper komt rond de 5-7 weken indien. . . . “ ; impliceert dit nu ook dat de fokker gerechtigd is om daags daarop de pups af te geven?
In de Nederlandse wet (Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren) is dit geregeld in het "Besluit scheiden van dieren" waarin vermeld staat dat de minimumleeftijd voor het scheiden van het ouderdier is toegestaan voor honden en katten vanaf 7 weken.

“De Chipper komt rond de 5-7 weken indien. . . . “ ; is dit te vroeg voor kleine rassen?
• Wetenschappelijk gezien is er geen bezwaar tegen het chippen van kleine rassenbinnen deze termijn.
• De chipper zal rekening houden met deze vraag en de kleine rassen zoveel mogelijk aan het einde van de termijn plannen.

Bij enkele rassen is het niet mogelijk om bij de geboorteaangifte de variëteit vast te stellen. Is daar een oplossing voor?
• De variëteit kan bij de aanvraag van de stamboom (5e - 7e week) nog ingevuldworden.
• Variëteitwijziging op latere leeftijd is geen probleem.

Heupdysplasie-onderzoek

hd_heup_01

Heupdysplasie

Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige  misvormingen  van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.

 

De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.

 

 

Het Beoordelingspanel

Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt.

 

Dierenartsen die een overeenkomst aan willen gaan met de Raad van Beheer kunnen dit via het formulier op deze website onder de knop "Inschrijvingen, aanvragen & Bestellingen", menu "Aanvraagformulieren dierenartsen" kenbaar maken.

 

Voor de gegevens van een dierenarts bij u in de buurt kunt u bellen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663.

 

Een voorwaarde is dat de hond een NHSB nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adres gegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom of op het registratiebewijs is vermeld.

 

Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden.

De minimum leeftijd van 18 maanden geldt voor de rassen:

Berghond van de Maremmen
Bordeaux Dog
Bullmastiff
Duitse Dog
Landseer E.C.T.
Leonberger
Mastiff
Mastino Napolitano
Newfoundlander
Pyrenese Berghond
Sint Bernhard

 

HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De kosten, verbonden aan de beoordeling bedragen € 30,25 (tarief 2005).

 

De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.

 

Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

 

HD-beoordelingen uit het buitenland

In 1991 is door de Wetenschappelijke Commissie van de Federation Cynologique Internationale besloten dat honden alleen in het land waar zij zijn geregistreerd het officiële HD-onderzoek kunnen ondergaan. Uitslagen uit andere landen worden dan ook niet geregistreerd en bekrachtigd door de aangesloten Kennel Clubs.

 

De Nederlandse Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in aangesloten bij de FCI en beschouwt deze afspraken als bindend.

 

Indien de hond ten tijde van het HD onderzoek in het desbetreffende land was ingeschreven en woonachtig en dit voor minimaal 1 jaar, kan er wel een uitslag vermeld worden op de stambomen van eventuele nakomelingen.

 

HD-foto

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit  en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.

 

Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.

 

Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

 

De foto wordt 6 weken na de registratiedatum naar de dierenarts verzonden die de foto heeft gemaakt. U krijgt uw foto dus via uw eigen dierenarts retour als u daar prijs op stelt.

 

Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.

Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

 

Nederlandse Normering

 

 HD - 

  HD A   

 HD + c  

  HD B

 HD ±

  HD C 

 HD +

  HD D

 HD ++

  HD E  

 

 

F.C.I.-beoordeling

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.

 

De beoordeling van onderdelen

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

 

Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden".

 

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.

 

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet  zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.

 

Op het certificaat wordt dit duidelijk gemaakt door het vermelden van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen".

 

Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

 

De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

 

 

De Norbergwaarde

Van beide heupkoppen (1) wordt het  middelpunt bepaald en deze  middelpunten worden  verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.

rtemagicc_norbergwaarde 

 

HD-beoordeling

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

 

Herbeoordeling

Als u het niet eens bent met het beoordelings resultaat dan kunt u binnen 6 weken na registratie datum een herbeoordeling aanvragen. De kosten hiervan zijn € 42,45 (tarief 2005).

 

Zodra wij uw betaling binnen hebben, zal de foto aan een onafhankelijke deskundige worden voorgelegd. Procedureel is vastgelegd dat de herbeoordeling plaats vindt op basis van de set röntgenfoto's die reeds bij de afdeling GGW aanwezig is.

 

Voor de goede orde moeten wij u erop wijzen dat de beoordeling en interpretatie van röntgenfoto's veterinair een specifieke taak is. De Raad van Beheer, afdeling GGW, vraagt daarom het oordeel van een onafhankelijke radioloog, die ingeschreven staat in het specialistenregister van de KNMvD en die geen deel uitmaakt van het GGW-panel.

 

De afdeling GGW zal de bezwaarprocedure coördineren. Zij zal er zorg voor dragen dat de foto van uw hond aan de deskundige worden voorgelegd.

 

Wij moeten u erop wijzen dat de afdeling GGW de uitslag van de deskundige, ongeacht het resultaat, in haar registratie zal opnemen. Bij een gewijzigde uitslag krijgt u naast een schriftelijke bevestiging van de uitslag van de herkeuring tevens een nieuw certificaat thuisgestuurd.

 

Indien mocht blijken dat de uitslag beter uitvalt ten aanzien van de Nederlandse eindbeoordeling (HD A, HD B, HD C, HD D en HD E) dan zal € 42,45 (-/- €10,- administratiekosten) aan u worden teruggestort.

 

Het herhalen van HD-onderzoek

Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

 

Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld.

 

Uw hond en HD

Eigenaren van honden waarvan een officiële HD-foto is gemaakt vragen de dierenarts die de foto gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de heupgewrichten. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts milder is dan de uiteindelijke definitieve uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond.

 

GGW adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de heupgewrichten. Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen.

 

Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.

 

HD en fokkerij

De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond.

 

Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden.

 

Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk.

 

Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is.

 

Vragen

Voor de veelgestelde vragen over HD/ED onderzoek klik hier.

Mocht u alsnog vragen hebben dan kunt u uiteraard altijd contact opnemen met de afdeling GGW.

Regels naamgeving pups

De laatste tijd ontvangen wij regelmatig vragen over de regels voor de benaming van pups. Voor de benaming van de pups gelden, net als voor de kennelnaam, strikte voorwaarden.

Artikel III.50 van het Kynologisch Reglement behelst de weigeringsgronden voor o.a. een kennelnaam. Deze weigeringsgronden gelden ook voor de namen van de pups en zijn vanaf 15 april 2002 aangescherpt. De bureaumedewerkers moeten deze regelgeving strikt naleven.

In het verleden zijn er nog wel eens abusievelijk namen toegekend die bij een huidige indiening afgewezen zouden worden. Dat bepaalde woorden of benamingen in het verleden wel goedgekeurd zijn, wil dus niet zeggen dat eensluidende woorden of benamingen nu ook goedgekeurd worden. Als aanvrager kunt u daarop geen enkel recht doen gelden.

In de namen van pups mogen:

Geen losse letters voorkomen. Ook niet als dit in de spreektaal gebruikelijk is. Voorbeelden die niet goedgekeurd worden zijn: Kiss U all i.p.v. Kiss you all, Guns n Roses i.p.v. Guns and roses, X-Theo of Xtheo etc.

Geen afkortingen of verwijzingen naar afkortingen voorkomen. Dus niet Xmas of X-mas, No Exqze, Xtravaganza etc.

Geen getallen voorkomen. Dus niet Willem 3 maar Willem Drie, niet Song 4 You maar Song for you etc.


Indien een fokker niet in het bezit is van een geregistreerde kennelnaam mogen de namen van de pups maar uit één woord/naam bestaan. Samengestelde namen/woorden zijn niet toegestaan (Art.III.32 sub 3).

Dus geen Janpiet, Yvonmarjan, Whiteblossom, Goodluck, Somethingspecial etc.

Indien u hierover vragen heeft kunt u dit uitsluitend schriftelijk doen bij de afdeling Stamboekhouding. Aangezien het hier om de schrijfwijze gaat van benamingen behandelen wij geen telefonische vragen hierover om verschillen in interpretaties, onduidelijkheden en/of teleurstellingen te voorkomen die door een mondelinge behandeling zouden kunnen ontstaan.

Verplicht DNA profiel importhonden AKC

De American Kennel Club (AKC) heeft recentelijk bekend gemaakt dat er vanaf 1 maart 2006 nieuwe regels gelden voor geïmporteerde honden waarmee men in Amerika wil fokken.

Van deze honden dient, voordat men deze gebruikt in de fokkerij, een DNA profiel te worden gemaakt. Dit sluit aan bij de overige DNA profiel regels die de AKC heeft ingevoerd voor o.a. veelgebruikte dekreuen.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van de AKC.
Klik hier voor de betreffende nieuwspagina.

Overzicht buitenlandse proeven

Er zijn regelmatig vragen van leden over de geldigheid van een behaalde buitenlandse proef voor de werkeisen genoemd in het VFR (fokreglement): Via deze link een overzicht van buitenlandse proeven en de geldigheid voor het VFR 6.1.c. Voldoet de proef aan 6.1.c, dan is automatisch ook voldaan aan de JBT-eis.

Ten opzichte van de vorige versie zijn er een aantal zaken aangepast. Ten eerste voldoet de VAV bij nader inzien toch aan de eisen van 6.1c. Of een proef al dan niet erkend is door de FCI heeft geen invloed op het voldoen aan de eisen van 6.1c en deze informatie is derhalve weggelaten. Daarnaast is de omschrijving van de geteste onderdelen van meerdere proeven aangevuld.  

lees meer

Hongaars Basis examen (AV – Alap Vizsga)

Basis examen (AV – Alap Vizsga)
Reglement voor de Hongaarse Vizsla Korthaar en Draadhaar
Met dit reglement kunnen ook andere continentale Vizsla rassen beoordeeld worden.

ALGEMENE BEPALINGEN:

1. Algemeen: Het examen is onderdeel van de Hongaarse Vizsla Fokkerij, kan echter ook afzonderlijk worden georganiseerd van de Exterieur Keuring (TSZ - Tenyészszemle).
Het ontbreken van één van de twee onderdelen, sluiten de honden uit van de fokkerij.
Het examen resultaten kunnen als volgt worden afgegeven:.
Onvoldoende, Voldoende en Uitmuntend
Het resultaat mag vermeld worden in de Stamboek (in Hongarije – samen met de behaalde punten -).
De Exterieur Keuring mag vermeld worden in de stamboek (in Hongarije): "goed", "uitmuntend" en "niet geschikt voor de fok".

2. Leeftijd: Op de proeven kunnen Kortharen en Draadharen inschrijven vanaf 1 jaar, mits zij op de Exterieur keuring (TSZ) zijn goedgekeurd. De bovenste leeftijdgrens is onbeperkt, maar de eigenaren moeten gestimuleerd worden, dat zij zo snel mogelijk inschrijven met een jonge hond (12-18 maanden) zodat de aangeboren jachteigenschappen het beste naar voren kunnen komen.

3. Terrein: Voor de organisatie van de AV moet men een geschikt terrein vinden, welke voldoende dekking bied voor het wild en waar de honden ruim en vrij kunnen werken.
De wildsoort mag zijn: patrijs, fazant en wilde kwartel. Deze moeten in een bedekte kooi uitgezet worden, zodat de kooi niet zichtbaar is, maar de wind de geur goed kan verspreiden. Het wild moet uitgezet worden minimaal 15 minuten voordat de hond in wordt gezet. Voor iedere hond moet meerdere stukken wild beschikbaar zijn. Als het terrein niet genoeg natuurlijk wild leefgebied biedt, dan moet de organisatie meer uitgezette stuks veerwild gebruiken, zodat de hond genoeg kans krijgt om deze te vinden. Na de eerst gevonden wild moet de voorjager zijn hond aanlijnen en zover mogelijk van de plek gaan, dat de jonge vizsla niet meer teruggaat naar de eerste plek. (warme plek of kooi).

Bij de Veldwerk opdracht moet 2x een schot worden geost, achter elkaar (10-20 sec. tussen de twee schoten) wanneer de hond van zijn voorjager 10-20 meter afstand werkt.

4. Wildgebruik bij de apporteer proeven: veerwild - fazanten en eenden –eventueel duiven -.
Per 10 hond minimaal 2. Haarwild: konijn – allerlei soorten.

5. Waterwerk: op een waterterrein/gebied, waar de hond minimaal 5-6 meter moet zwemmen in diep water. De kant moet nauw aflopen, dat de jonge vizsla de wild goed kan zien op het moment, wanneer deze in het water wordt gegooid en dat de hond makkelijk de water kan bereiken (geen steile kant).

6. Waardering: alle onderdelen worden 0-4 beoordeeld en wordt gebruik gemaakt van een zgn. “multiplier”.
Maximale punten: 116 punten;
geslaagd vanaf: 71 punten en
uitmuntend behaald vanaf: 91 punten.

De hond welke één van de onderdelen een 0 punt heeft is NIET geslaagd.

Let op: een hond kan alleen ingezet worden voor de fok, als hij de Basis Examen en de Exterieur Keuring.  
Beide moet goed zijn bevonden!

Basis examen AV
(Reglement)
Opdrachten: (1 t/m 4)

Veldwerk

-1-

1.    neusgebruik (max.4 punten)
-moet beoordeeld worden door de gehele loop, rekening houden hoe en vanaf welke afstand reageert de hond op de -aanwezigheid van het wild, -opgaande wild, -warme plekken, -wildsporen. Maakt de hond gebruik van het wind of van voet verwaaiing.
2.    zoekwijze/zoekstijl (max.3 punten)
-een perfect parcours afleggen is niet belangrijk, meer belangrijk is de interesse en de wil om iets te vinden, vooral na het eerste wild moet worden opgelet hoe de hond reageert, de kophouding, zelfstandigheid – dat de hond niet alleen maar de aanwijzingen van de voorjager gaat volgen -, rastypische zoekwijze, licht harmonieus beweging
3.    tekenen voor wild/voorstaan (max.4 punten)
-vast voorstaan is niet noodzakelijk, geen fout is als de hond inspringt bij opgaand wild; maximale aantal punten kan uitgereikt worden als de hond goed tekent op de wild en enkele seconden voorstaat
4.    snelheid, uithoudingsvermogen (max.1 punt)
-de vizsla moet in zijn 2/3e loop in goed tempo in galop lopen. Het wordt hem niet aangerekend, als de hond bij warme plekken even gaat snuffelen, mits de voorjager hem door kan sturen. De interesse en de werklust mag niet dalen. Het is niet fout als de hond pas na het eerste wild beter/intensiever gaat lopen, als hij maar vanaf de begin interesse toonde en eigen initiatief liet zien.

 

Apporteren
-2-

Proef beschrijving.
Tijdslimit: 3 minuten per wildsoort.
De hond moet zelfstandig haar- en veerwild oppakken en brengen, het is niet voldoende als de voorjager het wild aan de hond geeft. Max. punt als de hond het opgegooide wild zelfstandig brengt. Het wild moet vers zijn, (- LET OP: het kan zijn, dat er met warm wild wordt gewerkt! - red.) de hond moet enkele mogelijkheden krijgen om het te proberen. De voorjager kan de hond helpen –bvb een spel van maken, dit wordt wel aangerekend bij de puntentelling (aftrek)-. Als de hond alleen maar één van de twee aangewezen wild apporteert, wordt maar 1 punt toegekend.

5.    interesse naar geschoten wild (max. 3 punten)
-de belangrijkste eis is, dat de vizsla interesse toont naar veer- en haarwild. Als de hond na een korte “rondneuzen?” de wild negeert en alleen na wat aanmoediging van de voorjager oppakt en min. 3 meter brengt! Wordt maar 1 punt toegekend.
6.    apporteren/oppakken, brengen (max. 2 punten)
-maximale punten krijgt een hond, als de vizsla het wild zelfstandig, zonder aanmoediging pakt, “vol mondig” en zacht brengt, minimaal 5 meter. Overpakken is geen fout. Het wordt wel aangerekend als de hond meerdere malen het wild kraakt, schudt of met “walging” oppakt. Ernstige fout als de hond het wild op wil eten. Minimum eis is: het wild van de grond pakken en een paar meter brengen.
7.    sleep spoor uitwerken (max. 1 punt)
-afleggen na de apporteerproef;  de voorjager trekt een 30 meter lange sleep in een rechte lijn met één van de twee willekeurig uitgekozen stukken wild. Hij markeert duidelijk de begin punt (met veren of haar). De hond mag het sleepspoor niet zien. De terrein moet zorgvuldig uitgekozen worden, zodat de jonge hond alle mogelijkheden kan krijgen (begroeiing, windrichting -in de rug-) om het spoor uit te kunnen werken. De voorjager laat het beginpunt zien, de hond moet verder op het spoor gaan lopen, de geur van de sleep volgen. De voorjager mag kiezen: hij kan de hond aangelijnd of los laten. Het is niet belangrijk de sleep 100% uit te werken, de aanleg, de interesse en de wil zijn de belangrijkste factoren.

Waterwerk
-3-

Proef beschrijving.
Tijdslimit: 5 minuten.
De doel is: apport uit diep water. De voorjager mag aan de kant van het water ook een minuut oefenen, dan gaat hij het wild in het water gooien, zo dat  zijn hond minimum enkele meters moet zwemmen, voordat hij het wild kan pakken. Hij mag de hond meteen inzetten.
De opdracht is succesvol, als de hond het wild naar de kade brengt –aanbieden en afgeven is niet noodzakelijk, dan gooit de voorjager de 2e keer het apport in het water en de hond moet het deze weer halen. Als de vizsla al zwemt wordt een schot gelost in de lucht. (Het geweer moet minimaal 15 meter van de hond gaan staan.). De hond moet doorwerken. De eigenaar mag de hond aanmoedigen, commando geven, mag wat gooien richting de eend.
Als de hond zich omdraait na de schot en “leeg”, zonder apport terug komt, mag de eigenaar hem opnieuw sturen. Het belangrijkste is dat de hond weer in het water gaat.
Als dit niet gebeurt krijgt de vizsla op de onderdeel “gedrag op schot” een: 0.


8.    water willigheid (max. 3punten)
-bij deze opdracht moeten wij attent zijn, hoe de hond ter water gaat (het is geen voordeel als de hond in het water springt), hoe is zijn gedrag in het water. Het stille, mooi vormgegeven zwemmen is nog niet belangrijk.

Maximale punten scoort een hond, welke na een korte verkenning van de waterkant gemoedelijk – niet angstig- gaat zwemmen en het apport ophaalt.


Gedrag (zenuwsysteem)
-4-

(hier staat gedrag voor: zenuwachtig, rustig, schrikachtig enz.)

9.    gedrag bij schot (max. 1 punt)
-deze proef wordt afgenomen tijdens de veldwerk en water apporteer proef. Maximale punten krijgt een hond, welke bij het schot – na een oriëntatie van paar seconden - verder gaat in hetzelfde tempo, werkwilligheid en bij de watertest na de schot blijft werken (herhaling van commando’s en gericht gooien wordt niet als fout beschouwd). Als de hond tijdens het veldwerkproef teruggaat naar de voorjager na het schot, maar na enkele minuten aarzeling doorgaat mag alleen maar max. 1 punt krijgen. Als de vizsla wegrent, of stopt met werken of weigert weer te zwemmen na het schot, krijgt een: 0 punt.
10.    Temperament, werklust: (max. 3 punten)
-dit onderdeel wordt door de hele dag gevolgd. Attent zijn hoe de hond reageert op de jury leden (tegen vreemde mensen), hoe de vizsla reageert op vreemde honden (agressiviteit is een zware fout), hoe is de contact met de voorjager en wil de hond contact houden en zoeken met de baas. De jonge hond moet interesse tonen voor de proeven, hij moet jachtinstinct tonen. Op jongere leeftijd wordt als een kleine fout beschouwd, als de hond TE actief is, als de voorjager moeite heeft de vizsla onder appèl te houden. Grotere fout is als de hond geen of nauwelijks interesse heeft, bang, terughoudend is of te agressief en heeft de neiging om ruzie te maken.

__________________

Een hond is geslaagd, als hij geen 0 punten krijgt bij één van de onderdelen.
Uitmuntend vanaf 91 punten
Goed vanaf 71 punten
__________________


Weergave van het formulier:

Magyar Vizsla club embleem

Magyar Vizsla Klub

Magyar Vizsla Basis Examen proef formulier

Stempel Raad van Beheer


Datum, plaats





Naam van de hond:


Geboren op:


Nhsb nummer:

Soort van de hond:




Geslacht:

Naam van de vader hond:




Nhsb nummer:

Naam van de moederhond:




Nhsb nummer:

Fokker:





Eigenaar van de hond:


Adres:



Voorjager:











OPDRACHTEN

BEHAALDE PUNTEN

VERMENIGVULDIGER (van de behaalde punten)

PUNTUITSLAG







VELDWERK


1.

neusgebruik


x 6


2.

zoekwijze/zoekstijl


x 5


3.

tekenen voor wild/voorstaan


x 4


4.

snelheid, uithoudingsvermogen


x 1



APPORTEN




5.

interesse naar geschoten wild


x 3


6.

apporteren/oppakken, brengen


x 2


7.

sleep


x 1



WATERWERK




8.

water willigheid


x 3



GEDRAG

gedrag als: zenuwachtig, rustig, schrikachtig enz




9.

gedrag bij schot


x 1


10.

temperament, werklust


x 3








Totaal behaalde punten:



……..punten







KWALIFICATIE:


Maximale punten zijn: 116 punt

Uitmuntend vanaf: 91 punt

Voldoende vanaf: 71 punt


Puntentelling: 0 t/m 4 punt


Keurmeester:                                           Keurmeester:                                     Organiserende Vereniging:

(FCI-MEOE)                                              (FCI-MEOE)

Keurmeester:                                           Keurmeester:

(FCI-MEOE)

lees meer

Jachtaanlegtest voor de praktijkjacht (VAV - Vadászkutya Alkalmassági Vizsga)

De proef wordt georganiseerd door de Hongaarse KNJV, - Országos Magyar Vadászkamara (http://www.omvk.hu/) - dus deze proef heeft qua organisatie niets met de Hongaarse Vizsla Club te maken.

De proef is bedoeld voor jachthonden welke deel willen nemen op een praktijk jachtdag. (Worden ingezet in de praktijkjacht, naast de jagers.)
Als de honden geslaagd zijn, krijgen zij een klein boekje, daarmee de jager kan de hond officieel meenemen naar een jacht.

Meestal worden deze proeven samen met de AV en de TSZ georganiseerd.

VAV = Vadászkutya Alkalmassági Vizsga

Vrij vertaald betekent dit zoiets als: Jachthonden Gebruiksgeschiktheids Examen.

VAV

Jachtaanlegtest voor de praktijkjacht


I.    Algemene discipline
  1. gedrag bij schot
  2. volgen aan de voet, drijfjacht
  3. influiten/terugroepen, komen op bevel, “afrembaarheid”/ stoppen op bevel
  4. gedrag bij schot
  5. gedrag bij opvliegend wild

II.   Zoekwijze
  1. zoekwijze op de jacht
  2. contact met de voorjager, stuurbaarheid
  3. tekenen voor wild, aantrekken op een ras typisch wijze

III.  Werk na het schot
  1. aangeschoten wild nazoeken en apporteren – sleep (fazant)
  2. geschoten wild opzoeken –verloren zoek- en apporteren (haas)
  3. geschoten wild apporteren uit diep water

Puntentelling van 0-4.

De hond heeft de proef met succes afgesloten, als hij/zij minstens 50% van de maximaal aantal punten kan halen


Redenen tot uitsluiting zijn:
  1. als de hond met zijn ongehoorzaamheid de jacht verstoort
  2. bang, schotschuw
  3. komt niet terug na een bevel, jaagt achter het wild aan, waarmee hij/zij de jacht verstoort
  4. apporteert niet
  5. maakt het wild kapot - eten -, begraaft het wild

Maal de punten= (x de behaalde punten)
________________

Weergave van het formulier:

Startnummer:                                                                  Organisatie: Nationale Hongaarse  
Stamboom nummer:                                                                           Jacht Orde/Kamer

Jacht aanleg/gebruikbaarheids test/examen (VAV) proef formulier
(voor Vizsla’s, Retrievers, Patrijs-en Spaniels)

 

OPDRACHT

VERMENIGVULDIGER (van de behaalde punten)

BEHAALDE PUNTEN
(o t/m 4)

PUNTUITSLAG

 

 

 

 


I. Algemene discipline

1. gedrag bij schot

 

 

x 3

 

 

2. volgen aan de voet, drijfjacht

 

x 3

 

 

3. influiten/terugroepen, komen op bevel, “afrembaarheid”/ stoppen op bevel

 

x 6

 

 

4. gedrag bij schot


x 3

 

 

5. gedrag bij opvliegend wild


x 3

 

 


II. Zoekwijze

6. zoekwijze op de jacht

 

 

x 5

 

 

7. contact met de voorjager, stuurbaarheid


x 4

 

 

8. tekenen voor wild, aantrekken op een rastypische wijze

 

x 4

 

 


III. Werk na het schot

9. aangeschoten wild nazoeken en apporteren – sleep (fazant)

 

 


x 6

 

 

10. geschoten wild opzoeken –verloren zoek- en apporteren (haas)


x 5

 

 

11. geschoten wild apporteren uit diep water


x 4

 

 

 

 

 

 

Totaal behaalde punten:

 

 

 


Puntentelling van 0-4.

De hond heeft de proef met succes afgesloten, als hij/zij minstens 50% van de maximaal aantal punten kan halen


Redenen tot uitsluiting zijn:
  1. als de hond met zijn ongehoorzaamheid de jacht verstoort
  2. bang, schotschuw
  3. komt niet terug na een bevel, jaagt achter het wild aan, waarmee hij/zij de jacht verstoort
  4. apporteert niet
  5. maakt het wild kapot - eten -, begraaft het wild
lees meer