Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden

Vizsla

Loeka zoekt fijne plek

Online bezoekers

We hebben 299 gasten en geen leden online

Onderstaand een impressie van de MAP van de vijf continentale staande rashonden verenigingen (20 september 2011 te Haaften)

De organisatie
Dit jaar werd voor de derde keer door vijf continentale staande rashonden verenigingen een gezamenlijke MAP georganiseerd. De organisatie bestond uit een werkgroep van enthousiaste-, ervaren hondenmensen van de Nederlandse Vereniging van Heidewachtelliefhebbers, Epagneul Breton Club Nederland, Cesky Fousek Vereniging Nederland, Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden Vizsla en Nederlandse Korthals Griffonclub.

De proeven werden gehouden in het terrein van de Crobsche Waard in Haaften. Het gebied ligt in de uiterwaarden van de Waal bij Haaften en bestaat uit zand- en kleiwinplassen, moerasbossen en landbouwgronden. Het is een prachtig terrein met volop mogelijkheden om haalbare-, op de jachtpraktijk lijkende proeven uit te zetten. De Crobsche Waard wordt beheerd door SBNL, een belangenorganisatie voor agrarisch particulier natuur- en landschapsbeheer.

In totaal waren acht proeven uitgezet voor honden die het KNJV-A of KNJV B-diploma al eerder hadden behaald. Hiervan waren voor de A- en B-honden vier proeven hetzelfde en twee proeven aangepast aan het specifiek niveau van A- of B-honden.

De proeven
Voor zover mogelijk waren de proeven de avond daarvoor al door de proefhoofden samen met de helpers uitgezet. Na melding bij secretariaat, dierenartskeuring en welkomstwoord konden de deelnemers rond de klok van acht uur naar de proeven vertrekken.

Proef A1
De deelnemers aan de eerste A-proef begonnen ‘s-morgens op een weiland in de uiterwaard. Hier was een gewiekte gans afgestreken naar de rivier. De hond moest naar de sleep gedirigeerd worden en de sleep uitwerken. Zodra de hond door de voorjager werd weggestuurd, probeerde een haas zich stiekem uit de voeten te maken. Echter alle honden hadden deze haas in de gaten. Het hing van de voorjager en de reactie van de hond af, of en zo ja hoe deze haas werd gerespecteerd. Zodra de hond terugkwam met de gans, werd een eend geschoten. Als de gans aan de voorjager was afgegeven, mocht de eend alsnog worden opgehaald. Het lukte een een aantal honden niet om de haas uit hun kop te zetten, waardoor ze niet op de sleep kwamen.

Proef B1
Zowel de A- als B-honden kregen een mooie kans om vanaf de dijk een eend op het onderaan de dijk gelegen water te markeren. Zodra ze terugkwamen met de eend, werd een wegspringend konijn beschoten. Nadat de eend was afgegeven aan de voorjager, mocht de hond het konijn in de dekking zoeken. Vanaf de dijk was het hondenwerk op deze proef voor keurmeester, voorjager en publiek goed te volgen. Opvallend bij deze proef was, dat honden heel verschillend reageerden op de uitgezette situatie. Een geweer dat blijft staan kijken, het onthouden van het apport zodra ze van het steile dijktalud bij het water uitkwamen en het oplossen van het vinden van het beschoten konijn, het gaf aanleiding voor afwisselend hondenwerk. Hoe de proef ook door de hond werd opgelost, de apporten kwamen bij bijna alle honden binnen.

Proef B2
Aan deze proef namen ook de A- en de B-honden deel. Deze proef leverde weinig problemen op. De nazoek van twee verloren apporten, waarvan één apport uit de dekking en één via een grasbaan in een houtsingel, werd door de meeste honden moeiteloos binnengebracht.

Proef B3
Voor de B-honden werd de ijsbaan in het terrein benut voor een dubbele markeerproef van een duif en een kraai. Het geweer schoot vanaf een laag dijkje op het middenterrein een duif die achter het dijkje viel. Even later werd ook een kraai geschoten, die in het zicht van de hond viel. De meeste honden brachten met gemak de kraai binnen. De duif die achter het dijkje was gevallen, was door sommige honden niet (goed) onthouden. Hierdoor moest er soms wat meer moeite worden gedaan om dit apport binnen te brengen. Uiteindelijk kwamen vrijwel allebei de apporten op tijd binnen.

Proef A2
’s-Middags had één van de geweren een eend beschoten, die wel tekende op het schot maar toch doorzeilde. Terwijl aan de voorjager de situatie werd uitgelegd, werd er in het zicht van de hond op het grasland een kraai geschoten. Bij deze proef werden door de voorjagers verschillende keuzes gemaakt in de volgorde van het vinden van het wild. De meesten kozen voor de weidelijkheid van het vinden van het aangeschoten wild. Omdat het voor sommige honden lastig was om de gevallen kraai uit hun kop te zetten, kozen andere voorjagers voor het eerst ophalen van de kraai. In de meeste gevallen was het daarna gemakkelijker en sneller om de hond op de sleep van de aangeschoten eend te dirigeren. Helaas lukte dit niet altijd.

Proef B4
Deze proef moest zowel door de A- als B-honden worden uitgevoerd. Aan de overkant van het water was al een eend geschoten. Maar toen het geweer nog even langs de kant liep, benutte hij de kans om ook nog een eend op het water te schieten. De moeilijkheid bij deze proef was dat het wild binnen de voorgeschreven tijd van vijf minuten binnengebracht moest worden. Honden die problemen hadden met het voor de tweede keer over water gaan, die het loopspoor van het geweer achterna liepen of de eend op het water niet goed hadden gemarkeerd, kwamen hier in de tijdproblemen.

Proef B5
Na een duiventrek aan de rand van het bos en de mais, gaf één van de geweren aan dat er nog twee stuks wild niet binnen waren. De hond moest een verloren apport in het bos en één in de mais, zien te vinden. Voor zowel A- als B-honden leverde het zoeken in de hoge mais veel problemen op. Hiervoor werden verschillende redenen aangevoerd, zoals de hond was niet gewend om in de mais te zoeken, in de mais kreeg de hond geen verwaaiing, de hond kon de verleiding van de in mais zittende konijnen niet weerstaan of de hond wilde de kraai uit het zicht van de voorjager niet oppakken.

Proef B6
Deze proef voor alleen de B-honden, bestond uit een ver markeerapport van een eend uit het water en een verloren apport van een konijn op het grasland. Het markeerapport uit het water leverde weinig problemen op. Bij het zoeken naar het konijn, werden sommige-, nieuwsgierige honden afgeleid door het onstuimige gedrag van de paarden in het naastgelegen weiland. In het geaccidenteerde terrein, gaf het konijn weinig verwaaiing. Maar vrijwel alle honden brachten beide apporten binnen.

Een geslaagde dag
De organisatie kon terugkijken op een geslaagde MAP. Dit vergt veel tijd en ervaring, waarbij als de dag goed verloopt, meestal niet wordt stilgestaan. Ervaren hondenmensen die de proeven bedenken en intrainen, een geschikt terrein, een enthousiaste beheerder, een ervaren secretariaat, helpers die wisten te participeren op het hondenwerk, keurmeesters die de deelnemende rassen met gevoel voor de praktijk beoordeelden. Als het weer dan nog meewerkt en de deelnemers en honden met plezier aan het werk zijn, dan kan de organisatie op een geslaagde dag terugkijken.

De uitslag
Veel deelnemers en hun honden waren duidelijk goed voorbereid op de MAP proeven. Training en ervaring in het MAP werk werden weliswaar niet altijd met een diploma beloond, maar er waren relatief veel honden die maar één proef niet behaalden. Hierbij leverde de A-proef met de verleiding van een wegkruipende haas de grootste problemen op. Bij de B-proeven werd het apport van de kraai uit de mais niet altijd binnengebracht. Opvallend was dat relatief veel A-honden, moeite hadden met proeven waar zowel de A- als de B-honden aan deelnamen.

Na een dag met mooi hondenwerk konden de diploma’s worden uitgereikt. Een hoofdrol hierbij was weggelegd voor de Ceský Fousek’s. In relatie tot het aantal deelnemende honden van dit ras, behaalden ze een groot aantal diploma’s (drie van de vijf aan de B-proeven en drie van de vijf aan de A-proeven deelnemende Ceský Fousek’s).

In totaal werden 17 diploma’s uitgereikt. Hiervan behaalden 6 het MAP A-diploma en 11 het MAP B-diploma. 33 honden behaalden geen diploma, waarvan 2 diskwalificaties.

Bij de honden die meededen aan de A-proeven werd de Ceský Fousek Áron z Rohatecké slatiny met als voorjager de heer Garstenveld eerste, tweede werd de Ceský Fousek Boaz Janosch Ceskylee of Eastwood van mevrouw Kamsteeg en derde werd de Ceský Fousek Kendy z Právchové voorgejaagd door de heer Kempink.

Bij de B-proeven werd de Ceský Fousek Easy Noa van het Rotherink van mevrouw Olde Bolhaar eerste, tweede werd ook een Ceský Fousek Bela z Žaboklik voorgejaagd door meneer Aalbers en derde werd de Vizsla Cseles v. Vizsetre met als voorjager meneer Roovers.

Tekst: Greet de Bruijn

Klik hier voor de recapitulatielijst.

Diploma-uitslag MAP van de 5 continentale staande rashondenverenigingen in Haaften op 20-09-2011

 

Naam

Voorjager

Ras

Dipl.

Tot. B

Tot. A

A

Áron z Rohatecké slatiny

G. Garstenveld

Ceský Fousek

A

--

514

A

Boaz Janosch Ceskylee of Eastwood

J. Kamsteeg

Ceský Fousek

A

--

500

A

Kendy z Právchové

A.J. Kempink

Ceský Fousek

A

--

500

A

Meander Youleasa it Yoentje Aymar

H. v. Veen

Weimaranse Staande Hond Korthaar

A

--

500

A

Beard

R. v.d. Scheer

Duitse Staande Draadhaar

A

--

487

A

Cartouche v.d. Wijngaard

A. H. Keldermans

Duitse Staande Langhaar

A

--

485

B

Easy Noa v.h. Rotherink

E. Olde Bolhaar-Keultjes

Ceský Fousek

B

525

--

B

Bela z Žaboklik

J. Aalbers

Ceský Fousek

B

511

--

B

Cseles v. Vizsetre

H. Roovers

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

505

--

B

Cherie-Puck v.d. Chesannehof

C. Thijs

Heidewachtel

B

500

--

B

Goldy Sprinter v.d. Chesannehof

F.J.M. Vergeldt

Heidewachtel

B

493

--

B

Pålamalmens Eras

L. Meeusen

Epagneul Breton

B

490

--

B

Zöldmáli Gerle

J. Paulus

Vizsla Draadhaar

B

487

--

B

Bonna z Tisnovkých Revírú

M. Verhoeven

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

480

--

B

Abbe

M. Koeter

Heidewachtel

B

470

--

B

Vadászfkai Kincsö

E. Booter / L. Booter

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

460

--

B

Tessa v.d. Rijswerker

C. Blokland

Ceský Fousek

B

454

--

 

De organisatie
Dit jaar werd voor de derde keer door vijf continentale staande rashonden verenigingen een gezamenlijke MAP georganiseerd. De organisatie bestond uit een werkgroep van enthousiaste-, ervaren hondenmensen van de Nederlandse Vereniging van Heidewachtelliefhebbers, Epagneul Breton Club Nederland, Cesky Fousek Vereniging Nederland, Nederlandse Vereniging van Hongaarse Staande Honden Vizsla en Nederlandse Korthals Griffonclub.

De proeven werden gehouden in het terrein van de Crobsche Waard in Haaften. Het gebied ligt in de uiterwaarden van de Waal bij Haaften en bestaat uit zand- en kleiwinplassen, moerasbossen en landbouwgronden. Het is een prachtig terrein met volop mogelijkheden om haalbare-, op de jachtpraktijk lijkende proeven uit te zetten. De Crobsche Waard wordt beheerd door SBNL, een belangenorganisatie voor agrarisch particulier natuur- en landschapsbeheer.

In totaal waren acht proeven uitgezet voor honden die het KNJV-A of KNJV B-diploma al eerder hadden behaald. Hiervan waren voor de A- en B-honden vier proeven hetzelfde en twee proeven aangepast aan het specifiek niveau van A- of B-honden.


De proeven              
Voor zover mogelijk waren de proeven de avond daarvoor al door de proefhoofden samen met de helpers uitgezet. Na melding bij secretariaat, dierenartskeuring en welkomstwoord konden de deelnemers rond de klok van acht uur naar de proeven vertrekken.

Proef A1
De deelnemers aan de eerste A-proef begonnen ‘s-morgens op een weiland in de uiterwaard. Hier was een gewiekte gans afgestreken naar de rivier. De hond moest naar de sleep gedirigeerd worden en de sleep uitwerken. Zodra de hond door de voorjager werd weggestuurd, probeerde een haas zich stiekem uit de voeten te maken. Echter alle honden hadden deze haas in de gaten. Het hing van de voorjager en de reactie van de hond af, of en zo ja hoe deze haas werd gerespecteerd. Zodra de hond terugkwam met de gans, werd een eend geschoten. Als de gans aan de voorjager was afgegeven, mocht de eend alsnog worden opgehaald. Het lukte een een aantal honden niet om de haas uit hun kop te zetten, waardoor ze niet op de sleep kwamen.

Proef B1
Zowel de A- als B-honden kregen een mooie kans om vanaf de dijk een eend op het onderaan de dijk gelegen water te markeren. Zodra ze terugkwamen met de eend, werd een wegspringend konijn beschoten. Nadat de eend was afgegeven aan de voorjager, mocht de hond het konijn in de dekking zoeken. Vanaf de dijk was het hondenwerk op deze proef voor keurmeester, voorjager en publiek goed te volgen. Opvallend bij deze proef was, dat honden heel verschillend reageerden op de uitgezette situatie. Een geweer dat blijft staan kijken, het onthouden van het apport zodra ze van het steile dijktalud bij het water uitkwamen en het oplossen van het vinden van het beschoten konijn, het gaf aanleiding voor afwisselend hondenwerk. Hoe de proef ook door de hond werd opgelost, de apporten kwamen bij bijna alle honden binnen.

Proef B2
Aan deze proef namen ook de A- en de B-honden deel. Deze proef leverde weinig problemen op. De nazoek van twee verloren apporten, waarvan één apport uit de dekking en één via een grasbaan in een houtsingel, werd door de meeste honden moeiteloos binnengebracht.

Proef B3
Voor de B-honden werd de ijsbaan in het terrein benut voor een dubbele markeerproef van een duif en een kraai. Het geweer schoot vanaf een laag dijkje op het middenterrein een duif die achter het dijkje viel. Even later werd ook een kraai geschoten, die in het zicht van de hond viel. De meeste honden brachten met gemak de kraai binnen. De duif die achter het dijkje was gevallen, was door sommige honden niet (goed) onthouden. Hierdoor moest er soms wat meer moeite worden gedaan om dit apport binnen te brengen. Uiteindelijk kwamen vrijwel allebei de apporten op tijd binnen.

Proef A2
’s-Middags had één van de geweren een eend beschoten, die wel tekende op het schot maar toch doorzeilde. Terwijl aan de voorjager de situatie werd uitgelegd, werd er in het zicht van de hond op het grasland een kraai geschoten. Bij deze proef werden door de voorjagers verschillende keuzes gemaakt in de volgorde van het vinden van het wild. De meesten kozen voor de weidelijkheid van het vinden van het aangeschoten wild. Omdat het voor sommige honden lastig was om de gevallen kraai uit hun kop te zetten, kozen andere voorjagers voor het eerst ophalen van de kraai. In de meeste gevallen was het daarna gemakkelijker en sneller om de hond op de sleep van de aangeschoten eend te dirigeren. Helaas lukte dit niet altijd.

Proef B4
Deze proef moest zowel door de A- als B-honden worden uitgevoerd. Aan de overkant van het water was al een eend geschoten. Maar toen het geweer nog even langs de kant liep, benutte hij de kans om ook nog een eend op het water te schieten. De moeilijkheid bij deze proef was dat het wild binnen de voorgeschreven tijd van vijf minuten binnengebracht moest worden. Honden die problemen hadden met het voor de tweede keer over water gaan, die het loopspoor van het geweer achterna liepen of de eend op het water niet goed hadden gemarkeerd, kwamen hier in de tijdproblemen.

Proef B5
Na een duiventrek aan de rand van het bos en de mais, gaf één van de geweren aan dat er nog twee stuks wild niet binnen waren. De hond moest een verloren apport in het bos en één in de mais, zien te vinden. Voor zowel A- als B-honden leverde het zoeken in de hoge mais veel problemen op. Hiervoor werden verschillende redenen aangevoerd, zoals de hond was niet gewend om in de mais te zoeken, in de mais kreeg de hond geen verwaaiing, de hond kon de verleiding van de in mais zittende konijnen niet weerstaan of de hond wilde de kraai uit het zicht van de voorjager niet oppakken.

Proef B6
Deze proef voor alleen de B-honden, bestond uit een ver markeerapport van een eend uit het water en een verloren apport van een konijn op het grasland. Het markeerapport uit het water leverde weinig problemen op. Bij het zoeken naar het konijn, werden sommige-, nieuwsgierige honden afgeleid door het onstuimige gedrag van de paarden in het naastgelegen weiland. In het geaccidenteerde terrein, gaf het konijn weinig verwaaiing. Maar vrijwel alle honden brachten beide apporten binnen.

Een geslaagde dag
De organisatie kon terugkijken op een geslaagde MAP. Dit vergt veel tijd en ervaring, waarbij als de dag goed verloopt, meestal niet wordt stilgestaan. Ervaren hondenmensen die de proeven bedenken en intrainen, een geschikt terrein, een enthousiaste beheerder, een ervaren secretariaat, helpers die wisten te participeren op het hondenwerk, keurmeesters die de deelnemende rassen met gevoel voor de praktijk beoordeelden. Als het weer dan nog meewerkt en de deelnemers en honden met plezier aan het werk zijn, dan kan de organisatie op een geslaagde dag terugkijken.

De uitslag
Veel deelnemers en hun honden waren duidelijk goed voorbereid op de MAP proeven. Training en ervaring in het MAP werk werden weliswaar niet altijd met een diploma beloond, maar er waren relatief veel honden die maar één proef niet behaalden. Hierbij leverde de A-proef met de verleiding van een wegkruipende haas de grootste problemen op. Bij de B-proeven werd het apport van de kraai uit de mais niet altijd binnengebracht. Opvallend was dat relatief veel A-honden, moeite hadden met proeven waar zowel de A- als de B-honden aan deelnamen.

Na een dag met mooi hondenwerk konden de diploma’s worden uitgereikt. Een hoofdrol hierbij was weggelegd voor de Ceský Fousek’s. In relatie tot het aantal deelnemende honden van dit ras, behaalden ze een groot aantal diploma’s (drie van de vijf aan de B-proeven en drie van de vijf aan de A-proeven deelnemende Ceský Fousek’s).

In totaal werden 17 diploma’s uitgereikt. Hiervan behaalden 6 het MAP A-diploma en 11 het MAP B-diploma. 33 honden behaalden geen diploma, waarvan 2 diskwalificaties.

Bij de honden die meededen aan de A-proeven werd de Ceský Fousek Áron z Rohatecké slatiny met als voorjager de heer Garstenveld eerste, tweede werd de Ceský Fousek Boaz Janosch Ceskylee of Eastwood van mevrouw Kamsteeg en derde werd de Ceský Fousek Kendy z Právchové voorgejaagd door de heer Kempink.

Bij de B-proeven werd de Ceský Fousek Easy Noa van het Rotherink van mevrouw Olde Bolhaar eerste, tweede werd ook een Ceský Fousek Bela z Žaboklik voorgejaagd door meneer Aalbers en derde werd de Vizsla Cseles v. Vizsetre met als voorjager meneer Roovers.

Tekst: Greet de Bruijn

Klik hier voor de recapitulatielijst.

Diploma-uitslag MAP van de 5 continentale staande rashondenverenigingen in Haaften op 20-09-2011

 

Naam

Voorjager

Ras

Dipl.

Tot. B

Tot. A

A

Áron z Rohatecké slatiny

G. Garstenveld

Ceský Fousek

A

--

514

A

Boaz Janosch Ceskylee of Eastwood

J. Kamsteeg

Ceský Fousek

A

--

500

A

Kendy z Právchové

A.J. Kempink

Ceský Fousek

A

--

500

A

Meander Youleasa it Yoentje Aymar

H. v. Veen

Weimaranse Staande Hond Korthaar

A

--

500

A

Beard

R. v.d. Scheer

Duitse Staande Draadhaar

A

--

487

A

Cartouche v.d. Wijngaard

A. H. Keldermans

Duitse Staande Langhaar

A

--

485

B

Easy Noa v.h. Rotherink

E. Olde Bolhaar-Keultjes

Ceský Fousek

B

525

--

B

Bela z Žaboklik

J. Aalbers

Ceský Fousek

B

511

--

B

Cseles v. Vizsetre

H. Roovers

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

505

--

B

Cherie-Puck v.d. Chesannehof

C. Thijs

Heidewachtel

B

500

--

B

Goldy Sprinter v.d. Chesannehof

F.J.M. Vergeldt

Heidewachtel

B

493

--

B

Pålamalmens Eras

L. Meeusen

Epagneul Breton

B

490

--

B

Zöldmáli Gerle

J. Paulus

Vizsla Draadhaar

B

487

--

B

Bonna z Tisnovkých Revírú

M. Verhoeven

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

480

--

B

Abbe

M. Koeter

Heidewachtel

B

470

--

B

Vadászfkai Kincsö

E. Booter / L. Booter

Hongaarse Staande Vizsla     Korthaar

B

460

--

B

Tessa v.d. Rijswerker

C. Blokland

Ceský Fousek

B

454

--